En het lijkt erop dat ze veroorzaakt worden door een magnetar.

Een paar maanden geleden liepen de spanningen binnen de astronomische gemeenschap hoog op. Wetenschappers hadden namelijk mysterieuze snelle radioflitsen waargenomen die afkomstig leken te zijn uit ons eigen sterrenstelsel. De onderzoekers veronderstelden dat ze afkomstig waren van een nabijgelegen magnetar. Ze hielden destijds echter nog een slag om de arm. Maar nu blijken de vermoedens inderdaad te kloppen. De bevindingen zijn gepubliceerd in het vakblad Nature.

Snelle radioflitsen
Snelle radioflitsen zijn enorme uitbarstingen in de ruimte, waarbij in korte tijd een gigantische hoeveelheid energie vrijkomt. Heel concreet gaat het vaak om uitbarstingen waarbij in 1 milliseconde tijd meer energie vrijkomt dan onze zon in 80 jaar genereert. De eerste snelle radioflits werd in 2007 ontdekt. Sindsdien werden er, verspreid over het universum, nog veel meer snelle radioflitsen gevonden.


Dichtbij
Hoe deze flitsen precies ontstonden? Niemand die het wist. De mysterieuze radioflitsen kwamen vaak uit zulke verre uithoeken van het heelal, dat het lastig was om hun bron aan het licht te brengen. Maar het huidige onderzoek licht nu een tipje van de sluier. Want voor het eerst hebben onderzoekers snelle radioflitsen waargenomen die uit onze eigen Melkweg komen. Het zijn dan ook de dichtstbijzijndste snelle radioflitsen die tot op heden zijn gedetecteerd. Hierdoor werd het voor het onderzoeksteam ineens een stuk makkelijker om de bron te lokaliseren.

Magnetar
De astronomen pikten signalen op van de snelle radioflitsen met behulp van de CHIME-radiotelescoop van het Dominion Radio Astrophysical Observatory. En het lijkt erop dat de waargenomen radiopulsen werden geproduceerd door een magnetar, SGR 1935 + 2154 genaamd (zie kader). “Als het van een ander object in de buurt van de magnetar zou komen, zou dat wel een heel groot toeval zijn,” zegt onderzoeker Kiyoshi Masui.

Wat is een magnetar?
Magnetars zijn in feite heel zeldzame neutronensterren: de supercompacte restanten van ontplofte zware sterren. Een neutronenster roteert snel, heeft een sterk magnetisch veld en een diameter van zo’n 20 kilometer, maar een massa groter dan de zon. Magnetars zijn jonge neutronensterren, met een uitzonderlijk krachtig magnetisch veld. Ze zijn vrij zeldzaam: tot op heden zijn er nog maar enkele tientallen van ontdekt. Het bestaan van magnetar SGR 1935 + 2154 werd zes jaar geleden aan het licht gebracht en vertegenwoordigt één van de weinige magnetars in onze Melkweg. SGR 1935 + 2154 bevindt zich nabij het centrum van de Melkweg en ligt op ongeveer 30.000 lichtjaar afstand van de aarde. Hoewel de magnetar als ‘gewone’ magnetar werd aangemerkt, blijkt hij nu toch wat eigenaardiger te zijn dan gedacht.

Om dit verder uit te dokteren, bestudeerden de onderzoekers de helderheid van de magnetar op het moment dat deze de waargenomen radioflitsen zou hebben gegenereerd. En daaruit blijkt dat de magnetar, toen de snelle radioflits in de fractie van een seconde acte de présence gaf, 3000 keer helderder werd dan enig ander radiosignaal afkomstig van een magnetar. En dat is interessant. Hoewel natuurkundigen al wel theoretiseerden dat magnetars snelle radioflitsen kunnen produceren, is dit de eerste keer dat wetenschappers ook daadwerkelijk direct, observationeel bewijs hebben dat magnetars inderdaad bronnen van snelle radioflitsen zijn. En dat betekent dat onderzoekers nu voor het eerst de oorsprong van snelle radioflitsen hebben ontdekt. “Er bestaat een groot mysterie over wat deze grote uitbarstingen van energie zou kunnen veroorzaken,” zegt onderzoeker Kiyoshi Masui. “Maar dit is nu voor het eerst dat we deze exotische snelle radioflitsen aan een enkel astrofysisch object kunnen koppelen.”


Hoe?
Nu aangetoond is dat magnetars snelle radioflitsen kunnen produceren, blijft de vraag: hoe? Hoewel er talloze theorieën de ronde doen, begrijpen wetenschappers nog steeds niet precies hoe snelle radioflitsen in het universum worden gegenereerd en, in het bijzonder, hoe magnetars ze zouden kunnen produceren. Daarnaast bestaan er mogelijk ook andere bronnen van radioflitsen, omdat verschillende gedetecteerde signalen zich heel anders gedragen. Bovendien weten we dat snelle radioflitsen er in twee ‘smaakjes’ zijn: er zijn eenmalige en repeterende radioflitsen. Onduidelijk is nog of deze twee ‘typen’ radioflitsen dezelfde oorsprong hebben of in feite twee totaal verschillende verschijnselen zijn.

SGR 1935 + 2154 blijkt echter meerdere keren radioflitsen te hebben uitgezonden. Nadat de eerste uitgezonden radioflitsen werden gedetecteerd, kwamen onderzoekers erachter dat dezelfde magnetar nogmaals radioflitsen produceerde, al waren deze lang niet zo intens als de oorspronkelijke flitsen. “De magnetar heeft interessante dingen gedaan en we proberen nu uit te zoeken wat het allemaal betekent,” zegt Masui. “We houden tevens andere magnetars in de gaten. Maar het belangrijkste is nu om deze ene bron goed te bestuderen om te zien wat het ons vertelt over het ontstaan van snelle radioflitsen.”