Het vermogen van honden om – op dezelfde manier als baby’s – menselijke gebaren te begrijpen is een bijzonder complex cognitief vermogen dat zeldzaam is in het dierenrijk.

Je weet dat je hond je begrijpt als je wijst en zegt: ‘ga de bal zoeken’ en hij rent er recht op af. Dit vermogen van je trouwe viervoeter om menselijke gebaren te begrijpen lijkt misschien onopvallend, maar het is een bijzonder complex cognitief vermogen. Onze naaste verwanten, de chimpansees, kunnen het niet. En de naaste verwant van de hond, de wolf, trouwens ook niet, zo blijkt uit een nieuwe studie.

Baby’s
Enkele weken geleden publiceerde een andere onderzoeksgroep al over het uitzonderlijke vermogen van acht weken oude puppy’s om menselijke blikken te beantwoorden of de richting van een uitgestoken vinger volgen. Het betekent dat jonge, ongetrainde honden dus al succesvol met mensen kunnen communiceren. In zoverre zelfs, dat ze over dezelfde cognitieve vermogens beschikken als menselijke baby’s. “Menselijke baby’s lijken al vroeg in hun ontwikkeling gebaren te begrijpen,” vertelt onderzoeker Hannah Salomons in een interview met Scientias.nl. “Vaak nog voordat niet-sociale cognitieve vaardigheden naar voren komen. Ze kunnen bijvoorbeeld de punt van een vinger van een volwassene volgen en de informatie gebruiken om een probleem op te lossen, zoals het vinden van een verborgen object. Eerdere studies hebben aangetoond dat honden net zo goed zijn in het lezen van menselijke gebaren en het begrijpen van hun bedoelingen. Deze vaardigheden komen al op jonge leeftijd naar voren, net als bij mensen!”

Studie
Het is een bijzonder complex cognitief vermogen dat zeer zeldzaam is in het dierenrijk. “Zelfs onze naaste verwanten, de mensapen, begrijpen menselijke gebaren van nature niet,” vertelt Salomons. “Sommige kunnen wel leren lezen, maar dat vereist veel oefening.” De vraag rijst dan ook hoe de hond dit bijzondere vermogen heeft verworven. Om daar achter te komen voerden onderzoekers een studie uit onder 44 puppy’s en 37 rasechte wolvenjongen die tussen de 5 en 18 weken oud waren. De wolvenjongen werden vervolgens grootgebracht met veel menselijke interactie. Zo werden ze bijvoorbeeld met de hand gevoed, sliepen elke nacht in de bedden van hun verzorgers en kregen vanaf enkele dagen na de geboorte bijna de klok rond menselijke zorg. De hondenpups woonden daarentegen bij hun moeder en nestgenoten en hadden veel minder menselijk contact.

Lekkers
Na enkele weken werden zowel de puppy’s als de wolvenjongen getest. De onderzoekers verstopten een lekkere traktatie in een kom, een tweede kom bleef leeg. Vervolgens gaven ze zowel de hond als de wolf een aanwijzing om hen te helpen het lekkers te vinden. Zo wezen ze bijvoorbeeld naar de juiste kom, of staarden in de richting waar het voedsel verborgen was. Ook legden ze een klein, houten blokje naast de juiste plek – een gebaar dat de puppy’s nog nooit eerder hadden gezien – om hen zo duidelijk te maken waar de traktatie verstopt lag.

Resultaten
De resultaten zijn verbluffend. Zelfs zonder specifieke training wisten de hondenpups van slechts acht weken oud de juiste kom met lekkers te vinden. Sterker nog, ze hadden twee keer zoveel kans om de juiste kom te kiezen dan de wolvenjongen van dezelfde leeftijd, die veel meer tijd met mensen hadden doorgebracht. Zeventien van de 31 puppy’s gingen rechtstreeks naar de juiste kom. Daarentegen deed geen van de 26 door mensen opgevoede wolvenjongen het beter dan een willekeurige gok. Nog indrukwekkender is dat veel puppy’s het meteen tijdens hun eerste test al goed deden. En dat zonder training. Ze snappen het gewoon.

