Een sterke voorkeur voor zonen resulteert nog dit decennium naar verwachting in 4,7 miljoen minder meisjes. En dat kan verstrekkende gevolgen hebben.

Wordt het een jongetje of een meisje? Het is een vraag die veel zwangeren graag beantwoord willen zien. Uit nieuwsgierigheid, praktische overwegingen, of omdat er een uit de Verenigde Staten overgewaaide gender reveal op de planning staat.

Voorkeur voor zonen
Maar soms staat er bij de geslachtsbepaling veel meer op het spel. In sommige landen is de voorkeur voor zonen zo sterk, dat wanneer een geslachtsbepaling uitwijst dat er een meisje op komst is, de zwangerschap wordt afgebroken. En dat is niet iets wat zo af en toe gebeurt; naar schatting zijn er tussen 1970 en 2017 wereldwijd na prenatale geslachtsbepalingen zo’n 45 miljoen meisjes geaborteerd. Zo’n 95 procent van die meisjes was anders in China of India ter wereld gekomen.

En tussen 2021 en 2030 zullen op deze manier naar verwachting nog eens meer dan 4,7 miljoen meisjes niet het levenslicht zien. En dat is nog een conservatieve schatting. Dat schrijven onderzoekers in een nieuwe studie, verschenen in het blad BMJ Global Health.

Het onderzoek
Voor hun studie analyseerden de onderzoekers meer dan 3 miljard geboorteaktes, opgetekend in landen wereldwijd. Met behulp van een model stelden ze vast in welke landen of gebieden sprake is (geweest) van een scheve geslachtsverhouding, oftewel een populatie die naar verhouding opvallend meer mannen dan vrouwen telt. Het resulteert in een lijstje van twaalf landen dat natuurlijk wordt aangevoerd door het hierboven al even genoemde India en China, maar waarop ook landen als Vietnam en Albanië pronken. “Onder alle landen en gebieden zijn er 12 die in het verleden een scheve geslachtsverhouding hadden of deze nog altijd hebben,” vertelt onderzoeker Fengqing Chao aan Scientias.nl. Van deze 12 hebben alleen Hong Kong, Korea en Georgië de transitie van een scheve naar een normale geslachtsverhouding al gemaakt. De overige gebieden kampen nog altijd met een scheve geslachtsverhouding, hoewel sommige gebieden – met name China – ook wel hard op weg zijn om de verhoudingen weer recht te trekken. Toch verwachten de onderzoekers op basis van hun model dat deze twaalf landen in de komende negen jaar samen nog meer dan 4,7 miljoen meisjes ‘mislopen’. En tot het jaar 2100 zouden in deze 12 landen de geboortes van in totaal 5,7 miljoen meisjes voorkomen worden.

Slechtst denkbare scenario
Maar mogelijk gaat de voorkeur voor zonen ook buiten deze twaalf landen een stempel drukken op de geslachtsverhouding; in hun studie identificeren de onderzoekers namelijk nog eens 17 andere landen waarin nu nog geen sprake is van een scheve geslachtsverhouding, maar deze – vanwege een groeiende voorkeur voor zonen – wel op de loer ligt. Het gaat om landen zoals Afghanistan, Pakistan, Nigeria en Tanzania. Als de ontluikende voorkeur voor zonen ook daar gaat leiden tot het aborteren van meisjes, kunnen er tot 2100 maar liefst 22 miljoen meisjes niet geboren worden. Het is een tamelijk extreem scenario en ligt niet direct in de lijn der verwachtingen, zo benadrukt Chao. “Het is een scenario, geen voorspelling. Deze zeventien landen lopen het risico op een scheve geslachtsverhouding, omdat er aanwijzingen zijn dat er nu sprake is van een voorkeur voor zonen. Dat gezegd hebbende is het wel goed om dit extreme, hypothetische scenario te schetsen, omdat het laat zien hoe het slechtst denkbare scenario eruit zou kunnen gaan zien.”

Problemen
Want waar de geboorte van meisjes voorkomen wordt, ontstaat een door mannen gedomineerde samenleving. En die brengt weer nieuwe problemen met zich mee. “Zolang de geslachtsverhouding in een populatie heel scheef is, heeft dat consequenties,” stelt Chao. “Zo kan in zo’n populatie een huwelijkssqueeze ontstaan (waarbij door een gebrek aan vrouwen meer mannen noodgedwongen single blijven). Ook kan het leiden tot vrouwenhandel.” Daarnaast zijn er aanwijzingen dat in een door mannen gedomineerde samenleving meer sprake is van asociaal gedrag en geweld (tegen vrouwen).

Het is volgens Chao dan ook belangrijk om een vinger aan de pols te houden en – zoals in dit onderzoek is gedaan – een beter beeld te krijgen van hoe geslachtsverhoudingen zich (kunnen) gaan ontwikkelen. Op basis daarvan kunnen namelijk maatregelen worden genomen om scheve geslachtsverhoudingen (met alle gevolgen van dien) te voorkomen of terug te dringen. Dat laatste is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zo kun je het aborteren van meisjes simpelweg omdat het dochters en geen zonen zijn, wel verbieden, maar dat is onder meer in China en India geen oplossing gebleken. Het is in die landen nog altijd vrij gemakkelijk om een zwangerschap te beëindigen en het is lastig om aan te tonen dat een abortus wordt uitgevoerd omwille het geslacht van het kind en dus op het verbod te handhaven. Het lijkt er dan ook op dat het probleem bij de wortel – oftewel die voorkeur voor zonen – moet worden aangepakt. “Het promoten van gendergelijkheid is heel belangrijk,” meent Chao. Maar ook dat is niet eenvoudig; de voorkeur voor zonen zit in sommige culturen diep ingebakken. Zonen vereisen geen bruidsschat, zonen kunnen meer geld verdienen en zorg dragen voor hun ouders op leeftijd. Het veranderen van die culturele rolpatronen kost tijd en tot 2100 dus naar verwachting zeker zo’n 5,7 miljoen meisjeslevens.