Gorilla’s, orang-oetans en zelfs bonobo’s en chimpansees, onze nauwste verwanten: ze hebben allemaal een lange, harige vacht. Maar mensen zijn overwegend kaal. Alleen wat haar op ons hoofd, in de schaamstreek en oksels en een heel dun vachtje laten zien dat onze voorouders wel behaard waren. Maar waarom zijn we onze dikke vacht eigenlijk kwijtgeraakt?

Kaalheid is eigenlijk heel zeldzaam. Van de circa 5000 zoogdieren op aarde zijn er slechts elf haarloos. Andere dieren in ons kale clubje zijn bijvoorbeeld de olifant, walrus en naakte molrat.

“Op de één of andere manier moet er voor onze voorouders een voordeel hebben gezeten in de afwezigheid van een vacht”

Voordelig
Maar hoe komt het dat mensen kaal zijn? Op de één of andere manier moet er voor onze voorouders een voordeel hebben gezeten in de afwezigheid van een vacht. Wetenschappers denken er al eeuwen over na wat dit voordeel geweest zou kunnen zijn en waarom we nog steeds kaal zijn. Deze fascinatie voor menselijke kaalheid heeft uiteenlopende theorieën voortgebracht, waarvan er drie in het oog springen.

Waterapen
De eerste theorie over onze kaalheid werd in 1960 geopperd door Alister Hardy. Hij bedacht de Aquatic Ape Theory, ofwel de wateraaptheorie. Zijn theorie houdt in dat mensen vroeger een amfibische levensstijl hadden. Ze brachten dus zowel tijd door op het land als in het water. Eén van de gevolgen van deze levensstijl is het verlies van haar. Als u naar andere zoogdieren kijkt die veel tijd in het water doorbrengen, ziet u dat die vaak ook hun haar verliezen. Denk maar aan nijlpaarden, walrussen, zeeleeuwen, dolfijnen, zeekoeien en walvissen. Een vacht heeft namelijk geen isolerende werking onder water en als u er weer uit komt blijft u door die vacht alleen maar langer nat en koud. Een ander feit dat deze theorie ondersteunt is onze onderhuidse vetlaag. Die komt qua samenstelling en plaatsing erg overeen met de onderhuidse vetlaag van andere in het water levende zoogdieren.

Ook het nijlpaard moet het zonder vacht doen. Afbeelding: Serzhile (cc via Flickr.com).

Ook het nijlpaard moet het zonder vacht doen. Afbeelding: Serzhile (cc via Flickr.com).

Flink zweten
Een andere theorie legt een verband tussen de hitte op de savanne en het verlies van haar. In combinatie met rechtop gaan lopen, zou het verlies van haar ervoor zorgen dat we sneller kunnen afkoelen. Dit gebeurt dan door te zweten, of met behulp van de wind. Deze theorie wordt ondersteund door het feit dat mensen zweetklieren hebben over hun hele lichaam. Veel dieren, waaronder honden en katten, hebben alleen zweetklieren op hun voetzolen. Met zweetklieren over het hele lichaam, plus de afwezigheid van isolatie door een vacht kunnen we veel sneller afkoelen dan andere dieren. Daarnaast zijn bijna alle zweetklieren van mensen temperatuurgevoelig. De meeste dieren die over hun hele lichaam zweten, hebben zweetklieren die stressgevoelig zijn. De zweetklieren van bijvoorbeeld paarden komen alleen in actie wanneer er veel adrenaline vrijkomt. Dat kan heel goed werken, want meestal is er gevaar als u moet rennen, dus ook stress. Maar als uw hele omgeving steeds te warm is moet u ook kunnen zweten wanneer er geen enge roofdieren in de buurt zijn. Anders zou u oververhit raken. Het idee is dan dus dat mensen temperatuurgevoelige zweetklieren over hun hele lichaam hebben, om niet oververhit te raken op de hete savanne.

“Apen ontvlooien elkaar. Wij mensen hoeven dat niet te doen”

Parasieten
De laatste theorie werd tien jaar geleden geopperd, en slaat weer een hele andere richting in. De aanhangers van deze theorie beweren dat bij naakte dieren parasieten minder voorkomen. Bij apen ziet u vaak dat ze elkaar vlooien, en hoe groter de groep, hoe meer tijd hier aan besteed wordt. Bij mensen is dat niet nodig. Wij vinden parasieten alleen op de plekken waar we nog wel lang haar hebben. Dit kan zijn omdat parasieten minder aangetrokken worden door haarloze plekken of doordat mensen makkelijker parasieten kunnen verwijderen als ze zich niet tussen haren verstoppen. Of misschien is het wel een combinatie van deze twee dingen. Voortbouwend op deze theorie is de afwezigheid van haar wel heel handig. We hebben veel minder last van parasieten, maar doordat we vuur en kleding hebben, ervaren we niet de nadelen van kou, regen of te lange blootstelling aan de zon. Parasieten komen ook wel voor in kleding, maar kleding is veel makkelijker schoon te maken en kan indien nodig helemaal vervangen worden.

Zie ik daar een vlo? Afbeelding: Michael Loke (cc via Flickr.com).

Zie ik daar een vlo? Afbeelding: Michael Loke (cc via Flickr.com).

Mooi kaal?
Bij deze laatste theorie is het ook nog mogelijk dat seksuele selectie een rol speelt. Bij seksuele selectie kiezen dieren hun partner op specifieke kenmerken. Meestal zijn dit kenmerken die aangeven hoe sterk en gezond iemand is. Vrouwtjespauwen bijvoorbeeld, kiezen een mannetje uit op basis van zijn mooie staartveren en een pauw kan alleen mooie veren hebben als hij gezond is. Bij mensen zou kaalheid een teken van goede gezondheid kunnen zijn. Een kale mens adverteert dat hij minder parasieten heeft en zal dus sneller als partner gekozen worden. En hoe meer u als partner gekozen wordt, hoe meer nageslacht u hebt en hoe sterker u uw stempel drukt op de genetische samenstelling van de volgende generatie. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat de seksuele selectie van mannen op vrouwen over het algemeen sterker is dan andersom. Dat zou verklaren waarom vrouwen meestal minder behaard zijn dan mannen. En de afwezigheid van haar wordt nog steeds aantrekkelijk gevonden. Kijk maar naar alle scheermesjes, wasstrips, epileerapparaten en ontharingssalons.

Er zijn dus verschillende theorieën waarom mensen geen haar hebben en elke theorie maakt een goed punt. Denk maar eens wanneer u in het zwembad ligt hoeveel zwaarder u zou zijn als u overal haar had. En als u hardloopt hoe warm u zou zijn als u niet kon zweten. En hoe erg het zou kriebelen als er overal in uw vacht parasieten zouden kruipen. Welke theorie ook waar is, een naakte aap zijn is zo slecht nog niet.

Dit artikel is geschreven door Dewi Heijnes (21). Ze studeert Science Education and Communication aan de Universiteit Utrecht en schreef bovenstaand artikel voor het vak Public Science Communication with Multimedia. Ze wil later educatieve computerspellen gaan ontwikkelen.