Als een muis mag kiezen, gaat hij voor een temperatuur van 30 graden Celsius. Maar in het lab is het kouder. Grote vraag: wat doet dat met de onderzoeksresultaten?

Een muis in een laboratorium moet het doorgaans doen met een temperatuur die tussen de 20 en 26 graden Celsius ligt. Die temperatuur ligt aanzienlijk lager dan de temperatuur die een muis behaaglijk zou noemen: 30 graden Celsius. Onderzoekers hebben goede redenen om de temperatuur in het lab lager te houden. Zo dragen ze zelf vaak handschoenen, maskers en een speciaal schort: allemaal niet zo behaaglijk bij een temperatuur van 30 graden. Bovendien is de stank in het laboratorium vol muizen minder bij een lagere temperatuur.

Invloed op het welzijn
Toch rijst nu de vraag of die lagere temperaturen wel een goed idee zijn, zo is in het blad Trends in Cancer te lezen. Onderzoekers schrijven in het blad dat er steeds meer bewijs komt dat de lagere temperaturen van invloed zijn op het welzijn van de muis en dus ook op de uitkomst van experimenten die met de muis worden gedaan.

WIST JE DAT…

Kanker
Enkele jaren geleden ontdekten wetenschappers dat muizen die het lekker warm hebben beter in staat waren om kanker te bestrijden. Hun tumoren groeiden langzamer en zaaiden zich minder vaak uit dan de tumoren van muizen die in een ‘koud’ lab werden gehouden. De ‘warmere muizen’ bleken bovendien beter te reageren op chemotherapie. Verontrustende bevindingen, want met deze muizen wordt onderzoek gedaan naar (kanker)medicijnen voor onder meer mensen. “De meeste mensen kijken alleen naar de resultaten van experimenten die bij een standaard temperatuur in het lab zijn uitgevoerd,” vertelt onderzoeker Bonnie Hylander. “Ze zijn zich er niet per se van bewust dat als je de experimenten bij een andere temperatuur herhaalt, je andere resultaten krijgt.”

Nog veel meer studies
Hylander en collega’s besloten uit te zoeken of de temperatuur waarbij muizen worden gehouden in meer onderzoeksvelden van invloed is op onderzoeksresultaten. De uitkomsten van dat onderzoek zijn schokkend: in tal van onderzoeksvelden – van onderzoek naar obesitas tot de neurobiologie – blijkt de huisvestingstemperatuur van muizen onderzoeksresultaten te veranderen. “We zijn bang dat te veel publicaties waarin resultaten tussen verschillende laboratoria of zelfs in hetzelfde laboratorium verschilden, het resultaat kunnen zijn van omgevingsfactoren.”

K-k-k-koud
Muizen die in een ‘koud’ laboratorium zitten, hebben meer energie nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. En dus eten ze meer. En de kou verandert hun hartslag en stofwisseling. En de stress die ze door toedoen van de kou ondervinden, levert vertekende resultaten op tijdens onderzoeken naar kanker, ontstekingen, enzovoort.

Hylander erkent dat het niet wenselijk is dat de temperatuur in het lab wordt opgevoerd. “Het is warm en het is moeilijk voor mensen om heel lang te werken wanneer ze oververhit zijn.” Wel zouden onderzoekers in hun studie moeten vermelden bij welke temperatuur de muizen zijn gehuisvest en zich ervan bewust moeten zijn dat de huisvestingstemperatuur invloed kan hebben op de uitkomsten van hun studie. “We zeggen niet dat de ene huisvestingstemperatuur beter is dan de andere,” benadrukt onderzoeker Elizabeth Repasky. “De verschillende temperaturen resulteren simpelweg in verschillende uitkomsten en dat kan belangrijk zijn. Ik denk dat meer onderzoek nodig is om het gebruik van muizen te optimaliseren.”