De Cassini ruimtesonde heeft tijdens scheervluchten langs de maan Titan een goed beeld gekregen van het binnenste van de maan. De ruimtesonde ondervond subtiele zwaartekrachtsvariaties, die erop wijzen dat het binnenste van Titan te koud was om verschillende lagen van ijs en gesteente te vormen.

Hierdoor is het inwendige van Titan anders geëvolueerd dan de binnenste planeten – zoals de aarde – en ijzige manen als Ganymedes (Jupiter). Ruimtebjecten als de aarde en Ganymedes bestaan uit duidelijke lagen. “De resultaten zijn belangrijk om de geschiedenis van de manen in het buitenste zonnestelsel te begrijpen”, legt projectwetenschapper Bob Pappalardo van het Cassini-team uit.

Het binnenste van Titan is als een sorbetijs gevuld met stukken gesteente. Alleen de buitenste laag met een dikte van 500 kilometer bestaat enkel uit ijs. Het inwendige is waarschijnlijk nooit erg warm geweest, zoals het binnenste van de aarde was en is.

Wetenschappers denken dat de vorming van Titan langzaam verliep. “Waarschijnlijk duurde het een miljoen jaar”, vertelt David J. Stevenson, professor planetaire wetenschappen aan het California Instituut voor Technologie in Pasadena. “Anders zou het ijs te heet zijn geworden, met als gevolg dat ijs en gesteente zich scheiden.”