En dat zou kunnen verklaren waarom de mensachtige verdween.

Zo’n 40.000 jaar geleden verdween de Neanderthaler – na toch langdurig succesvol te zijn geweest op aarde – van het wereldtoneel. En tot op de dag van vandaag weten we eigenlijk niet wat de drijvende kracht achter het uitsterven van deze mensachtige was. Vaak wordt er echter met een beschuldigend vingertje naar de moderne mens gewezen, die iets meer dan 10.000 jaar ervoor uit Afrika kwam zetten en Europa in rap tempo koloniseerde. Zouden de Neanderthalers niet tegen die concurrentie bestand zijn geweest? Of had de mensachtige het misschien daarvoor al moeilijk? Het blijft gissen. In een nieuw onderzoek – verschenen in het blad Scientific Reports – doen onderzoekers weer eens een nieuwe duit in het zakje. Ze stellen dat het brein van de Neanderthaler wellicht deels kan verklaren waarom deze mensachtige niet meer onder ons is.

Het onderzoek
De onderzoekers doen in hun studie uitspraken over hoe het brein van Neanderthalers en vroege Homo sapiens eruit moet hebben gezien. Ze baseren die uitspraken op een uitgebreid onderzoek. Eerst maakten ze virtuele afgietsels van de gefossiliseerde schedels van vier Neanderthalers en vier oude Homo sapiens. Dat stelde de onderzoekers in staat om de omvang van de hersenen vast te stellen. Vervolgens pakten de onderzoekers er de MRI-scans van 1185 mensen die vandaag de dag leven bij om een computermodel te kunnen maken van het gemiddelde menselijke brein. Dat computermodel werd vervolgens vervormd zodat het dezelfde vorm had als de virtuele schedel van de Neanderthalers en vroege Homo sapiens.

Andere morfologie
Het onderzoek bevestigt dat het brein van de vroege Homo sapiens niet groter was dan dat van de Neanderthalers. Maar de morfologie – oftewel de vorm – was wel heel anders. Zo hadden de Neanderthalers bijvoorbeeld een veel groter cerebellum (ook wel de kleine hersenen genoemd).

Cognitive en sociale vaardigheden
Maar wat betekent dat nu? Om dat te achterhalen bogen onderzoekers zich over de bestaande gegevens van 1095 moderne mensen en zochten naar een eventueel verband tussen de omvang van de kleine hersenen en vaardigheden zoals taalbegrip, maar ook werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit. Op basis daarvan concluderen de onderzoekers dat de vroege Homo sapiens wellicht betere cognitieve en sociale vaardigheden hadden dan de Neanderthalers. En die vaardigheden kunnen moderne mensen wel eens beter in staat gesteld hebben om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen, waardoor hun overlevingskansen ook veel beter waren dan die van de Neanderthaler.

Is het raadsel hiermee dan opgelost? Zeker niet. De onderzoekers houden in hun studie continu een flinke slag om de arm: “Zo’n neuro-anatomisch verschil in de kleine hersenen kan belangrijke verschillen tussen de twee soorten hebben veroorzaakt in de cognitieve en sociale vaardigheden en heeft wellicht bijgedragen aan de vervanging van de Neanderthalers door vroege Homo sapiens.” Zoals gezegd moet je het onderzoek dan ook meer zien als een aanvulling op een nog altijd levendige discussie omtrent de verdwijning van de Neanderthaler. Zo verscheen amper twee maanden geleden nog een onderzoek dat – afgaand op rotstekeningen van Neanderthalers – dat deze mensachtigen zich cognitief gezien met ons konden meten.