De Spitzer Telescoop en de Hubble Telescoop hebben hun krachten gebundeld en dat levert fantastische resultaten op: zo hebben ze samen mogelijk het oudste sterrenstelsel gevonden. Het sterrenstelsel stamt uit de jeugd van het universum en is zo’n 13,2 miljard jaar oud.

“Dit sterrenstelsel is het meest verre object dat we ooit met zoveel zekerheid geobserveerd hebben,” vertelt onderzoeker Wei Zheng. Het sterrenstelsel ontstond al heel vroeg: zo’n 500 miljoen jaar na het ontstaan van het universum.

Middeleeuwen
De tijd waarin dit sterrenstelsel ontstond, moet bijzonder interessant zijn geweest. De zogenoemde ‘kosmische Middeleeuwen’ waarin het heelal donker en zonder sterren was, begon plaats te maken voor een kosmos vol sterrenstelsels. “Toekomstig onderzoek omtrent dit sterrenstelsel en vergelijkbare sterrenstelsels die we nog hopen te vinden, zal ons in staat stellen om de eerste objecten in het universum te bestuderen en te achterhalen hoe de kosmische Middeleeuwen eindigden.”

Het stokoude sterrenstelsel. Afbeeldingen: NASA / ESA / STScI / JHU.

Licht
Het is overigens niet voor het eerst dat hele oude sterrenstelsels worden teruggevonden. Maar eerdere stokoude sterrenstelsels werden enkel in één kleur gespot, terwijl dit sterrenstelsel met dank aan Hubble en Spitzer in vijf verschillende golflengtes is waargenomen. Het licht dat Hubble en Spitzer zagen, is 13,2 miljard jaar onderweg geweest. Op basis van het licht stellen de onderzoekers dat het sterrenstelsel klein en compact is: met een massa die vergelijkbaar is met één procent van de massa van onze Melkweg. Dat ligt mooi in lijn met de theorieën die stellen dat de eerste sterrenstelsels inderdaad klein waren.

Telescopen zijn over het algemeen niet sterk genoeg om zulke verre sterrenstelsels te vinden. Daarom maakten de onderzoekers gebruik van een techniek die Albert Einstein een eeuw geleden al presenteerde: de zwaartekrachtlens. Hierbij zorg de zwaartekracht van een middelste object dat precies op één lijn ligt met de waarnemer en het object dat onderzoekers willen waarnemen dat het licht van het waar te nemen object wordt versterkt. In deze situatie bevond zich tussen de waarnemer en het stokoude sterrenstelsel een enorm cluster van sterrenstelsels dat het verre sterrenstelsel zo’n vijftien keer helderder en dus zichtbaar maakte.