Wetenschappers hebben de meest gedetailleerde kaart van de Melkweg gepresenteerd. De kaart bevat ruim één miljard sterren.

Eind 2013 werd ESA’s Gaia-satelliet gelanceerd. De satelliet brengt de snelheid, grootte, leeftijd en temperatuur van meer dan een miljard sterren in ons sterrenstelsel in kaart. Drie jaar geleden voorspelden onderzoekers dat de eerste catalogus halverwege 2016 opgeleverd zou worden. Zij houden zich aan hun woord. De eerste catalogus is nu in te zien en bevat de exacte posities en helderheid van 1.142.000.000 sterren, plus de afstanden en de bewegingen van meer dan twee miljoen sterren.

Aangezien Gaia slechts veertien maanden actief is, verwachten wetenschappers dat de catalogus nog veel beter wordt. De missie gaat zo’n vijf jaar duren.

De kaart met alle hotspots, zoals dwergstelsels (blauw), open sterrenhopen (geel) en bolvormige sterrenhopen (wit). Klik hier voor een grotere versie.

De kaart met alle hotspots, zoals dwergstelsels (blauw), open sterrenhopen (geel) en bolvormige sterrenhopen (wit). Klik hier voor een grotere versie.

“Wat we vandaag hebben gepresenteerd is het resultaat van een zeer intensieve samenwerking gedurende de laatste tien jaar,” vertelt de Leidse astronoom Anthony Brown. “Met mensen uit allerlei disciplines hebben we de data verwerkt en verpakt in betekenisvolle astronomische gegevens. Deze data komen nu beschikbaar voor iedereen.”

Het Gaia-archief is voor iedereen toegankelijk via deze website. Wie onderzoek wil doen naar de Melkweg heeft nu de beschikking over de gegevens van één miljard sterren. Daarnaast zijn de data van Gaia honderd keer nauwkeuriger dan alles wat nu beschikbaar is.

Je ziet nog veel strepen op de kaart van de Melkweg. Deze ontstaan omdat Gaia de hemel op een bepaalde manier scant. De strepen vervagen als de komende jaren meer scans worden gemaakt.

“De satelliet werkt prima en we laten zien dat het mogelijk is om de gegevens van een miljard sterren te analyseren”, zegt projectwetenschapper Timo Prusti van de Gaia-missie. “Hoewel de gegevens nog niet definitief zijn, willen we deze zo snel mogelijk beschikbaar maken voor de astronomische gemeenschap.”