Nieuw onderzoek veegt het idee dat hij niet in staat was tot verfijnde hand- en vingerbewegingen van tafel.

De Neanderthaler – die tussen de 400.000 en 40.000 jaar geleden leefde – wordt doorgaans neergezet als een sterke, maar wat onhandige mensachtige die bij het maken en toepassen van zijn gereedschappen vooral kracht zette, maar weinig finesse toonde. Zo zou hij zijn gereedschappen bijvoorbeeld in een gebalde vuist hebben vastgepakt en gebruikt. Nieuw onderzoek suggereert nu echter dat de Neanderthalers hun alledaagse werk verrichtten met behulp van heel precieze hand- en vingerbewegingen.

Aanhechting
De Neanderthalers zijn al duizenden jaren van de aardbodem verdwenen. Wanneer onderzoekers in het verleden iets wilden zeggen over de manier waarop Neanderthalers hun handen en gereedschappen gebruikten, waren ze dan ook gedwongen om te kijken naar botten. En dan zie je dat er sprake is van een vrij robuuste anatomie. Niet gek dat onderzoekers dan ook aannamen dat de Neanderthaler met zijn vrij lompe handen niet in staat was tot verfijnde bewegingen. In dit nieuw onderzoek gooien wetenschappers het echter over een andere boeg. Ze richten zich op de spieren en pezen. “Aangezien spieren en pezen meestal niet fossiliseren, hebben we gekeken naar de plekken waar spieren en pezen vastzitten aan het bot,” legt onderzoeker Katerina Harvati uit.

De resten van een negentiende eeuwse smid. Afbeelding: © Archaeologische Bodenforschung Basel-Stadt.

Duitse overledenen
Om te achterhalen welk verhaal deze aanhechtingsplaatsen ons kunnen vertellen, bestudeerden de onderzoekers eerst overledenen die in de negentiende eeuw op een Duitse begraafplaats ter ruste zijn gelegd en waarvan bekend is wat voor beroep ze bij leven hebben uitgeoefend. Zo bogen ze zich bijvoorbeeld over de resten van een smid, die – met het oog op zijn professie – waarschijnlijk weinig verfijnde hand- en vingerbewegingen maakte, maar meer brute kracht gebruikte om objecten naar zijn hand te zetten. Andere overledenen hadden weer beroepen gehad waarbij ze bijvoorbeeld veel schreven en juist veel verfijnde vingerbewegingen maakten. Door de aanhechtingsplaatsen op de botten van mensen met verschillende professies vervolgens te vergelijken met die van Neanderthalers konden de onderzoekers concluderen of de mensachtigen voornamelijk verfijnde hand- en vingerbewegingen maakten of niet.

Hier zie je in paars de aanhechtingsplaatsen van spieren die nodig zijn om kracht te zetten. In blauw de aanhechtingsplaatsen van spieren die nodig zijn voor precieze bewegingen. Afbeelding: © Senckenberg.

Het onderzoek wijst uit dat geen van de geanalyseerde Neanderthaler-handen getuigt van het langdurig gebruik van vrij grove handbewegingen (die vooral gericht zijn op het kracht zetten). “We verwerpen dan ook de populaire kijk op Neanderthalers die stelt dat ze net zo onhandig als sterk waren,” stelt Harvati. “Net als moderne mensen waren Neanderthalers competente makers en gebruikers van gereedschappen die voornamelijk met precieze hand- en vingerbewegingen werden gebruikt.”