Wetenschappers hebben de Mona Lisa van Leonardo Da Vinci aan een grondig onderzoek onderworpen. Ze scanden het schilderij en ontdekten dat het unieke effect van de mysterieuze glimlach veroorzaakt wordt door zo’n veertig lagen transparant glazuur. Deze bracht Da Vinci waarschijnlijk met zijn vingers aan. Zo creëerde hij het sfumato-effect.

Sfumato komt van het Italiaanse ‘fumo’ wat rook betekent. De schildertechniek zorgt ervoor dat lijnen vervagen en schaduwen zich als het ware mengen met licht.

Notitie
Hoewel het een bekende schildertechniek uit de Renaissance is, was altijd onbekend hoe Da Vinci het deed. Hij legde het nooit uit, maar refereerde er wel aan in één van zijn notities: “Licht en schaduw zouden zich zonder lijnen of grenzen moeten mengen, net als rook,” zo schreef hij.

Anders
Onderzoeker Philippe Walter scande het schilderij met behulp van röntgenfluorescentiespectrometrie (hierbij worden de chemische elementen in het schilderij één voor één benoemd) en analyseerde de sfumato-techniek zo laag voor laag. Naast de Mona Lisa bestudeerde hij nog zes werken van Da Vinci. De schilder bleek de techniek elke keer weer anders te gebruiken.

Belle Ferronnière

Verbeteren
Ook blijkt uit de schilderijen dat Da Vinci zijn hele leven gepoogd heeft zijn techniek te verbeteren. Zo zijn de schaduweffecten in het schilderij Belle Ferronnière niet het gevolg van transparant glazuur, maar van donkere pigmenten in olie. “De meester verbeterde zijn schildertechniek voortdurend,” vertelt Walter. Pas in zijn latere schilderijen – waaronder de Mona Lisa – gebruikte

hij het glazuur.

Mangaan
In de Mona Lisa is elke laag glazuur zo’n één tot twee micrometer dik. Dat is 50 maal dunner dan een menselijk haar. De lagen vormden samen een laag van niet meer dan 30 tot 40 micrometer. “Een enorme prestatie. Zelfs voor vandaag de dag.” De donkere gebieden ontstaan doordat een laag met mangaan iets dikker over de lichtere gebieden was aangebracht.

Mysterie
Uit de analyse blijkt dat Mona Lisa’s glimlach ontstond doordat het glazuur zich mengde met de subtiel verschillende pigmenten. Hierdoor verdwijnen de schaduwen rondom de mond in het niets en ontstaat een soort mysterieuze gloed.

De diverse lagen glazuur moesten lang drogen en het kon soms wel weken of maanden duren voor er verder gewerkt kon worden. Dat zou verklaren waarom Da Vinci maar liefst vier jaar aan het portret werkte.