Wetenschappers hebben een drone ter grootte van een bij gemaakt die op elk materiaal een tussenlanding kan maken en zo veel langer operationeel kan blijven.

Kleine drones kunnen voor tal van doeleinden worden gebruikt. Bijvoorbeeld om te zoeken naar gaslekken of onderzoek te doen naar de atmosfeer. “Veel toepassingen voor kleine drones vereisen dat ze voor langere tijd in de lucht blijven,” vertelt onderzoeker Moritz Graule. “Helaas raakt de energie van kleine drones snel op. Wij willen ze langer in bedrijf houden zonder dat ze daarvoor meer energie nodig hebben.” Graule en collega’s ontwikkelden mini-drones die – net als vleermuizen, vogels of vlinders – kunnen neerstrijken op bijvoorbeeld bladeren en dat bespaart flink wat energie.

Statisch
Om te kunnen landen, maakt de mini-drone gebruik van elektrostatische hechting (hetzelfde principe dat ervoor zorgt dat een ballon aan een muur of een panty aan een rok blijft ‘plakken’). Wanneer de mini-drone moet gaan landen, wordt het landingsgestel negatief geladen, waardoor het blijft ‘plakken’ aan bijna elk oppervlak, of dat nu een blad of hout of glas is. Om de mini-drone weer op te laten stijgen, hoeft alleen de negatieve lading te worden opgeheven.

De mini-drone - RoboBee genaamd - weegt zo'n 100 milligram en is qua gewicht vergelijkbaar met een honingbij. Afbeelding: Graule et al., SCIENCE 352:978.

De mini-drone – RoboBee genaamd – weegt zo’n 100 milligram en is qua gewicht vergelijkbaar met een honingbij. Afbeelding: Graule et al., SCIENCE 352:978.

Minder energie
Natuurlijk vraagt ook zo’n tussenlanding om energie. Het landingsgestel moet immers een negatieve lading handhaven. Maar dat landingsgestel verbruikt tijdens zo’n tussenlanding nog altijd 1000x minder stroom dan de mini-drone nodig heeft om te blijven zweven. En daarmee kan zo’n tussenlanding de missieduur van de mini-drone enorm verlengen.

Nu het energieverbruik van de mini-drones is aangepakt, is het tijd voor de volgende stap. Zo willen de onderzoekers de mini-drones nu in staat stellen om zelf de wereld te ‘bekijken’ en zelfstandig te vliegen. Daartoe zullen sensoren moeten worden ingebouwd. Met die sensoren kan de robot bijvoorbeeld zelf een geschikte landingsplek kiezen.