Ieder gezonken schip vertelt een verhaal. In onze voormalige Zuiderzee zijn honderden schepen vergaan. En ze vertellen vele verhalen over hoe de Nederlanders tegen het water vochten.

In de lente van 1909 vergaan twee schepen binnen enkele maanden op dezelfde plek in de Zuiderzee. De eerste is de oude schuit ‘De Hoop” van schipper Geert Dinkla. Hij vaart met zijn vrouw, zes kinderen en dekknecht naar Veendam. Maar het schip komt bij Lemmer in de problemen en dan gaat het snel: het vergaat met man en muis. Dinkla is de enige overlevende en verliest zijn vrouw, al zijn zes kinderen en zijn knecht aan het water. De schipper is een gebroken man en als weken later, een naburige visser een zoontje van Dinkla in zijn netten aantreft, wil hij zijn laatste geld geven om het zoontje te mogen begraven.

Twee schepen vergaan op dezelfde plek
Een paar maanden later, op 28 juni 1909, vaart ‘De Drie Gebroeders’ van schipper Sije Geerts van Dijk op dezelfde locatie. Het zonnetje schijnt en er is nauwelijks golfslag. Aan boord is Van Dijk, zijn vrouw en zijn vier kinderen. Maar opeens stoot zijn schip op een obstakel en begint water te maken. Het is niet de verraderlijke ondiepe bodem van de Zuiderzee. Dat gevaar is vrij groot voor de schepen die deze wateren bevaren, want de Zuiderzee is op sommige plekken maar 2 tot 2,5 meter diep. De schipper realiseert zich dat het vastlopen op de bodem een andere ervaring is. De bodem is zacht en zo’n aanvaring is het niet. De Drie Gebroeders is vastgelopen op een obstakel. Ook dit schip vergaat. Alle opvarenden behouden dit keer hun leven: ze worden gered door naburige vissers.


Wat er is gebeurd met ‘De Hoop’ en ‘De Drie Gebroeders’, is bijna een eeuw lang een mysterie gebleven. Totdat maritiem archeoloog dr. Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen, als een ware detective een onderzoek startte naar wat er is gebeurd in de scheepsrampen en met hun wrakken. “Normaal gesproken zou je dan de wrakstukken zelf onderzoeken. Maar die waren hier niet voor handen! In de jaren ‘40 vond de landarbeider Ten Cate wel het wrak van ‘De Drie Gebroeders’ én dat van een ander schip, maar toen hij dat aan zijn voorman meldde, kreeg hij te horen: ‘Oh nee, niet nog meer wrakstukken. Bedek ze maar en negeer het verder. Ga verder met je werk.’ Dát heeft de landarbeider gelukkig niet gedaan. Het zat hem niet lekker de vondst te verzwijgen en hij schreef de lokale autoriteiten aan. Dat hij een scheepswrak had gevonden en dat zijn baas daarmee niets wilde doen. Ten Cate vermoedde vuil spel en financiële motivatie van de voorman. Toch wordt er met de brief niet meteen veel gedaan. Als pas in 1955 toch een scheepsarcheloog komt kijken, is er niets meer te vinden. Het wrak is inmiddels stiekem weg gehaald en we weten tot op de dag van vandaag niet, wat ermee is gebeurd. Dat bemoeilijkte mijn onderzoek natuurlijk wel,” aldus Van Popta.

Rechts: Geert Dinkla op latere leeftijd. Links: Gooitzen van Dijk, zoon van Sije van Dijk. Afbeeldingen via Yftinus van Popta.

Koningin Wilhemina aangedaan door scheepsramp
Hij gaf echter niet op en begon een administratief en digitaal onderzoek. Alles wat er was genoteerd over de vergane schepen, probeerde hij boven water te krijgen. “Er was tamelijk veel over geschreven in de kranten. Ook destijds, maakte de scheepsramp met ‘De Hoop’, al veel indruk. Het familiedrama bereikte ook de toenmalige Koningin Wilhelmina die zo te doen had met de schipper die zijn hele gezin verloor, dat zij hem 50 gulden doneerde, om zijn gezin te kunnen begraven en hem te helpen. Nu is zij wel eens omschreven als een afstandelijke koningin, maar voor mij toont dit toch wel aan hoe ook zij gegrepen was door de ramp en zich betrokken voelde bij het leed van Dinkla.”

Het Algemeen Dagblad besteedde met dit korte berichtje in 1909 aandacht aan de tragedie die de familie Dinkla trof. Afbeelding: via Yftinus van Popta.

Van Popta heeft dus geschreven bronnen voorhanden, zoals bestuurlijke archieven en veel, heel veel kranten uit het begin van de 20e eeuw. Hij kan daarmee ook afgaan op het getuigenverslagen van de enige overlevende van het schip ‘De Hoop’ én de verhalen van het gezin dat het vergaan van ‘De Drie Gebroeders’ overleefd heeft. “De schipper van het laatste schip gaf duidelijk aan dat hij op een obstakel was gevaren. Dat heeft een gat geslagen in het schip waardoor het schip te veel water maakte. Dat obstakel, kan alleen ‘De Hoop’ zijn geweest, tenminste het wrak van ‘De Hoop’, dat enkele maanden daarvoor was vergaan. Beide wrakken lagen dicht bij elkaar. Normaal gesproken werd ook vroeger een wrak geborgen. Misschien omdat het te moeilijk was om de wrakstukken in die tijd van “De Hoop’ te bergen, is dit hier niet goed gebeurd. Ook gebruikte men wel drijvende tonnen, die ‘s nachts verlicht konden worden, om aan te geven waar een wrakstuk ligt. Maar toch is ‘De Drie Gebroeders’ op ‘De Hoop’ gevaren.”


De Leeuwarder Courant bericht over het zinken van ‘De Drie Gebroeders’. Afbeelding: via Yftinus van Popta.

Heel gezin verzwolgen door de golven
Ook over hoe het eerste schip is vergaan, is duidelijkheid. Bij het plaatsje Lemmer kwam het schip door zware golfslag letterlijk in zwaar weer terecht. De dekluiken sloegen open en het zeewater stroomde naar binnen. De roef, waar de vrouw en de kinderen van Dinkla zich verscholen, werd door de wind van het schip geslagen en Dinkla, die inmiddels overboord lag, kon alleen maar toekijken hoe de zee zijn schip, met iedereen die hij lief had, verzwolg.

Van Popta hoopt dat hij in de toekomst fysiek onderzoek kan doen naar de overblijfselen van de schepen. “Soms, als een schip vergaat, zakt het als zeepbel naar de bodem. Veel voorwerpen die zich in en op het schip bevonden, bevinden zich dan bij of in het wrak. Maar soms breekt het schip in stukken en worden voorwerpen verspreid over de zeebodem. De voorwerpen en onderdelen van het schip liggen dan honderden meters van elkaar. We willen teruggaan naar de vindplaats van de schepen en kijken of we medewerking kunnen krijgen van de eigenaar om daar toch opgravingen te mogen doen.”

Het water wint af en toe van de mens
Vooralsnog heeft de maritiem archeoloog genoeg te doen. Met behulp van moderne technologie heeft Van Popta de coördinaten van tientallen scheepswrakken kunnen berekenen die hij nog steeds wil zoeken. “Dit zijn niet alleen wrakken. Dit waren rampen en verhalen van mensen die met het water probeerden te leven. Dat ging niet altijd goed en ze verloren hun naasten en alles wat zij hadden. We probeerden te winnen van het water en af en toe nam het water terug. Dat zal ook het verhaal zijn van de toekomst.”