vis

Wetenschappers hebben in de Grote Riftvallei in Kenia tien tot twaalf miljoen jaar oude fossiele resten van vissen ontdekt. Waarschijnlijk bevinden zich onder de vissen zeker enkele soorten die de wetenschap nog onbekend zijn. Ook kan de vondst wetenschappers meer vertellen over de evolutie van vissen in Afrika.

In het gebied waar vroeger vissen rond zwommen, worden nu slechts stenen en rotsen gevonden. In deze streek doet onderzoeker Bettina Reichenbacher onderzoek met haar team van acht wetenschappers. Zij vertelt: “Het komt zeer zelden voor dat zoveel fossielen bij elkaar worden gevonden en dan ook nog zo goed bewaard zijn gebleven.”

Tien tot twaalf miljoen jaar
In samenwerking met de Egerton Universiteit in Kenia kon het Duitse team van onderzoekers de fossielen meenemen naar München voor verder onderzoek. Zij ontdekten hier dat de fossielen tussen de tien en twaalf miljoen jaar oud zijn. Sommige vissen zijn nog intact, terwijl bij andere exemplaren alleen de kop nog goed herkenbaar is. “Wij vermoeden dat de vissen zijn gestorven door vulkaanuitbarstingen. Veel fossielen hebben een geopende bek, dat wijst op verstikking. Dat de vissen zo goed zijn geconserveerd komt waarschijnlijk ook door het vulkanisme in het gebied. Zij zijn begraven onder een aslaag, zodat zij niet zijn vergaan,” vertelt Reichenbacher.

WIST U DAT…

…door de wc gespoelde vissen de oceanen bedreigen?

Nieuwe soorten
Reichenbacher denkt dat veel nieuwe soorten zullen worden beschreven. In het huidige Afrika komen ongeveer 3000 soorten zoetwatervissen voor. Daar tegenover staan slechts 60 fossiele soorten die hier gevonden zijn. Hiervan werden tot nu toe alleen tanden en botten in fossiele vorm gevonden. “De pas ontdekte fossielen zullen onze kennis over de evolutie van vissen in Kenia vergroten. En niet alleen van die in Kenia, maar van heel Afrika,” aldus Reichenbacher.

De wereld van toen
Elk ontdekt fossiel is belangrijk. Niet alleen omdat het iets over de vissen kan vertellen, maar ook omdat de resten wetenschappers kunnen helpen om te achterhalen hoe het gebied er tien tot twaalf miljoen jaar geleden uitzag en hoe het klimaat toen was. Reichenbacher vertelt hierover: “Dankzij vondsten van fossielen kunnen wij bijvoorbeeld achterhalen of bepaalde vissen in tropische zeeën voorkwamen, of dat zij voorkwamen in meertjes in een verder droge omgeving.” Binnen het gebied van de evolutie is het van belang dit te weten, zodat uitspraken kunnen worden gedaan over het ontstaan van graslanden en wat dit voor effect had op de ontwikkeling van mensachtigen, de voorlopers van de moderne mens.

Het wetenschapsteam uit München wordt ondersteund door de Orrorin-Community-Organisation, een plaatselijke organisatie die zich inzet voor het behoud van de fossielen in het gebied. Reichenbach en haar team zijn pasgeleden weer uit Kenia teruggekeerd met veel nieuwe fossielen. Het onderzoek begint weer opnieuw met het op naam brengen van de vele meegebrachte fossielen, een nauwgezet werkje. De beloning volgt aan het eind van elk onderzoek, als men weet hoe de vissen er toen uitzagen, welke soorten het zijn en in wat voor omgeving zij leefden.