Nederlands onderzoek wijst uit dat een combinatie van demografische uitdagingen de Neanderthaler fataal kan zijn geworden.

Rond 40.000 jaar geleden legde de laatste Neanderthaler het loodje. Maar waarom deze toch succesvolle en behoorlijk intelligente mensachtige uitstierf, is tot op de dag van vandaag een raadsel. Sommige onderzoekers denken dat wij – of nauwkeuriger gezegd: onze voorouders – er iets mee van doen hebben. Het is namelijk wel heel toevallig dat de Neanderthalers zo rond het moment waarop onze voorouders vanuit Afrika het Nabije-Oosten en Europa koloniseerden, verdwenen. Anderen stellen weer dat de Neanderthalers – die zeker niet dom waren en afgaand op archeologische vondsten behoorlijk vindingrijk waren – prima in staat waren om zich naast moderne mensen staande te houden. Kortom: de ondergang van Neanderthalers blijft in nevelen gehuld.

Nieuw onderzoek
Reden voor onderzoekers van de TU Eindhoven om eens een nieuw licht op de zaak te werpen. En wel door populaties Neanderthalers te simuleren en uit te zoeken of een drietal demografische uitdagingen – te weten: inteelt, allee-effecten en willekeurige demografische fluctuaties – op zichzelf, dus zonder dat er sprake was van enige competitie met onze voorouders, tot het uitsterven van de Neanderthaler kunnen hebben geleid. En de resultaten zijn duidelijk: een combinatie van deze drie demografische uitdagingen zou de Neanderthaler fataal kunnen zijn geworden.


Simulaties
In hun studie simuleerden de onderzoekers Neanderthaler-populaties die 50, 100, 500, 1000 of 5000 koppen telden. Voor elk van deze populaties modelleerden ze het effect dat inteelt op de populatie had. Hetzelfde deden ze voor willekeurige demografische fluctuaties, je moet dan denken aan schommelingen in geboorte- en sterftecijfers, maar ook in de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in een gegeven populatie. Tevens modelleerden ze voor elke genoemde populatie-omvang de impact van het zogenoemde Allee-effect. “Het Allee-effect verwijst naar het verband tussen populatie-grootte en voortplanting of fitheid,” zo legt onderzoeker Krist Vaesen aan Scientias.nl uit. “In kleine populaties is het namelijk zo dat de voortplanting of fitheid ingeperkt wordt; het is immers moeilijker om een geschikte partner te vinden, en het is moeilijker om taken uit te voeren die steunen op samenwerking (bijvoorbeeld samen op jacht gaan of samen op de kinderen passen).”

Resultaten
De simulaties wijzen uit dat het onwaarschijnlijk is dat inteelt op zichzelf de ondergang van de Neanderthalers werd; alleen in de kleinste populatie (50 Neanderthalers) bleek inteelt dit effect te kunnen hebben. Iets ingrijpender was het aan de voortplanting gerelateerde Allee-effect, waarbij onderzoekers ervan uitgingen dat 25% of minder van de Neanderthaler-vrouwen in de populatie in een gegeven jaar een kind op de wereld zetten (iets wat vrij gebruikelijk is in moderne populaties die net als Neanderthalers jagen en verzamelen). Dit scenario bleek in populaties met een maximale omvang van 1000 mensen tot uitsterven te leiden. Al met al bleek een combinatie van demografische fluctuaties, inteelt en Allee-effecten elke populatie binnen de gesimuleerde periode van 10.000 jaar op en uiteindelijk net over het randje van de afgrond te brengen.

“In kleine populaties is de kans nu eenmaal gewoon groter dat je je voortplant met een verwant (al is het maar per ongeluk)”

Dat deze drie factoren tegelijkertijd een stempel op de Neanderthaler-populaties hebben gedrukt, is zeker niet ondenkbaar, zo legt Vaesen uit. “In kleine populaties is het zeker aannemelijk dat deze drie factoren samen optreden. Demografische fluctuaties treden altijd op, ook in grote populaties, alleen is het zo dat de effecten ervan veel minder voelbaar zijn in grote populaties. En wat de Allee-effecten betreft: de Neanderthaler was een zeer coöperatieve soort (zoals Homo sapiens), dus populatie-grootte was zeker een punt; idem dito voor het vinden van een seksuele partner. En als het om inteelt gaat, is de kans dat je je voortplant met een verwant (al is het maar per ongeluk) nu eenmaal groter.”


