Dat tonen Leidse onderzoekers aan.

De wetenschappers bestudeerden 37 nationale voedingsvoorschriften in onder meer Nederland, de VS, Griekenland, Canada, Ierland, Australië en Brazilië. Gekeken werd hoe deze voorschriften scoorden op het gebied van CO2-uitstoot, waterkwaliteit en landgebruik. Vervolgens vergeleken ze de impact die dit ideale eetpatroon op het milieu had met de impact van het gemiddelde eetpatroon in het betreffende land.

Vlees
In de meeste gevallen was het nationale voedingsvoorschrift een stuk beter voor het milieu dan het werkelijke, gemiddelde eetpatroon in het betreffende land, zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. Het volgen van de nationale voedingsrichtlijnen bleek met name in de VS, Australië, Brazilië en Canada tot grote milieuwinst te leiden. Dat komt met name door de verminderde vleesconsumptie (zie kader).

Minder vlees eten leidt dus niet in elk land tot dezelfde milieuwinst. Hoe zit dat? We vroegen het hoofdonderzoeker Paul Behrens. “De manier waarop er geproduceerd wordt, verschilt van land tot land en kan minder efficiënt of juist efficiënter zijn. Daarnaast importeren we vaak producten uit andere landen, dus zo ontstaat er een mix van productiesystemen.” En in het ene land is die mix dus veel belastender voor het milieu dan in andere landen en zal het advies om minder vlees te eten dus ook een grotere impact hebben.

Europa
Ook in de meeste Europese landen – met name in Griekenland, Ierland en Nederland – leidt het volgen van de voedingsrichtlijnen tot een beter milieu. Alleen in sommige minder welvarende landen kan het volgen van een nationale voedingsrichtlijn wat minder gunstig zijn voor het milieu. Dat komt volgens de onderzoekers met name doordat in dergelijke landen vaak geadviseerd wordt om meer dierlijke producten te consumeren, omdat men er een verhoogde kans heeft op eiwittekort en ondervoeding.

Meer aandacht voor milieu
Hoewel nationale voedingsrichtlijnen dus meestal goed zijn voor het milieu, blijkt uit het onderzoek ook dat nationale voedingsvoorschriften eigenlijk zelden met die milieu-impact in het achterhoofd worden opgeschreven. Van de 37 landen die de onderzoekers onderzochten, bleken zelfs slechts vier – waaronder Nederland – in hun voedingsvoorschriften ook het duurzaamheidsaspect mee te nemen in hun afwegingen. Hoofdonderzoek Paul Behrens denkt dat wel te kunnen verklaren, zo vertelt hij aan Scientias.nl. “Ik denk dat de menselijke gezondheid altijd de grootste reden tot zorg is geweest en dat is ook goed. Maar we moeten nu ook gaan praten over de gezondheid van het milieu en of we zowel qua voedingswaarde als qua milieu gezond kunnen leven.”

Als het om voedingsrichtlijnen gaat, snijdt het mes dus aan twee kanten. “Als je weet dat je eetpatroon ongezond is, dan heb je nu nog een extra reden om daar verandering in te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door dierlijke producten te vervangen door plantaardige producten.”