De rover moet eind 2022 al voet op de zuidpool van de maan zetten en water opsnorren voor de bemande missie die twee jaar later volgt.

De nieuwe maanrover is ongeveer zo groot als een golfkarretje en heeft de naam VIPER gekregen. Dat staat voor Volatiles Investigating Polar Exploration Rover. Het karretje moet in december 2022 voet op de zuidpool van de maan zetten. Eerdere studies hebben al uitgewezen dat daar waterijs te vinden is. Aan VIPER nu de eer om dat waterijs te lokaliseren en tot in detail uit te zoeken hoeveel er beschikbaar is.

Belangrijke voorbereiding
Met dat takenpakket is VIPER een cruciaal onderdeel van de voorbereiding op de eerstvolgende bemande missie naar de maan, die zich in 2024 eveneens op de zuidpool van onze natuurlijke satelliet zal ontvouwen. “Water is van cruciaal belang voor een leven op de maan,” stelt Daniel Andrews, manager van de VIPER-missie. “Sinds we tien jaar geleden bevestiging kregen dat er waterijs te vinden is op de maan, vragen we ons af of er ook echt de hoeveelheden water te vinden zijn die nodig zijn om daar onafhankelijk van de aarde te kunnen leven.” VIPER moet die vraag beantwoorden.


De instrumenten
De rover is daartoe uitgerust met verschillende instrumenten. Allereerst beschikt VIPER over een Neutron Spectrometer System. Met dit systeem kan de rover terwijl deze over het oppervlak van de maan rijdt, ‘natte’ gebieden onder het oppervlak detecteren. Zodra de rover zo’n waterrijke plek heeft gevonden, kan deze ter plekke onderzoek doen met behulp van een boor die tot een meter onder het oppervlak monsters kan verzamelen. Verzamelde monsters kunnen aan boord van de rover worden geanalyseerd, zodat duidelijk wordt welke samenstelling ze hebben en in welke concentratie eventueel bruikbare elementen – zoals water – in de monsters voorkomen.

De rover moet zo’n 100 dagen onderzoek doen en zal in die periode uiteenlopende gebieden bemonsteren. Zo wil NASA monsters verzamelen op plekken die nooit zonlicht zien, maar ook op plekken die zo af en toe door de zon beschenen worden. Als eenmaal duidelijk is in hoeverre deze verschillende gebieden water herbergen, kan NASA op basis daarvan ook (voorzichtige) conclusies trekken over de waterconcentratie in gebieden die niet bemonsterd zijn, maar waarvan we wel weten hoeveel zonlicht en -warmte ze ontvangen.


Lang voor onderzoek uitwees dat er op de zuidpool van de maan waterijs te vinden is, werd dat door onderzoekers reeds vermoed. Op de zuidpool zijn namelijk permanent in de schaduw gelegen gebieden te vinden waar waterijs – daar afgeleverd door inslagen of daar terecht gekomen door de interactie tussen de zon en het regoliet (maangrond) – zich kan verzamelen en, doordat het niet door zonlicht wordt beschenen, kan standhouden. Zo’n tien jaar geleden werd er daadwerkelijk waterijs op de maan gedetecteerd en vervolgonderzoek suggereert dat het om grote hoeveelheden kan gaan. Grote vraag blijft echter waar het (voor astronauten toegankelijke) waterijs zich precies bevindt en om welke concentraties het werkelijk gaat. Pas als we dat weten, kunnen we plannen gaan maken om dat waterijs daadwerkelijk te mijnen en te gebruiken als drinkwater of bron van zuurstof. “Het is ongelofelijk opwindend dat er een rover naar (…) de zuidpool (van de maan, red.) gaat om uit te zoeken waar we dat water daadwerkelijk kunnen verzamelen,” stelt Anthony Colaprete, als onderzoeker verbonden aan de VIPER-missie. “VIPER gaat ons vertellen welke locaties de hoogste concentratie water herbergen en hoe diep we onder het oppervlak moeten gaan om dat water te bereiken.”

Binnen twee jaar nadat VIPER voet op de zuidpool van de maan heeft gezet, zullen astronauten volgen. Al in 2024 wil NASA de eerste vrouw – geflankeerd door enkele mannen – naar de maan sturen. En dat is nog maar het begin; vanaf 2024 wil NASA elk jaar een bemande missie naar de maan sturen, zodat onze natuurlijke satelliet vrijwel permanent bewoond is. Zo’n bewoonde maanbasis spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding, maar is slechts de opmaat naar meer; het werk dat het komende decennium op de maan wordt verzet, kan gezien worden als een voorbereiding op een bemande missie naar Mars. Door de kennis, kunde en ervaring die astronauten de komende jaren op onze natuurlijke satelliet opdoen, verwacht NASA ergens in de jaren dertig van deze eeuw de sprong naar de rode planeet te kunnen maken.