Vliegen in de regen: daar draait de mug zijn hand niet voor om. Maar dichte mist, daar kan het insect helemaal niets mee. Dat blijkt uit een nieuw en toch wel verrassend onderzoek.

Muggen leven vaak in gebieden waar het vochtig en warm is en waar regenbuien veelvuldig voorkomt. Eind vorig jaar besloten onderzoekers daarom om uit te zoeken hoe de insecten eigenlijk omgaan met regen. Kunnen ze nog wel vliegen als er druppels die ongeveer vijftig keer zo zwaar zijn als een mug zelf uit de lucht komen zetten? Ja, zo bleek toen.

Lukt niet
Maar hoe zit dat met mist? Onderzoeker Andrew Dickerson en zijn collega’s van het Georgia Institute of Technology beten zich in dat vraagstuk vast. Ze bestudeerden muggen met behulp van zeer snelle camera’s. Ze ontdekten dat muggen in de mist minder vaak met hun vleugels slaan, maar nog wel in staat zijn om voldoende kracht te leveren om hun lichamen in de lucht te houden. Ze zijn echter niet in staat om een naar boven gerichte positie aan te houden en dus zullen ze bij mist ook niet lang in de lucht blijven. Dat vertellen onderzoekers tijdens een bijeenkomst van de American Physical Society’s Division of Fluid Dynamics.

WIST U DAT…

…Nederland sinds begin dit jaar weer een mug rijker is?

Kruimeltjes
“Regendruppels en mist beïnvloeden muggen op een heel andere manier,” vertelt Dickerson. “Vanuit het perspectief van een mug is het vallen van een regendruppel vergelijkbaar met geraakt worden door een kleine auto. Een mistdeeltje – dat twintig miljoen keer minder weegt dan de mug – is vergelijkbaar met geraakt worden door een kruimel. Dus mist is voor een mug wat regen is voor een mens.” Dat de mug toch zoveel moeite heeft met mist, is goed te verklaren. Tijdens een regenbui wordt een mug ongeveer elke twintig seconden door een druppel geraakt. Als het mistig is, wordt de mug voortdurend door de mistdeeltjes omringd. Het contact met regendruppels is dus kort, terwijl het contact met de mistdeeltjes voortduurt.

Maar waarom zijn die mistdeeltjes nu een probleem? Het heeft alles te maken met de halters van muggen. Dit zijn twee kleine orgaantjes achter de vleugels. Deze organen zijn belangrijk voor vluchtstabilisatie. Ze zijn qua grootte vergelijkbaar met druppeltjes mist en ze slaan ongeveer 400 keer per seconde op en neer. Hierdoor raken deze halters elke seconde duizenden deeltjes mist. Normaal gesproken hebben halters geen moeite met water: ze stoten het af. Maar die voortdurende botsingen met mist, daar zijn ze niet tegen bestand. Het resultaat: ze kunnen de vlucht niet meer stabiliseren en de mug slaagt er niet in om te vliegen. “Dus de halters kunnen hun positie niet goed bepalen en functioneren slecht,” stelt Dickerson. “Dit onderzoek toont aan dat er overeenkomsten zijn tussen het vliegen van insecten en mensen in vliegtuigen: een vlucht is niet mogelijk als men de omgeving niet kan waarnemen.” En dus blijven vliegtuigen bij mist aan de grond, vanwege verminderd zicht en zijn ook muggen bij mist aan de grond gekluisterd, vanwege slecht functionerende sensoren.