Ze werkten gewoon niet aan hun oog-handcoördinatie.

Er zijn talloze rotstekeningen teruggevonden van vroege moderne mensen. En ze zijn nog behoorlijk goed ook: in de meeste gevallen zijn de afgebeelde dieren zelfs tienduizenden jaren na dato nog prima te identificeren. Heel anders is dat voor de Neanderthalers. Hoewel steeds meer onderzoeken aantonen dat ze behoorlijk intelligent waren en complexe gereedschappen gebruikten, zijn er nog nooit duidelijk herkenbare afbeeldingen van hun hand teruggevonden. Hoe zit dat? Een Amerikaanse onderzoekers komt nu met een interessante theorie op de proppen. Hij stelt in het blad Evolutionairy Studies in Imaginative Culture dat het in ieder geval deels te herleiden is naar de jachttechnieken van de Neanderthaler.

Andere prooien
Terwijl de Neanderthalers in Eurazië op tamelijk tamme prooien jaagden, hadden moderne mensen in Afrika het gedurende honderdduizenden jaren op grote, gevaarlijke prooien voorzien. De twee gebruikten waarschijnlijk dan ook totaal verschillende jachttechnieken. Neanderthalers hielden hun speren continu in de hand en gebruikten ze om in de lichamen van hun tamelijk tamme prooien te ‘prikken’. Moderne mensen konden het zich niet veroorloven om zo dicht bij hun gevaarlijke prooien in de buurt te komen en moesten hun speren dan ook gooien.

Hier zie je door moderne mensen getekende leeuwen. Afbeelding: Public Domain.

Pariëtale cortex
Op basis daarvan komt onderzoeker Richard Coss met een nieuwe theorie over de evolutie van het menselijke brein. Volgens hem raakte de moderne mens al snel verwikkeld in een soort evolutionaire wapenwedloop met zijn prooi. Die prooien raakten namelijk steeds meer op hun hoede voor de mens en dat vereiste dat de mens ook steeds rapper moest kunnen handelen om die prooi te pakken te krijgen. Het zou ertoe geleid hebben dat onze soort een rondere schedel en een grotere pariëtale cortex ontwikkelde. Het laatstgenoemde hersengebied is verantwoordelijk voor het samenbrengen van visuele prikkels (bijvoorbeeld: het zien van een prooi) en de motorische coördinatie (bijvoorbeeld nodig voor het werpen van een speer). Heel concreet ontwikkelden moderne mensen zo een betere oog-handcoördinatie.

Tekening
En die oog-handcoördinatie zou moderne mensen vervolgens ook in staat hebben gesteld om de dieren waar ze op joegen, te tekenen. Iets wat de Neanderthaler niet kon. “Neanderthalers konden zich dieren die ze eerder gezien hadden, vanuit hun werkgeheugen voor de geest halen, maar zij waren niet in staat om die mentale beelden om te zetten in gecoördineerde handbewegingen,” schrijft onderzoeker Richard Coss.

De tekeningen van moderne mensen werden wellicht dus mede mogelijk gemaakt door de jacht. En Coss sluit niet uit dat de tekeningen weer gebruikt werden om de jachttechnieken verder te verbeteren of de jacht beter te coördineren. Aan de hand van de tekeningen konden jagers immers hun ervaringen delen en bijvoorbeeld duidelijk maken welke prooien aantrekkelijk of juist gevaarlijk waren. En zo kunnen de tekeningen ook geleid hebben tot een sterkere teamgeest en zelfs de aanleiding zijn geweest voor culturele veranderingen. “In staat zijn om mentale beelden te delen met groepsleden heeft enorme sociale implicaties,” aldus Coss.