Het gaat om zes keien die aanzienlijk helderder van kleur zijn dan Bennu zelf.

In 2011 arriveerde ruimtesonde Dawn bij planetoïde Vesta, om er een jaar later alweer afscheid van te nemen en koers te zetten naar dwergplaneet Ceres. Even leek het erop dat we in ieder geval voorlopig niets meer van deze planetoïde in close-up te zien zouden krijgen. Maar NASA komt nu met opvallend nieuws. Stukjes van Vesta zijn namelijk aangetroffen op de planetoïde Bennu, waar momenteel de ruimtesonde OSIRIS-REx omheen cirkelt.

Keien
“We hebben zes keien aangetroffen die tussen 1,5 en 4,3 meter groot zijn en verspreid over het zuidelijk halfrond en nabij de evenaar van Bennu liggen,” zo vertelt onderzoeker Daniella DellaGiustina. “Deze keien zijn veel helderder dan de rest van Bennu en komen overeen met materiaal van Vesta.”


Maar hoe zijn die materialen dan precies op Bennu terecht gekomen? Voor nu wordt aangenomen dat het allemaal begon met een botsing tussen een fragment van Vesta en een wat grotere planetoïde. Stukjes van Vesta belandden op de planetoïde die later weer grotendeels uiteenviel. “Een deel van het puin vormde – onder invloed van de eigen zwaartekracht – Bennu,” vertelt onderzoeker Hannah Kaplan. En tussen dat puin moeten ook enkele stukjes van Vesta hebben gezeten.

Afbeelding: NASA / Goddard / University of Arizona.

Samenstelling
De heldere keien – die zo’n tien keer helderder zijn dan hun omgeving – springen op beelden gemaakt door OSIRIS-REx meteen in het oog. Geen wonder dat ze de onderzoekers nieuwsgierig maakten. En dus werden instrumenten aan boord van de sonde ingezet om de samenstelling van de keien te onthullen. Het onderzoek wijst uit dat ze rijk zijn aan pyroxeen, een mineraal dat we ook terugzien op Vesta en kleinere planetoïden waarvan we weten dat ze tijdens inslagen van Vesta zijn weggeslingerd.

Opwarming
Hoewel de keien qua samenstelling direct aan Vesta doen denken, is er natuurlijk ook altijd nog de mogelijkheid dat ze toch ontstaan zijn op de grote planetoïde waar Bennu later uit voortkwam. Maar de onderzoekers achten dat heel onaannemelijk. Ze wijzen er daarbij op dat het mineraal pyroxeen doorgaans ontstaat wanneer rotsachtig materiaal onder invloed van hoge temperaturen smelt. Maar het grootste deel van Bennu bestaat uit gesteenten die waterdragende mineralen herbergen en dat toont aan dat zowel Bennu als de planetoïde waaruit deze is voortgekomen nooit aan hoge temperaturen is blootgesteld.


Inslag
De onderzoekers sluiten verder ook uit dat er op de planetoïde waar Bennu uit voortkomt ooit sprake is geweest van lokale opwarming, bijvoorbeeld door een inslag, waarbij het mineraal zou kunnen zijn ontstaan. Want om zulke grote keien van pyroxeen te vormen heb je een enorme inslag nodig en die zou de complete planetoïde hebben verwoest. Er is volgens de onderzoekers dan ook maar één resterende mogelijkheid: de pyroxeen-rijke keien zijn afkomstig van een ander hemellichaam.

Itokawa en Ryugu
Overigens is het niet ongebruikelijk dat materialen van het ene naar een ander hemellichaam reizen. Onderzoekers hebben daar al eerder aanwijzingen voor gevonden. Zo trof ruimtesonde Hayabusa op de planetoïde Itokawa een zwarte kei aan die daar eigenlijk niet thuishoorde. En recent vond Hayabusa2 ook op de planetoïde Ryugu materiaal dat afkomstig is van andere planetoïden. En Dawn trof op Vesta donker materiaal aan dat daar oorspronkelijk niet thuishoorde.

Complexe reis
De ontdekking van de heldere keien op Bennu wijst er maar weer eens op dat planetoïden terwijl ze rond de zon cirkelen van alles meemaken. Door toedoen van botsingen, de zwaartekracht van planeten en andere objecten en zelfs de lichte druk van zonlicht kan hun baan zelfs iets of radicaal veranderen. En kunnen ze zomaar op objecten of fragmenten daarvan stuiten en stukjes daarvan met zich mee gaan voeren. De ontdekking van stukjes Vesta op Bennu kan onderzoekers dan ook helpen om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de complexe reis die Bennu en andere planetoïden door ons zonnestelsel hebben afgelegd.

OSIRIS-REx zal volgende maand afdalen richting het oppervlak van Bennu en de planetoïde bemonsteren. De monsters worden in 2023 voor analyse op aarde afgeleverd en moeten meer inzicht geven in de geschiedenis en oorsprong van de planetoïde. In aanloop naar de bemonstering en zoektocht naar geschikte plaatsen voor afdaling zijn eind vorig jaar al verschillende close-upbeelden van het oppervlak van Bennu gemaakt. Kaplan en collega’s verwachten op die beelden nog kleinere stukjes van Vesta aan te treffen. Ook zien ze reikhalzend uit naar de eerste monsters afkomstig van Bennu. “Hopelijk bevatten ze fragmenten van deze intrigerende stukjes gesteente.”