NASA staat vandaag stil bij de dood van zeventien astronauten. Drie van hen stierven tijdens een ongeluk met de Apollo 1 op de aarde, zeven mensen kwamen 73 seconden na de lancering van de shuttle Challenger om het leven en zeven astronauten overleden 16 minuten voor de landing op aarde.

Op 27 januari 1967 voerden astronauten Virgil Grissom, Edward White en Roger Chaffee een test uit in hun Apollo capsule. Dit experiment vond gewoon op aarde plaats. Door teveel zuurstof zorgde een vonk in de 50 kilometer lange bedrading voor een vuurzee. De drie astronauten konden de capsule niet verlaten, omdat ze de deur niet open kregen. De astronauten kwamen door rookvergiftiging om het leven.

Op 28 januari 1986 kwamen zeven astronauten om het leven tijdens de lancering van de spaceshuttle Challenger. Een fout in de motor van de raket zorgde voor een explosie, die de shuttle Challenger in stukken scheurde. Familieleden van de astronauten keken toe hoe de shuttle explodeerde en konden niet geloven wat ze zagen. Na het ongeval werden de shuttles en stuwraketten aangepast. Ruim twee jaar na het ongeluk werd de shuttle pas weer gelanceerd.

Het laatste ongeluk in de geschiedenis van NASA was die met de spaceshuttle Columbia. Een gat in de vleugel zorgde ervoor dat de shuttle op 1 februari 2003 – zestien minuten voor de landing op aarde – uit elkaar spatte. Het gat was veroorzaakt door een stuk schuim, dat tijdens de lancering van de externe tank viel. Shuttles die tegenwoordig worden gelanceerd, worden in de ruimte goed gecontroleerd op gaten. De ramp betekende het eind voor de spaceshuttle. Dit jaar wordt de laatste shuttle gelanceerd.

Ga naar de website van NASA voor een overzicht van de zeventien helden. Van iedere astronaut is een profiel beschikbaar.