Onze mutatiesnelheid ligt nu aanzienlijk lager dan die van de meest aan ons verwant zijnde primaten.

Dat hebben onderzoekers van de Universiteit van Aarhus in samenwerking met de dierentuin van Kopenhagen in een nieuwe studie ontdekt. De bevindingen verschaffen ons belangrijke nieuwe informatie over wanneer de gemeenschappelijke voorouder van de mens en chimpansees precies leefde.

Mutaties
Tegenwoordig kunnen wetenschappers volledige genomen in kaart brengen door middel van ‘sequencen’. Dit maakt het mogelijk om nieuwe mutaties te ontdekken door genetische varianten te vinden die alleen in het kind aanwezig zijn en niet in de ouders. “In de afgelopen zes jaar hebben verschillende grote onderzoeken dit voor de mens gedaan,” vertelt onderzoeker Søren Besenbacher. “Hierdoor hebben we veel kennis over het aantal nieuwe mutaties dat jaarlijks bij mensen voorkomt. Tot nu toe waren er echter nog geen goede schattingen van de mutatiesnelheid bij de meest aan ons verwant zijnde primaten.”

Vergelijking
Daar wilden de onderzoekers weleens verandering in brengen. Dankzij de dierentuin van Kopenhagen onderzochten de wetenschappers tien apenfamilies – zeven chimpansee families, twee gorilla families en één orang-oetan familie – bestaande uit een vader, moeder en kinderen. Opvallend genoeg stuitten de onderzoekers op veel meer mutaties dan ze hadden verwacht in vergelijking met de mutatiesnelheid bij mensen. In de afgelopen miljoenen jaren is de menselijke mutatiesnelheid aanzienlijk afgenomen, zodat er nu veel minder nieuwe mutaties bij mensen voorkomen dan bij ons naaste verwanten. Deze jaarlijkse mutatiesnelheid ligt bij mensapen nu ongeveer een derde hoger.

Klimaatverandering
De resultaten hebben volgens de onderzoekers ook invloed op het behoud van mensapen. Zo worden alle soorten mensapen in het wild bedreigd. Door een nauwkeurige datering van hoe populaties in de loop van de tijd in verschillende klimaten zijn veranderd, kunnen we een beter beeld krijgen van hoe soorten kunnen omgaan met de toekomstige klimaatverandering.

Gemeenschappelijke voorouder
De bevindingen kunnen ons meer vertellen over de tijd die ondertussen verstreken is sinds de gemeenschappelijke voorouder van de mens en chimpansee leefde. Een hogere mutatiesnelheid betekent namelijk dat het aantal genetische verschillen tussen mensen en chimpansees over een kortere periode toenam. Kijken we naar de mutatiesnelheid van mensapen, dan schatten de onderzoekers dat de soortvorming van de mens ongeveer 6,6 miljoen jaar geleden plaatsvond. Nemen we echter de mutatiesnelheid van mensen in achting, dan zou de evolutie van de mens 10 miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden. “De tijden van de soortvorming die we nu hebben berekend op basis van de mutatiesnelheden komen veel beter overeen met gedateerde fossielen van menselijke voorouders,” legt onderzoeker Mikkel Heide Schierup uit.

De lagere menselijke mutatiesnelheid die in het onderzoek aangetoond werd, heeft ook andere consequenties. Zo stellen de onderzoekers dat we ook de schatting voor de tweedeling tussen Neanderthalers en homo sapiens moeten herzien.