In de periode tussen 1947 en 1976 belandde door toedoen van een Amerikaans bedrijf het giftige polychloorbifenyl in de Hudsonrivier. Anno 2011 bestudeerden wetenschappers de invloed van het gif op de vis Atlantische tomcod en hun resultaten zijn verbazingwekkend: de dieren zijn geëvolueerd tot exemplaren die geheel resistent zijn voor het gif. Maar of dat wel zo positief is?

Die evolutie ging niet zonder slag of stoot, zo laten de wetenschappers weten. In eerste instantie werden de vissen hard getroffen door de gifstoffen in het water. Normaal gesproken worden de dieren hooguit zeven jaar oud. De meeste vissen sterven na drie of vier jaar. Maar toen de gifstoffen in het water belandden, werd 97 procent van de vissen nog maar hooguit één jaar oud en de rest mocht blij zijn als ze de twee jaar haalden. Bovendien hadden veel vissen tumoren.

Herstel
Verbazingwekkend is dat niet: de vissoort blijft altijd in de rivier hangen. De dieren worden dus hun hele leven aan het gif blootgesteld. Wat wel verrassend is, is dat de vis zich sinds kort aan het herstellen is. De dieren leven weer langer.

WIST U DAT…

stadse vissen helemaal chill worden van de antidepressiva die stedelingen doorspoelen?

Mutatie
Om te achterhalen hoe dat kan, vergeleken de wetenschappers de vissen in de Hudsonrivier met de vissen in andere gebieden. Ze ontdekten een veelvoorkomende genetische mutatie bij de eerstgenoemde groep. Die mutatie hing samen met het proteïne AHR2. Dit proteïne bindt zich normaal gesproken aan PCB’s en andere gifstoffen en verplaatst deze naar de celkernen. Daardoor ontstaan de problemen. Maar de gemuteerde vorm bindt zich een stuk moeilijker aan PCB’s. Zo’n 99 procent van de vissen in de Hudsonrivier beschikte over de genetische mutatie. De vissen uit andere gebieden hadden maar tien procent kans om de mutatie ook te bezitten.

Experts benadrukken dat de studie maar weer eens bewijst hoe groot de invloed van gifstoffen op dieren kan zijn. Het lijkt misschien een positieve ontwikkeling dat de vissen nu resistent zijn, maar dat is het wellicht niet. Elke mutatie komt namelijk met een prijs. Zo kan het zijn dat de dieren door de aanpassing wel resistent zijn, maar langzamer groeien of minder goed bestand zijn tegen andere stoffen. Daarnaast zit het gif nog steeds in het lichaam van de visjes. En dat is een probleem, omdat de dieren bij vele andere soorten op het menu staan. De roofdieren eten zelden dode dieren, dus normaal gesproken komt gif moeilijk verder in de voedselketen terecht, maar dit zijn levende, giftige exemplaren en dat verandert de zaak wellicht.