Wie bij Neanderthalers denkt aan goeiige en saaie mensen, moet diens oordeel na een opmerkelijk wetenschappelijk onderzoek herzien. Het leven van Neanderthalers was een stuk spannender dan dat. Volgens de onderzoekers wijzen de gefossiliseerde vingers van Neanderthalers erop dat zij veel – heel veel – seks en sekspartners hadden.

De onderzoekers vergeleken de fossiele resten van de Ardipithecus ramidus (deze leefde zo’n 4,4 miljoen jaar geleden) met die van de Australopithecus afarensis (deze leefde zo’n drie tot vier miljoen jaar geleden), Neanderthalers (deze verdwenen 28.000 jaar geleden) en een vroege vorm van de Homo sapiens. Ze letten daarbij vooral op de verhoudingen tussen de ring- en wijsvinger.

Androgenen
Uit eerder onderzoek is namelijk gebleken dat blootstelling aan sekshormonen (androgenen) in de baarmoeder de lengte van de vingers en het gedrag van het kindje beïnvloeden. Veel androgenen zorgt ervoor dat de vierde vinger in verhouding met de tweede vinger veel langer wordt. En kinderen met zo’n langere ringvinger zijn weer competitiever en hebben aanzienlijk meer wisselende seksuele contacten.

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs de slaapkamer van een Neanderthaler hebben gevonden?

Resultaat
Het onderzoek suggereert dat de Ardipithecus ramidus willekeurige sekspartners had: zijn ringvinger was in verhouding aardig lang. De Australopithecus afarensis was een stuk selectiever, zo vertelt zijn fossiele vinger. De Neanderthaler en de vroege Homo sapiens hebben in verhouding weer een lange ringvinger en gaan dus graag voor meerdere partners.

Nader onderzoek
De onderzoekers moeten bekennen dat hun aanpak vrij nieuw is en dat verder onderzoek nodig is om het sociale gedrag van Neanderthalers verder uit te diepen. Meer fossiele resten van de Neanderthaler moet uitwijzen of alle Neanderthalers een lange ringvinger hadden.

Het onderzoek brengt nieuwe vragen met zich mee. Soorten die bereid zijn om meerdere sekspartners te hebben, hebben evolutionair gezien een voorsprong op monogame soorten. Het is dus logisch dat de vroege mens diens kansen spreidde. Maar wanneer is de mens overgestapt op een monogaam bestaan? En waarom?