Baby’s van zes maanden oud zouden al in staat zijn om mensen die goeddoen en mensen die kwaaddoen van elkaar te onderscheiden en een voorkeur hebben voor mensen die goeddoen. Maar een nieuw onderzoek trekt die conclusie en dus het morele kompas van baby’s ernstig in twijfel.

In 2007 voerden onderzoekers van de universiteit van Yale een onderzoek uit waaruit bleek dat baby’s van zes maanden oud personen als ‘goed’ en ‘kwaad’ kunnen bestempelen en een voorkeur hebben voor ‘goede’ personen. Ze baseerden die conclusie op een experiment.

Proefje
De baby’s kregen te zien hoe een houten figuurtje probeerde om een berg te beklimmen. Een ander figuurtje hielp de klimmer. Ook kregen de baby’s te zien hoe het houten figuurtje door een ander figuurtje gehinderd werd en dus veel meer moeite had om de berg te beklimmen. Vervolgens kregen de baby’s beide figuurtjes op een presenteerblaadje aangeboden en konden ze er één kiezen. De meeste baby’s kozen voor het figuurtje dat hielp. Soms kregen de baby’s een presenteerblaadje met daarop een ‘helper’ en een nog niet eerder vertoond figuur of een figuurtje dat de klimmer hinderde en een nog niet eerder vertoond figuurtje. In het eerste geval kozen de meeste baby’s wederom voor de helper. In het laatstgenoemde geval ging hun voorkeur uit naar het figuurtje dat ze nog niet kenden.

Aangeboren
De onderzoekers concludeerden op basis van het onderzoek dat baby’s in staat waren om op basis van interactie tussen twee figuren vast te stellen hoe die figuren zijn. En aangezien de baby’s nog maar heel jong waren (zes maanden) moest die vaardigheid wel aangeboren en dus niet aangeleerd zijn.

WIST U DAT…

…recent onderzoek erop wijst dat peuters al weten wat eerlijk of oneerlijk is?

Twijfels
Onderzoekers van de universiteit van Otago trekken die conclusie nu in twijfel, zo meldt het blad PLoS ONE. Ze bedachten dat de baby’s wellicht simpelweg voor de helper kozen, omdat deze een interessantere rol had en dus langer hun aandacht kon opeisen. “Alleen wanneer de helper actief was, sprong de klimmer bovenaan de heuvel op en neer: een gebeurtenis waarvan we dachten dat baby’s deze leuk zouden vinden,” vertelt onderzoeker Damian Scarf. Zowel de helper als het figuurtje dat hinderde duwde de klimmer: een gebeurtenis die de baby’s waarschijnlijk niet leuk vonden. Vandaar die voorkeur voor het neutrale figuurtje wanneer ze konden kiezen uit een hinderend en neutraal figuur.

Hindernis
De onderzoekers besloten de studie eens over te doen. Nu lieten ze de klimmer niet op de top, maar aan de voet van de heuvel op en neer springen. Plots hadden de kinderen een voorkeur voor het figuur dat de klimmer hinderde en deze dus naar beneden duwde, alwaar de klimmer op en neer sprong. En dat is verrassend. “We zouden ongeacht waar de klimmer sprong een duidelijke voorkeur voor de helper moeten zien, want de helper helpt de klimmer altijd zijn doel te bereiken.”

De universiteit van Yale heeft inmiddels voortgeborduurd op het onderzoek uit 2007. De resultaten die daaruit voorkomen, onderschrijven het eerste onderzoek. Maar toch zijn de onderzoekers van Otago niet overtuigd. Ze denken dat ook die experimenten geen goed beeld geven.