In de negentiende eeuw geloofden veel Nederlanders dat het einde der tijden nabij was. Gods Duizendjarige Rijk kon ieder moment aanbreken, zo was de gedachte. Volgens historicus Rie Kielman vertraagde dit het moderniseringsproces.

West-Europa moderniseerde in de eeuw na de Franse Revolutie (1789). Zo ontstonden er grootschalige fabrieken, werden stoommachines ingezet en veranderden wetten en regels. Zo werd het leven voor fabrieksarbeiders draaglijker. Toch beweert Kielman dat het moderniseringsproces in Nederland iets trager verliep.

Hoe denken christenen over het einde van de tijd?

Christenen geloven dat Jezus Christus ooit terugkomt op aarde en Satan (de duivel) voorgoed opsluit. Hierdoor wordt er een wereldwijd vrederijk gesticht dat duizend jaar duurt. Tijdens deze periode vindt de dag des oordeels plaats, waarop over alle mensen een oordeel geveld wordt door God. Sinds de dood van Jezus kijken christenen uit naar het zogenoemde einde der tijden. Dit geloof is sterker in zware tijden. Anno 2017 zijn er nog steeds veel fundamentalistische en evangelische christenen die geloven dat een Duizendjarig vrederijk nabij is.

“In dezelfde periode kende West-Europa echter ook een krachtige herleving van de Bijbelse eindtijdverwachting,” vertelt promovendus Rie Kielman. “In die tijd dachten veel gelovigen dat Christus zou terugkeren op aarde, of dat de dag des oordeels snel zou plaatsvinden. Secularisering en modernisering daarentegen zouden leiden tot geloofsafval of zelfs de verschijning van de antichrist. Dit armageddon-denken kreeg uitgerekend in Nederland de wind in de zeilen, omdat de invloed van de Verlichting hier minder sterk was.”

Documenten
Uit allerlei documenten blijkt dat het einde ter tijden breed leefde onder de Nederlandse bevolking. In haar proefschrift noemt Kielman voorbeelden van Isaac da Costa, Hendrik Nüse, Jan Masereeuw, Claas Siegers van de Würde en de Zwijndrechtse Nieuwlichters. De meningen waren niet eensgezind. Zo voorspelde Nüse een koninkrijk onder pauselijke gezag, terwijl de Zwijndrechtse Nieuwlichters zichzelf zagen als profeten door God gezonden.

Het gaat beter dan ooit

Sommige doemdenkers beweren dat het momenteel slecht gaat met de wereld. Er is terrorisme en we moeten allemaal uitkijken. Toch valt het wel mee.
Het gaat nu veel beter dan de afgelopen paar honderd jaar. “Zo is er bijvoorbeeld veel minder armoede dan ooit tevoren, maar daar is dan weer niet zoveel aandacht voor in de kranten”, zegt wetenschapsjournalist Steven Stroeykens in een artikel over het einde van de wereld.

Groter effect in Nederland
Het effect was dat er in Nederland een groter verzet was tegen de ‘antichristelijke’ socialisten dan in omringende landen. Kielman heeft ontdekt dat het vertrouwen in de parlementaire democratie als middel om modernisering aan te zwengelen daalde. “Zelfs rond 1850 kwamen de zogeheten Christelijke Vrienden nog met een grootscheeps geloofsoffensief om de voortgaande secularisering van de samenleving terug te draaien,” zegt Kielman. “Hun verzet tegen het socialisme en de moderne Bijbelkritiek viel bij de arbeiders- en middenklasse in vruchtbare aarde.”

De start van de afbrokkeling
Dit veranderde na 1840. Zo schreef het liberale tijdschrift De Gids over wetenschappelijke ontdekkingen die haaks stonden op het Bijbelse scheppingsverhaal, waardoor Nederlanders begonnen te twijfelen aan de Bijbel. Ook internationaal gebeurde dit. Predikant William Miller berekende dat Jezus in 1844 zou terugkomen. De oude aarde zou vergaan en plaatsmaken voor een nieuwe, betere aarde. Vele gelovigen verkochten al hun bezittingen en wachtten geduldig af. Maar er gebeurde niets. Het ging de boeken in als de ‘Great Disappointment’. De polarisatie nam de decennia daarna verder toe, waarna in 1870 de voedingsbodem voor de zogenoemde eschatologie verdampte.