Eindelijk kunnen onderzoekers het reptiel, met een nek die drie keer langer is dan zijn torso, thuisbrengen.

Zo’n 242 miljoen jaar geleden leefde er op aarde een reptiel dat zo’n zes meter lang was. In een tijd waarin enorme zeereptielen en machtig grote dinosaurussen over de zeeën en het land heersten, zou je daar in eerste instantie misschien niet zo van opkijken. Ware het niet dat dit zes meter lange reptiel – Tanystropheus genaamd – uitgerust was met een drie meter lange nek. In de afgelopen 150 jaar hebben heel wat paleontologen er dan ook al van wakker gelegen. Wat was dit voor beest? En waar hoorde hij thuis? Op het land? Of in het water?

In zee
Maar nu zijn ze er eindelijk uit. Tot grote opluchting van paleontoloog Olivier Rieppel. “Ik bestudeer Tanystropheus al meer dan dertig jaar, dus het is extreem bevredigend om te zien dat het mysterie omtrent deze organismen is opgehelderd.”


Een uitgebreide analyse van de fossiele resten van Tanystropheus wijst uit dat het absurde reptiel in zee thuishoorde. Én dat er minimaal twee soorten Tanystropheus zijn geweest.

Reconstructie van de schedel
De meeste fossiele resten van Tanystropheus zijn gevonden bij de Monte San Giorgio, op de grens tussen Zwitserland en Italië. De eerste resten van het absurde reptiel doken zo’n 150 jaar geleden al op en riepen direct de vraag op of dit dier voornamelijk onder water of juist op het land leefde. Met de nieuwste technologieën is het onderzoekers nu gelukt om de schedel van Tanystropheus te reconstrueren en een antwoord op die vraag te formuleren.

Een reconstructie van de schedel van Tanystropheus. De neusgaten zitten boven op de snuit. Afbeelding: Emma Finley-Jacob.

De reconstructie wijst uit de schedel duidelijk was aangepast aan een leven onder water. Zo bevinden de neusgaten zich – net als bij moderne krokodillen – bovenop de snuit. En de tanden van Tanystropheus zijn lang en lopen iets rond, wat ze geknipt maakt voor het grijpen van glibberige prooien, zoals vissen en inktvissen.


Geen zwemmer
En zo vallen de puzzelstukjes op zijn plaats: Tanystropheus was een zeereptiel. En dat verbaast Rieppel niet. “De nek is niet logisch in een landomgeving. Het is gewoon heel vreemd om die mee te moeten torsen.” In het water kon Tanystropheus met zijn lange nek wat meer kanten op. Maar wie zich nu een enorm zeereptiel voorstelt dat met zijn lange nek door het water schiet, heeft het mis. Het langgenekte organisme was waarschijnlijk geen fantastische zwemmer, zo stellen de onderzoekers. Dat blijkt uit het feit dat zowel de staart als de ledematen van het reptiel zo op het eerste oog niet uitermate geschikt zijn om te zwemmen. De onderzoekers vermoeden dan ook dat Tanystropheus een vrij passieve jager was. Hij lag stil in het water te wachten tot zijn prooi voorbijkwam. “Hij gebruikte zijn kleine hoofd en heel lange nek om verborgen te blijven,” stelt onderzoeker Stephan Spiekman.

Twee soorten
Het nieuwe onderzoek – verschenen in het blad Current Biology – stelt onderzoekers niet alleen in staat om Tanystropheus thuis te brengen. Het wijst ook uit dat er twee soorten waren.

Onder zie je de kleine soort Tanystropheus. Daarboven de grote. De schaduw van een duiker is toegevoegd om een beter idee te geven van de omvang van deze zeereptielen. Afbeelding: Beat Scheffold, PIMUZ / UZH.

Op de grens van Italië en Zwitserland zijn naast de zes meter lange Tanystropheus ook kleinere exemplaren teruggevonden. Onduidelijk was of het om jongen van het absurde zeereptiel ging of dat zij tot een aparte soort behoorden. De gereconstrueerde schedel onthult dat de grote exemplaren er toch heel anders uitzien dan de kleintjes. Met name de tanden zijn radicaal anders. Groeiringen in de botten van de kleinere reptielen onderschrijven het idee dat zij tot een andere soort behoorden, zo vertelt onderzoeker Torsten Scheyer. “Het aantal en de distributie van de groeiringen vertelt ons dat deze kleinere organismen geen jonge dieren waren, zoals eerder werd gedacht, maar reeds volwassen waren. Dat betekent dat de kleine fossielen behoren tot een andere, kleinere soort.” Deze kleinere soort heeft de naam Tanystropheus longobardicus gekregen. De grote gaat vanaf nu door het leven als Tanystropheus hydroides.

De twee soorten leefden 240 miljoen jaar geleden zij-aan-zij. Ze vormden waarschijnlijk geen concurrentie voor elkaar, zo stellen de onderzoekers op basis van de tanden van beide soorten. “De kleinere soort at waarschijnlijk kleine schaaldieren, zoals garnalen,” stelt Spiekman. De grote at voornamelijk vissen en inktvissen. “Dit is echt opmerkelijk, omdat we verwachtten dat de bizarre nek van Tanystropheus – net als die van giraffen – gespecialiseerd was in één taak. Maar in werkelijkheid maakte deze verschillende levensstijlen mogelijk.”