Motten worden aangetrokken door licht. In de stad is dit gevaarlijk, want motten vliegen naar straatlantaarns en andere kunstmatige lichtbronnen, waardoor ze direct verbranden of een makkelijk doelwit vormen voor roofdieren. Uit nieuw onderzoek blijkt dat motten dit ook weten en dat stadsbewoners juist licht ontwijken.

Zwitserse wetenschappers van de universiteiten van Basel en Zurich hebben het gedrag van motten in de stad Basel in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat motten hun gedrag hebben aangepast en licht ontwijken.

De onderzoekers focusten zich op de kleine mot Yponomeuta cagnagella. Ze verzamelden larven van deze motten in plattelandsgebieden – zoals het dorpje Kleinl├╝tzel – en in steden als Allschwil en Basel. Vervolgens keken de wetenschappers naar de aantrekkingskracht van licht van bijna 1050 volwassen motten in het laboratorium. Uit deze experimenten blijkt dat stadsmotten minder worden aangetrokken door licht. Ook zijn de vrouwtjes minder gevoelig voor licht dan de mannetjes.

Natuurlijke selectie
Dit is een mooi voorbeeld van natuurlijke selectie. Insecten in de stad hebben een veertig tot honderd keer grotere kans om te sterven dan insecten op het platteland. Motten die licht ontwijken hebben grotere overlevingskansen, omdat ze zich aanpassen aan de omgeving. Ze hebben meer kans om voor nakomelingen te zorgen dan minder goed aangepaste motten.

Darwinvinken
Onderzoeker Charles Darwin bezocht in 1835 de Galapagoseilanden, waar hij de darwinvinken bestudeerde. Hij zag al snel een verwantschap tussen de vinken en het verschil in gedrag en snavelvorm. De snavel van iedere vink had zich namelijk aangepast aan het voedsel dat op een eiland verkrijgbaar is. Later publiceerde Darwin over de vogels in het beroemde: On the origin of species. Hiermee werd Darwin de belangrijkste grondlegger van de evolutietheorie.