muisje

Wetenschappers hebben bewijs gevonden dat muizen in staat zijn om door te ruiken meer te weten te komen over elkaars genen. In hun urine zitten moleculen die muizen kunnen ruiken en die iets vertellen over de genen van de plassende muis.

De theorie dat sommige zoogdieren in staat zijn om elkaars genen te ruiken, bestaat al een tijdje. Onderzoekers dachten dat zoogdieren in staat zouden moeten zijn om genen die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem waar te nemen. Het gaat dan om de Major Histocompatibility Complex-genen (MHC-genen). Voor dieren zou het heel handig zijn als ze deze genen konden detecteren. Want het selecteren van een sekspartner die hele andere MHC-genen heeft, resulteert in nageslacht dat een gevarieerd immuunsysteem heeft en dus beter bestand is tegen de meest uiteenlopende ziektes.

Bewijs
In theorie klonk het allemaal heel logisch, maar bewijs dat muizen door te ruiken genetische informatie konden verzamelen, konden onderzoekers niet vinden. Tot nu. Wetenschappers van de universiteit van Tübingen zijn erin geslaagd om aan te tonen dat moleculen in de urine van muizen iets vertellen over de genen van de muizen en dat deze moleculen ruikbaar zijn.

MHC-peptiden
MHC-genen bepalen welke MHC-peptiden (een soort molecuul) op het oppervlak van killercellen (belangrijke cellen in het immuunsysteem) voorkomen. Deze peptiden bestaan vaak uit eiwitten van het eigen lichaam en roepen dus geen immuunreactie op. Maar wanneer de MHC-peptiden afkomstig zijn vaan een virus, gaan de killercellen direct in de aanval. Eerder onderzoek toonde al aan dat MHC-peptiden ook een geur afgeven die meer vertellen over de MHC-genen. Onderzoekers maakten de MHC-peptiden na en ontdekten dat hoge concentraties ervan het gedrag van muizen konden veranderen en dat de urine van muizen de geur van deze synthetische MHC-peptiden lijkt te bevatten.

Urine
Maar uit die eerdere onderzoeken bleek nog niet dat MHC-peptiden en hun geuren ook van nature in de urine voorkomen en waarneembaar zijn. De onderzoekers van de universiteit van Tübingen hebben nu in urine een MHC-peptide aangetroffen dat inderdaad naar een specifiek MHC-gen wijst. Maar de concentratie MHC-peptides in urine is uitzonderlijk laag. Bovendien bevat urine nog honderden andere peptides die niets met het MHC-gen te maken hebben. Al die peptides samen hebben een concentratie die ongeveer een miljoen keer groter is dan de concentratie MCH-peptides.

De resultaten wijzen erop dat muizen niet zozeer de genen die deel uitmaken van het immuunsysteem ruiken, maar dat bepaalde moleculen ze wel in staat stellen om meer te weten te komen over het totale genoom van andere muizen. Ze zouden met name in staat zijn om overeenkomsten en verschillen tussen genomen waar te nemen. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Nature.