Benaderen van vreemden
Het is niet de enige opvallende ontdekking in het onderzoek. Andere tests toonden bijvoorbeeld aan dat puppy’s dertig keer meer kans hadden dan wolvenjongen om een vreemde te benaderen. “Wanneer we het verblijf van de puppy’s binnen kwamen, verzamelden ze zich rondom ons,” vertelt Salomons. “Ze klimmen op je en likken je gezicht. De meeste wolvenjongen renden daarentegen naar de hoek om zich te verstoppen.” Wanneer er daarnaast voedsel in een afgesloten bakje werd gestopt zodat ze er niet meer bij konden, probeerden de wolvenjongen het probleem over het algemeen zelf op te lossen, terwijl de hondenpups hulp leken te vragen aan mensen. Zo beschrijven de onderzoekers hoe de puppy’s hen in de ogen keken, alsof ze wilden zeggen: ‘ik zit vast, kun je dit oplossen?’

Domesticatie
Je kunt wolvenjongen dus zoveel knuffelen als je wilt; ze zullen je nog steeds niet begrijpen zoals een hond. Het lijkt er dus op dat 14.000 jaar domesticatie van honden iets merkwaardigs heeft gedaan met hun geest. Ze hebben mentale vaardigheden verworven waarmee ze kunnen afleiden wat mensen in sommige situaties denken en voelen. De resultaten uit de studie ondersteunen dan ook het idee dat domesticatie niet alleen het uiterlijk van honden heeft veranderd – zo beschikken ze bijvoorbeeld over een spiertje rond de ogen waardoor ze schattige puppy-ogen kunnen opzetten – maar dat het ook hun geest veranderde. “De studie toont aan dat honden door middel van domesticatie succesvol met mensen leerden te leven, waardoor ze een mensachtig vermogen hebben ontwikkeld om coöperatieve communicatie te begrijpen,” aldus Salomons.

Meer over de domesticatie van honden
Ergens tussen de 12.000 en 14.000 jaar geleden deelden honden een voorouder met wolven. Hoe zulke gevreesde en verafschuwde roofdieren veranderden in de beste vriend van de mens, is tot op de dag van vandaag een mysterie. Eén theorie suggereert dat, toen mens en wolf elkaar ontmoetten, alleen de vriendelijkste wolven door de mens getolereerd werden. Deze mochten dichtbij genoeg komen om de kliekjes van de mens op te schrokken. Terwijl de verlegenere, norse wolven honger leden, zouden deze vriendelijke wolven weleens overleefd kunnen hebben. Zij gaven genen door die hen minder angstig of agressief tegenover mensen maakten. Dit ging generatie op generatie door, totdat de afstammelingen van de wolf meesters werden in het peilen van de intenties van mensen door hun gebaren en sociale signalen te ontcijferen.

Het vermogen van honden om mensen te begrijpen, heeft veel deuren geopend. Het stelt ons bijvoorbeeld in staat om op een natuurlijke manier met honden samen te werken, met hen te communiceren en een sterke band op te bouwen. “Het ongelooflijke aantal taken dat honden samen met mensen kunnen uitvoeren, van jagen tot het helpen van mensen met een handicap, wordt mogelijk gemaakt door deze wederzijdse samenwerking,” legt Salomons uit. De studie geeft nu meer inzicht hoe dat vermogen ooit is ontstaan. Het bewijs dat deze sociale genialiteit van honden een product is van domesticatie, stapelt zich daarmee op.

De onderzoekers hopen dat deze studie de onderlinge communicatie tussen hond en mens kan verbeteren. “Denk daarbij aan alle verschillende rollen die honden vervullen, van huisdieren tot hulphonden,” zegt Salomons. Tegelijkertijd leidt het ook tot een andere interessante vraag. De domesticatie van honden heeft dus duidelijk hun geest veranderd. Maar hoe zit dat eigenlijk met onze eigen geest? “We hopen tevens beter te gaan begrijpen hoe de menselijke geest evolueerde door de effecten van domesticatie,” besluit Salomons.