mona

Wetenschappers hebben de kleinste Mona Lisa ooit gemaakt. Ze ‘schilderden’ de Mona Lisa op een oppervlak dat ongeveer 30 micrometer breed was. Voor uw beeldvorming: daarmee is het canvas drie keer smaller dan een menselijke haar.

De onderzoekers noemen hun schilderij gekscherend de Mini Lisa. Ze produceerden het schilderij met behulp van een atoomkrachtmicroscoop en een techniek die aangeduid wordt als TCNL (dat staat voor ThermoChemical NanoLithography).

Warmte bepaalt de tint van elke pixel. Voor lichtere delen van het schilderij (bijvoorbeeld de handen) was meer warmte nodig. Afbeelding: Georgia Tech.

Warmte bepaalt de tint van elke pixel. Voor lichtere delen van het schilderij (bijvoorbeeld de handen) was meer warmte nodig. Afbeelding: Georgia Tech.

Hoe werkt het?
De onderzoekers ‘schilderden’ het schilderij pixel voor pixel door een heel klein stukje van het ‘canvas’ te verwarmen en zo een aantal specifieke chemische reacties op nanoschaal te creëren. Door de hitte te laten variëren, ontstonden verschillende tinten grijs: hoe warmer hoe lichter de tint grijs was. Minder hitte leidde tot donkere tinten grijs (die bijvoorbeeld nodig waren voor de jurk en haren van Mona Lisa). “Door de temperatuur exact te bepalen, kon ons team de chemische reacties die leiden tot variaties in de moleculaire concentratie op nanoschaal, manipuleren,” vertelt onderzoeker Jennifer Curtis, verbonden aan het Georgia Institute of Technology.

Meer mogelijkheden
De onderzoekers tonen met hun experiment aan dat het mogelijk is om complexe chemische reacties op nanoschaal gecontroleerd plaats te laten vinden. In het geval van de Mina Lisa werd die wetenschap gebruikt om verschillende tinten grijs te produceren, maar er zijn meer mogelijkheden, zo benadrukt onderzoeker Seth Marder. “We denken dat TCNL in staat zal zijn om patronen van andere fysieke of chemische eigenschappen te creëren, zoals bijvoorbeeld het geleidingsvermogen van grafeen.” De techniek zou bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om nano-apparaten te produceren.

Het volledige onderzoek is verschenen in het blad Langmuir.