Nieuw onderzoek suggereert dat de planeet – als ‘ie bestaat – tussen 2021 en 2025 weer voor de moederster langs beweegt.

Dat is te lezen in het blad Astronomy and Astrophysics. Het paper handelt over de ster J1407, die de gemoederen sinds 2007 bezighoudt. In dat jaar liet de ster namelijk een vreemde serie sterverduisteringen zien. In 2015 kwamen onderzoekers met een mogelijke verklaring voor die verduisteringen: ze zouden het resultaat zijn van een planeetovergang. En niet zomaar eentje. Rond J1407 zou namelijk een planeet met reuzenringen cirkelen.

Reuzenringen
Het ringenstelsel van de vermeende planeet – die aangeduid wordt als J1407b – kan met recht gigantisch worden genoemd. Onderzoekers schatten in 2015 in dat het een diameter van ongeveer 123 miljoen kilometer heeft! Daarmee is het ringenstelsel 100 keer zo groot als de ringen van Saturnus.

Animatie

Deze animatie laat afnames in de helderheid van de ster zien en suggereert dat ze veroorzaakt worden doordat een planeet met een enorm ringenstelsel voor de ster langs beweegt. Er lijkt in het ringenstelsel ook een ‘gat’ te zitten, dat mogelijk is schoongeveegd door een maantje.

Tegen de draairichting in
Het onderzoek uit 2015 kreeg al spoedig een vervolg. In 2016 toonden onderzoekers aan dat de hele hypothese van een planeet met reuzenringen alleen stand kon houden als de ringen tegen de draairichting van de planeet rond de ster in bewegen.

Omlooptijd
Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er weer nieuws te melden omtrent J1407. Zo toont Leids onderzoek aan dat er in lange periodes tussen 1890 en 2007 geen sterverduisteringen hebben plaatsgevonden! Het wil zeker niet zeggen dat J1407b en zijn vermeende reuzenringen niet bestaan. Maar het suggereert wel dat J1407b een behoorlijk lange omlooptijd heeft en er dus wel enige tijd tussen de vreemde series sterverduisteringen zit. Afgaand op hun studie verwachten de onderzoekers dat de sterverduisteringen uit 2007 pas ergens tussen de lente van 2021 en de lente van 2024 herhaald worden. Het zou betekenen dat J1407b een omlooptijd heeft tussen de 14 en 17 jaar.

Fotografische platen
De onderzoekers baseren die conclusies op een analyse van 490 fotografische platen waarop J1407 te zien is. De oudste platen komen uit 1890. De onderzoekers vergeleken de helderheid van de ster J1407 op de verschillende platen met die van twee even heldere sterren in de buurt. Als de ster J1407 op één van de platen (deels) verduisterd zou worden zou deze op die plaat minder helder moeten zijn dan die twee andere sterren. Maar op geen enkele plaat was J1407 minder helder dan die twee sterren. In andere woorden: er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er in de periode tussen 1890 en 2007 sterverduisteringen plaatsvonden. Maar let op: daarmee is nog niet bewezen dat er in die lange periode ook daadwerkelijk geen sterverduisteringen hebben plaatsgevonden. Er is namelijk niet van elk jaar tussen 1890 en 2007 beeld; de meetreeks bevat gaten. Wel kunnen de onderzoekers op basis van deze studie dus iets zeggen over hoeveel tijd er tussen twee sterverduisteringen zou kunnen zitten. En het lijkt erop dat ons geduld behoorlijk op de proef wordt gesteld: we moeten na een sterverduistering al gauw 14 tot 17 jaar wachten op de volgende.

Onderzoekers blijven J1407 hoe dan ook nauwlettend in de gaten houden. Mocht er in 2021 sprake zijn van een sterverduistering, dan kunnen grote telescopen direct op de ster worden gericht. En dan zal duidelijk worden of J1407b en zijn reuzenringen nu echt bestaat of niet.