NASA is weer ietsje wijzer: de UARS-satelliet valt in de nacht van vrijdag op zaterdag naar beneden. Waar? Dat is nog steeds onduidelijk.

Wetenschappers hebben de baan van de satelliet bestudeerd en proberen op basis van die gegevens nu conclusies te trekken. Maar het blijft gissen wat de naar beneden tuimelende satelliet precies gaat doen.

Waar dan?
NASA kan wel bevestigen dat het in ieder geval de komende nacht gaat gebeuren. Hoogstwaarschijnlijk zaterdagochtend. Maar waar? Dat blijft koffiedik kijken. Het enige wat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie zeker weet, is dat de satelliet zich niet boven Noord-Amerika bevindt wanneer deze door de atmosfeer tuimelt. Dat betekent dat de wateren buiten Noord-Amerika, maar ook landen in Afrika, Europa en Azië, net als Australië nog op de lijst met potentiële landingsplaatsen staan.

Meer

Meer weten over de satelliet? Klik hier!

Zorg
Is dat een reden tot zorg? Niet direct. De kans dat iemand op aarde door delen van de satelliet geraakt wordt, is volgens NASA 1 op 3200. Dat is overigens een veel grotere kans dan NASA zou willen: de ruimtevaartorganisatie had gehoopt op een kans van 1 op 10.000. Toch blijft de ruimtevaartorganisatie erop hameren dat nog nooit iemand gewond is geraakt bij het terugkeren van een ruimte-object. Nu bieden in het verleden behaalde resultaten natuurlijk geen garanties voor de toekomst, maar het is een fraai argument.

App
Mochten de cijfers u niet geruststellen, dan is het mogelijk om UARS ook zelf te volgen, zo meldt Space.com. En wel met een app: Satellite AR. Hiermee kunt u UARS (en overigens ook alle andere satellieten) op de voet volgen.

Vuurwerk
Als de satelliet inderdaad in de buurt van ons land door de atmosfeer heen breekt, belooft dat wat. Volgens NASA kan het een fraai vuurwerk opleveren wanneer de brokstukken door de atmosfeer branden.

Mochten onderdelen van de satelliet in uw achtertuin landen, denk dan maar niet dat u die op Marktplaats kunt zetten. De satelliet blijft eigendom van NASA en de ruimtevaartorganisatie wil alles wat ervan overblijft – tot aan het laatste moertje – terughebben.