Nul-hypothese
De simulaties geven een beeld van wat er kan zijn gebeurd. Maar het is duidelijk nog te vroeg om onze handen in onschuld te wassen en te concluderen dat onze voorouders niets met het uitsterven van de Neanderthalers te maken hebben gehad. De simulaties kunnen immers niet bewijzen dat het uiteindelijk ook demografische uitdagingen waren die de Neanderthalers fataal zijn geworden. Het onderzoek lost het mysterie van de ondergang van de Neanderthaler dus niet op, maar levert wel een fraaie nul-hypothese af. “We noemen onze hypothese een nul-hypothese omdat ze aangeeft dat je het uitsterven van de Neanderthalers ook gewoon kunt verklaren door random/natuurlijke processen; dat je eigenlijk geen externe factoren nodig hebt. Met andere woorden, in elke verklaring die je geeft waarbij je externe factoren aandraagt, moet allereerst je bewijslast extra groot zijn; en moet je ten tweede meenemen dat demografische factoren (bijvoorbeeld de factoren die we in ons artikel bestuderen) ook een belangrijke rol hebben gespeeld.”

Of we ooit met zekerheid kunnen achterhalen waarom de Neanderthaler is uitgestorven, blijft ondertussen onzeker. “Ik kan me niet voorstellen dat we ooit een “smoking gun” zullen vinden (ik vind het zelfs moeilijk om mij in te beelden om wat voor “smoking gun” het zou kunnen gaan),” vertelt Vaesen. “Dit wil niet zeggen dat we geen onderscheid kunnen maken tussen minder en meer plausibele hypotheses. Ik vind de gebruikelijke hypothese, namelijk dat moderne mensen de Neanderthalers te slim af waren tijdens competitie voor leefgebieden, niet echt plausibel, en wel om drie redenen. Allereerst is het zo dat hoe meer we te weten komen over de capaciteiten van Neanderthalers (bijvoorbeeld de recente ontdekkingen dat ze grotkunst produceerden, dat ze lijm konden maken en gebruiken, etc.), hoe minder houdbaar het wordt om te stellen dat we hen te slim af waren. Ten tweede veronderstelt de standaard hypothese sterke competitie tussen Neanderthalers en moderne mensen. Zulke sterke competitie veronderstelt dan weer dat de populatiedichtheden vrij groot waren. We spreken echter over een gebied dat loopt van de Atlantische Oceaan tot de Levant, en over populatiegroottes van een paar honderdduizend individuen (Homo sapiens en Neanderthalers samengeteld). Dus de populatiedichtheid moet zeer klein geweest zijn en de competitie dus heel klein. En ten derde – hiermee samenhangend – weten we van hedendaagse jagers-verzamelaars dat ze heel veel moeite doen om competitie uit de weg te gaan (competitie is kostbaar en riskant). Opnieuw, competitie lijkt onaannemelijk.” Hoewel niet plausibel, lijkt het tegelijkertijd ondenkbaar dat onze voorouders helemaal geen invloed hebben gehad op de levensloop van de Neanderthalers. “Dit alles neemt echter niet weg dat de moderne mens toch een rol heeft gespeeld. Maar dan niet zoals voorgesteld in het standaardverhaaltje. Aannemelijker is dat de moderne mens, gewoon door (vreedzaam) aanwezig te zijn een natuurlijke barrière vormde tussen sub-populaties van Neanderthalers; zodat deze sub-populaties geïsoleerd raakten, en bijvoorbeeld geen genetisch materiaal meer konden uitwisselen. In zulke geïsoleerde sub-populaties zouden de in ons artikel beschreven factoren nog veel meer effect hebben.”