Het eiwit dook op in een meteoriet die in 1990 in Algerije werd teruggevonden.

“Het is een simpel eiwit,” zo vertelt onderzoeker Julie McGeoch aan Scientias.nl. “Bestaande uit glycine (een aminozuur, red.) en met ijzer-, zuurstof- en lithiumatomen aan de uiteinden.” Een bijzondere samenstelling. En dat is ook niet zo gek. Want als de bevindingen van McGeoch en collega’s – die nog peer-review moeten ondergaan – overeind blijven, gaat het eiwit de boeken in als het eerste eiwit met een buitenaardse afkomst, dat tot op heden is teruggevonden.

Meteoriet
McGeoch en collega’s ontdekten het eiwit – dat aangeduid wordt als hemolithine – in de Acfer-086-meteoriet. Deze werd zo’n dertig jaar geleden in Algerije teruggevonden. “Acfer-086 ontstond in de protoplanetaire schijf of moleculaire wolk waaruit ons zonnestelsel werd gevormd,” vertelt McGeoch. Met die afkomst in gedachten is het niet vergezocht om in deze ruimtesteen op jacht te gaan naar eiwitten: moleculen die bestaan uit polymere ketens van aminozuren. Aminozuren zijn namelijk eerder al in de ruimte ontdekt (bijvoorbeeld op komeet 67P, maar ook in koolstofrijke meteorieten). “En we hebben theoretisch reeds vastgesteld dat aminozuren zich kunnen verzamelen om dergelijke systemen (eiwitten, red.) te vormen.” Wat tot voor kort echter nog niet was gelukt, was het daadwerkelijk detecteren van die buitenaardse eiwitten. Maar het onderzoek van McGeoch lijkt daar dus verandering in te brengen.


Eerdere studies
Het fundament voor het nieuwe onderzoek van McGeoch en collega’s werd in de afgelopen jaren gelegd, toen verschillende experimenten McGeoch tot de conclusie brachten dat het mogelijk moest zijn dat aminozuren in warme, dichte moleculaire wolken in de interstellaire ruimte samenkwamen om eiwitten te vormen. Uit zo’n moleculaire wolk werd uiteindelijk ons zonnestelsel, met daarin ook de meteoriet die in 1990 in Algerije werd teruggevonden, gevormd. Als eiwitten in deze moleculaire wolk ontstonden, lijkt het niet ondenkbaar dat ze ook terechtkwamen in meteorieten. “Na al die studies wilde ik deze theorie testen. Wat we nodig hadden, was een gevoelige methode om de eiwitten in de meteorieten te detecteren.” Daarbij waren twee dingen heel belangrijk. “Het ontwikkelen van een methode waarbij het monster niet besmet raakt met aardse moleculen (die vervolgens onterecht voor buitenaardse moleculen kunnen worden aangezien, red.) én die voorkomt dat complexe moleculen (door de zoektocht ernaar of detectie ervan, red.) uiteenvallen.” McGeoch is er vrij zeker van beide uitdagingen het hoofd te hebben geboden en het eerste buitenaardse eiwit te hebben ontdekt.

Leven
Een ontdekking die – als deze ook na peer review en vervolgonderzoek standhoudt – grote implicaties kan hebben voor de zoektocht naar de oorsprong van het leven. “Hemolithine kan elektronen aannemen of doneren. Zo’n molecuul kan water(moleculen) splitsen en zodoende dienst doen als een energiebron. Dat kan heel nuttig zijn geweest in de vroege biochemie.”

Bovendien spelen eiwitten een cruciale rol in het leven zoals wij dat kennen. Als er nu daadwerkelijk een buitenaards eiwit is aangetroffen, is dus in ieder geval opnieuw aangetoond dat ingrediënten voor leven veelvuldig in de ruimte voorkomen. Dat vermoeden is de afgelopen jaren – met dank aan krachtige observatoria – sowieso al enorm versterkt. Zo troffen onderzoekers eerder in de interstellaire ruimte al een eenvoudige vorm van suiker, maar tevens een voorloper van RNA – dat weer gezien kan worden als één van de bouwstenen van leven – aan en werden op stofkorrels in diezelfde interstellaire ruimte moleculen aangetroffen bestaande uit elementen zoals koolstof, stikstof en zuurstof. Stel je nu nog eens een moleculaire wolk voor met daarin tal van elementen die zich samentrekt, waardoor de dichtheid – gelijktijdig met de kans op allerhande chemische reacties – toeneemt. Dat er op zo’n plek complexe moleculen en eiwitten ontstaan, lijkt bijna vast te staan. Vervolgstudies zullen uit moeten wijzen of het wetenschappers nu gelukt is om daar ook tastbaar bewijs voor te vinden en welke implicaties de vondst precies heeft voor onze zoektocht naar buitenaards leven en de oorsprong van ons bestaan.