muse

Het MUSE-instrument op ESO’s Very Large Telescope heeft de grote Hubble-telescoop de loef afgestoken. Met het instrument is dieper dan ooit de ruimte ingekeken en zijn tal van nieuwe objecten ontdekt.

Eind vorige eeuw maakte ruimtetelescoop Hubble een bijzondere opname van de zuidelijke hemel: de Hubble Deep Field South. Gedurende tien dagen staarde de ruimtetelescoop naar een specifiek deel van het heelal in de hoop het zwakke licht van zeer verre objecten op te vangen. Het leverde een spectaculaire foto op die onze kijk op het jonge heelal veranderde.

Een open deur
Wetenschappers hebben nu met het MUSE-instrument op ESO’s Very Large Telescope 27 uur naar ditzelfde deel van het heelal gekeken. En MUSE heeft alle verwachtingen overtroffen. “Dankzij MUSE krijgen we een veel completer beeld van het heelal,” vertelt onderzoeker Jarle Brinchmann. “Je kunt het vergelijken met een deur en een sleutelgat. Eerst gluurden we door een sleutelgat, nu door een open deur.”

MUSE versus Hubble
Op de afbeelding bovenaan dit artikel zie je op de achtergrond het Hubble Deep Field South. De inzetten laten verre sterrenstelsels zien die Hubble niet gezien had, maar MUSE wel kon spotten.

Nieuwe objecten
Met behulp van MUSE zijn in het Hubble Deep Field South de bewegingen en andere eigenschappen van meer sterrenstelsels gemeten dan ooit tevoren. Maar MUSE zag niet alleen dingen die ook Hubble reeds had gezien. “De grootste verrassing kwam toen we zeer verre sterrenstelsels ontdekten die zelfs op de ‘diepste’ Hubble-opname niet te zien waren,” vertelt onderzoeker Roland Bacon. Op de beelden van MUSE doken meer dan twintig objecten op die aan het oog van Hubble waren ontsnapt.

Afstanden
Ook werd met behulp van MUSE de afstanden van 189 sterrenstelsels gemeten. Sommige van deze sterrenstelsels staan relatief dichtbij. Anderen zien we zoals ze waren toen het heelal nog geen miljard jaar oud was.

En al die indrukwekkende metingen zijn nog maar het begin… “Nu we hebben aangetoond welke unieke mogelijkheden MUSE voor de verkenning van het diepe heelal te bieden heeft, zullen we ook andere deep fields gaan bekijken, zoals het Hubble Ultra Deep Field. We zullen duizenden sterrenstelsels kunnen onderzoeken en nieuwe extreem zwakke en verre sterrenstelsels ontdekken. Deze kleine, jonge sterrenstelsels, die we zien zoals ze meer dan tien miljard jaar geleden waren, groeiden geleidelijk uit tot stelsels als de Melkweg, zoals we die nu waarnemen.”