gitaar

Een kind van zes te jong voor gitaar- of pianoles? Echt niet, muzieklessen voor het zevende levensjaar zorgen voor sterkere verbindingen in het brein. Dat blijkt uit een nieuw neurologisch onderzoek.

U kunt niet vroeg genoeg beginnen met het tokkelen op een muziekinstrument. Wanneer u op de kleuterschool startte met pianolessen of op school mocht spelen op de blokfluit, bedank uw ouders en leraren. Die lessen die u vreselijk of juist geweldig vond, hebben bijgedragen aan uw breinontwikkeling. Hoe jonger u begint met musiceren, des te beter worden de verbindingen in het brein. Breinverbindingen zijn de contacten tussen hercencellen (neuronen) en hersendelen. Boodschappen bereiken middels deze verbindingen andere neuronen en hersendelen. Sterkere verbindingen zorgen dus voor een brein dat sneller en beter werkt.

Sterkere motorcortex
Het onderzoek, dat vorige maand in het Journal of Neuroscience stond, suggereert dat muzikale oefening voor het zevende levensjaar een significant effect heeft op de breinontwikkeling. Aangetoond werd dat degenen die eerder begonnen met muziekles sterkere verbindingen hadden in de motorcortex – het gedeelte van het brein dat beweging plant, aanstuurt en uitvoert. Het onderzoek werd uitgevoerd door studenten in het lab van Concordia University, hoogleraar psychologie Virginia Penhune in samenwerking met Robert J. Zatorre, onderzoeker aan het Montreal Neurological Institute en het McGill University ziekenhuis.

Periode met kansen
Het onderzoek geeft sterke aanwijzingen dat de periode tussen het zesde en achtste levensjaar een ‘gevoelige periode’ is waarin muzikale oefening in combinatie met de normale breinontwikkeling zorgt voor langdurige veranderingen in breinstructuur en motoriek. “Het leren bespelen van een instrument vereist goede coördinatie tussen de handen en visuele en auditieve prikkels,” zegt Penhune. “Het beoefenen van een instrument voor de leeftijd van zeven geeft een boost aan de normale rijping van verbindingen tussen de motorische en de sensorische delen van het brein wat een kader creëert waarop met voortdurende oefening kan worden voortgeborduurd.”

Het onderzoek
Voor dit onderzoek voerden 36 volwassen muzikanten bewegingstaken uit terwijl hun brein gescand werd. De helft van deze muzikanten kreeg voor de leeftijd van zeven muziekles, de andere helft kreeg op latere leeftijd les. Beide groepen hadden evenveel jaren oefening en les gehad. Hiernaast werden de twee groepen afzonderlijk vergeleken met individuen die geen tot weinig muziekles hadden gehad. Bij het vergelijken van de motorische vaardigheden van de twee muzikale groepen, hadden de muzikanten die voor hun zevende begonnen met spelen een meer nauwkeurige timing, zelfs wanneer zij slechts twee dagen oefenden. Bij het vergelijken van de breinstructuur hadden deze muzikanten verfijndere witte massa in het corpus callossum. Dit gedeelte is ook wel bekend als de ‘hersenbalk’ omdat deze bundel van zenuwvezels zich bevindt tussen de linker- en rechterhersenhelft en ervoor zorgt dat deze twee delen met elkaar in contact staan en kunnen communiceren. Dit geldt dus ook voor de linker- en rechterkant van de motorische delen van het brein. Een belangrijke vondst: hoe eerder de muzikant begon met het bespelen van een instrument hoe meer en beter deze connectie was.

Het geluid van gedachten

Stel dat u uw brein zou kunnen horen denken. Hoe zou dat dan klinken? Nou, zo!

Alleen vroeg beginnen geeft boost
Interessant was wel dat er geen verschillen te zien waren tussen de hersenscans van de niet-muzikanten en de muzikanten die op latere leeftijd begonnen met oefenen. Dit suggereert dat de onderzochte breinontwikkeling vroeg of helemaal niet plaatsvindt. Omdat het onderzoek de muzikanten op een non-muzikale motorische vaardigheid toetste, suggereert het ook dat de voordelen van op jonge leeftijd een muziekinstrument beoefenen verder reiken dan slechts de bekwaamheid om een instrument te bespelen. “Het onderzoek zegt beduidend veel over dat oefening effectiever is op jongere leeftijd omdat bepaalde aspecten van de breinanatomie gevoeliger zijn voor veranderingen in die periode,” zegt medeauteur dr. Zatorre, wie ook codirecteur is van de International Laboratory for Brain Music and Sound Research.

Kunnen deze onderzoeksresultaten ons dan aan een toekomst vol muzikale genieën helpen? Helaas niet. Penhune voegt toe dat de verschillen in het brein niet bepalen hoe goed iemand muziek speelt. “Muzikaal optreden is afhankelijk van vaardigheden, maar is mede afhankelijk van communicatie, enthousiasme, stijl en nog meer dingen die wij niet meten. Dus het eerder starten met oefenen kan helpen uiting te geven aan je genie, maar het maakt je waarschijnlijk geen genie.”