In vergelijking met andere oermensen hadden vooral de onfortuinlijke Neanderthalers te maken met het vervelende kwaaltje.

Onderzoekers hebben zich in een nieuwe studie over de gehoorgangen van 77 prehistorische mensen gebogen. En ze komen tot een verrassende ontdekking. Het blijkt namelijk dat Neanderthalers veel vaker dan andere mensachtigen aan een ‘surfersoor’ leden. De bevindingen zijn gepubliceerd in het tijdschrift PLOS ONE.

Surfersoor
Een surfersoor is eigenlijk niets anders dan goedaardige botaangroei in de gehoorgang. Je kunt een surfersoor krijgen als je regelmatig blootgesteld wordt aan koud water of koele lucht. Ook kun je een genetische aanleg voor de aandoening hebben. Hoewel in eerdere studies is aangetoond dat mensen uit de oudheid het vervelende kwaaltje konden oplopen, toont het huidige onderzoek aan dat ook de prehistorische Neanderthaler er al veelvuldig aan moest geloven.


Gehoorgangen
In de studie analyseerden de onderzoekers goedbewaarde gehoorkanalen in de overblijfselen van 77 oermensen, waaronder Neanderthalers en vroegmoderne mensen uit het Midden- en Late Pleistoceen-tijdperk uit West-Eurazië. En de onderzoekers kwamen tot een interessante bevinding. Zo blijkt dat vroegmoderne mensen ongeveer net zo vaak een surfersoor opliepen als hedendaagse mensen. Maar opvallend genoeg blijkt dat Neanderthalers veel vaker met de aandoening te maken kregen. In ongeveer de helft van de 23 onderzochte resten van Neanderthalers troffen de onderzoekers milde tot ernstige gezwellen in de gehoorgang aan. Dit is tenminste twee keer zo vaak als in bijna elke andere onderzochte mensachtige.

Een schedel van een Neanderthaler met een surfersoor (te zien aan de gezwellen in het linker gehoorkanaal). Afbeelding: Erik Trinkaus

Water
Maar waarom kreeg juist de Neanderthaler veelvuldig te maken met een surfersoor? De auteurs geven daarvoor een logische verklaring. Zo stellen ze dat Neanderthalers veel tijd doorbrachten in waterrijke gebieden voor het verzamelen van bijvoorbeeld voedsel. Al gaat deze verklaring niet helemaal op. Kijken we naar de geografische verspreiding van Neanderthalers, dan blijkt dat ze zich niet altijd in de buurt van waterbronnen bevonden of in koelere klimaten leefden. De auteurs stellen daarom dat er waarschijnlijk meerdere factoren meespeelden, waaronder verschillende omgevingsfactoren en genetische aanleg.

Dankzij het werk van paleontologen komen we inmiddels steeds meer te weten over onze verre neven. Hoewel Neanderthalers vaak worden afgebeeld als holbewoners met een iets voorover gebogen houding, blijkt uit onderzoek dat ze veel meer op ons leken dan gedacht. Wist je bijvoorbeeld dat ze net als moderne mensen keurig rechtop door het leven gingen?