Hij koos niet de gemakkelijkste route, wat mogelijk te verklaren is door het feit dat hij onderweg reeds door zijn moordenaar werd opgejaagd.

Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Hun studie handelt over Ötzi, een man die zo’n 5300 jaar geleden leefde. Zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven resten werden in de vorige eeuw in de Italiaanse Alpen, op 3210 meter hoogte, aangetroffen. Zowel het lichaam van Ötzi zelf als zijn kleding en de spullen die hij op het moment van zijn overlijden bij zich droeg, hebben een schat aan informatie opgeleverd over Ötzi zelf en de tijd waarin hij leefde.

Mossen
In het nieuwe onderzoek gooien wetenschappers het over een andere boeg; ze bogen zich over mossen en levermossen die nabij Ötzi zijn teruggevonden. In totaal gaat het om zo’n 75(!) verschillende soorten, waarvan er zo’n 23 voorkomen in het gebied waar Ötzi is aangetroffen. De overige 52 soorten komen oorspronkelijk in andere gebieden voor en lijken alleen met Ötzi – hetzij op zijn kleding of in zijn maag – te kunnen zijn meegereisd naar meer dan 3200 meter hoogte.


Schnalstal-dal
Juist de soorten mos die eigenlijk niet in het gebied waar Ötzi is teruggevonden, thuishoren, zijn interessant. Ze kunnen ons namelijk meer vertellen over de laatste reis van Ötzi en onthullen welke route hij nam naar een gebied dat uiteindelijk zijn laatste rustplaats zou worden. Zo blijken meerdere van de soorten mossen die bij Ötzi zijn aangetroffen eigenlijk thuis te horen in het lager gelegen Schnalstal-dal. Het suggereert dat hij tijdens zijn klim langs deze vallei reisde. “Sommige van de mossen zijn belangrijk voor het onderzoek naar de exacte route die hij tijdens zijn laatste reis volgde,” bevestigt onderzoeker Jim Dickson. “Een heel belangrijke soort is Flat Neckera, een soort die in bossen groeit en in grote getal op de kleding van Ötzi is aangetroffen en – in microscopisch kleine stukjes – ook in zijn darmen is gevonden. Die ontdekking en de ontdekking van andere mossen met een vergelijkbaar lager gelegen leefgebied zijn het best mogelijke bewijs voor het idee dat de IJsman van het zuiden naar het noorden, via Schnalstal, klom en niet via andere, nabijgelegen valleien.” Het onderzoek is in lijn met een eerdere studie – waarbij men bij de IJsman aangetroffen pollen onder de loep nam – die eveneens suggereerde dat Ötzi zich via Schnalstal naar de berg Hauslabjoch heeft begeven, waar hij uiteindelijk stierf.

Moord
Of nauwkeuriger gezegd: waar hij uiteindelijk werd vermoord. Want na decennia onderzoek staat wel vast dat Ötzi een gewelddadige dood stierf. Mogelijk werd zo een vete die enkele dagen eerder ook al geëscaleerd was, in het nadeel van Ötzi beslecht. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat Ötzi enkele dagen voor zijn dood al betrokken was geweest bij een gevecht, waarbij hij een diepe snee in zijn rechterhand had opgelopen. Sommige onderzoekers denken dan ook dat Ötzi in de dagen die volgden door zijn tegenstander werd achtervolgd en daarom de bergen invluchtte. Die hypothese lijkt te worden onderschreven door de route die onderzoekers nu aan de hand van mossen hebben uitgestippeld. Die route is namelijk zo logisch niet. “Het lijkt raadselachtig dat hij voor de meest stressvolle route – die door een kloof leidt – koos, maar rekening houdend met het scenario dat hij op de vlucht was, biedt een kloof de meeste mogelijkheden om je te verstoppen,” zo schrijven de onderzoekers. Kortom: Ötzi was dus zo gek nog niet. Ontsnappen bleek uiteindelijk echter onmogelijk; op zo’n 3210 meter hoogte joeg zijn moordenaar een pijl in de schouder van Ötzi, die daarna binnen enkele minuten doodbloedde.

Wie Ötzi – mogelijk na een lange jacht door kloven en over bergpassen – doodde, blijft waarschijnlijk voor altijd gissen. Zelfs de mossen kunnen dat – ondanks dat ze er getuige van zijn geweest – niet vertellen.


Eerdere onderzoeken
Eerdere studies hebben tal van interessante conclusies opgeleverd over Ötzi. Zo ontdekten onderzoekers recent nog dat Ötzi’s gereedschappen en wapens aan vervanging toe waren en kort voor zijn dood uitgevoerde pogingen om ze te repareren en verbeteren weinig hadden uitgehaald. Daarnaast weten we dat Ötzi’s laatste maaltijd behoorlijk vet was en dat de beste man leed aan aderverkalking, een slecht gebit had en niet wars was van tatoeages (hij had er maar liefst 61!). En een analyse van zijn kleding wijst uit dat deze gemaakt was van de vachten van zeker vijf verschillende soorten dieren: van bruine beren tot geiten.