Nieuw onderzoek wijst uit dat steeds minder liedjes een degelijke instrumentale intro hebben. Het zou onder meer te wijten zijn aan onze kort spanningsboog.

In de jaren tachtig hadden de liedjes in de hitlijsten nog intro’s die gemiddeld zo’n 20 seconden duurden. Hoe anders is dat vandaag de dag. Nu zetten zangers en zangeressen gemiddeld na vijf seconden intro al hun songtekst in. Dat blijkt uit onderzoek van Léveillé Gauvin, verschenen in het blad Musicae Scientiae.

Het onderzoek
Gauvin trekt die conclusies nadat hij liedjes die tussen 1986 en 2015 in de top tien stonden, bestudeerde. Het verschil tussen de intro’s van de jaren tachtig en de intro’s van nu is groot. Ook het tempo van de liedjes van nu ligt aanzienlijk hoger (gemiddeld zo’n 8 procent) dan enkele decennia geleden. Verder viel het Gauvin op dat de titels van liedjes in die periode veel korter zijn geworden. Veel liedjes worden tegenwoordig zelfs maar met één woord aangeduid.

Nothing is gonna stop us now

Dit liedje uit 1987 had een intro van 22 seconden. En pas na meer dan een minuut wordt de titel van het liedje ook gezongen. Hoe anders is het met het liedje ‘Sugar‘ (van Maroon 5, uitgebracht in 2015). De intro is de helft korter en al na veertig seconden zingt Adam Levine de titel van het liedje. Overigens zijn er natuurlijk ook uitzonderingen die de regel bevestigen. Een mooi voorbeeld is de monsterhit ‘Somebody that I used to know‘ uit 2012. Dit liedje heeft een titel die bijna drie keer langer is dan de titel van andere hits uit dat jaar. Ook de intro is vier keer langer dan gemiddeld. En pas na twee minuten wordt de titel van het liedje gezongen.

Attention economy
Het zijn ontwikkelingen die Gauvin onder meer toeschrijft aan wat hij de ‘attention economy van de hedendaagse popmuziek’ noemt. “Wij bevinden ons in een ‘attention economy‘ en aandacht is schaars en waardevol.” Dat aandacht schaars is, komt vooral doordat er zoveel te kiezen is en de luisteraar – die het vroeger van de radio moest hebben – vandaag de dag – dankzij streamingsdiensten als Spotify – het heft in handen heeft. Dergelijke streamingsdiensten stellen mensen in staat om snel een stukje van een liedje te luisteren en – als het ze niet bevalt – gelijk door te gaan naar het volgende liedje. “Het is survival-of-the-fittest,” vertelt Gauvin. “Liedjes die de aandacht van de luisteraar weten te grijpen en vast te houden, worden gespeeld en andere liedjes worden overgeslagen. Als mensen liedjes zo gemakkelijk kunnen skippen, moet je iets doen om hun aandacht te grijpen.” Want als je hun aandacht hebt, kun je ze naar je concerten trekken of warm laten lopen voor je merchandise. “Artiesten en producers zien hun liedjes minder als culturele producten en steeds meer als een advertentie voor zichzelf. Hun product is niet per se dat liedje, maar hun persoonlijke merk.”

Over de vraag wat Gauvin tijdens zijn onderzoek het meest is opgevallen, hoeft hij niet lang na te denken. “Wat echt opvalt, is het verdwijnen van de intro,” stelt Gauvin. Hij wijst erop dat deze sinds de jaren tachtig zo’n 78 procent korter is geworden. “Dat is gek, maar ook logisch. De stem is één van de beste aandachttrekkers die er in de muziek is.”