neanderthaler

Nieuw onderzoek stelt dat de Neanderthalers waarschijnlijk veel eerder dan gedacht al uitstierven: niet 30.000, maar mogelijk 50.000 jaar geleden al. Of Neanderthalers en moderne mensen elkaar in het leefgebied van de laatste Neanderthalers ontmoet hebben, wordt met die nieuwe cijfers twijfelachtig.

De laatste twintig jaar zijn onderzoekers er steeds meer van overtuigd geraakt dat de laatste Neanderthalers het nog vrij lang op aarde hebben volgehouden. De laatste Neanderthalers zouden in de periode waarin de moderne mensen het noordelijk halfrond bevolkten in het zuiden van het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) hebben geleefd. Zo’n 30.000 jaar geleden stierven de laatste Neanderthalers in dat gebied uit.

Onderzoek
Maar een nieuw onderzoek trekt die hypothese nu ernstig in twijfel. “Het is onwaarschijnlijk dat de laatste Neanderthalers in het midden en zuiden van het schiereiland tot zo’n late datum, ongeveer 30.000 jaar geleden, hebben bestaan,” vertelt onderzoeker Jesús F. Jordá. Jordá en zijn collega’s trekken die conclusie nadat ze resten van Neanderthalers die in Jarama VI en Zafarraya – twee gebieden die als de laatste woonplaatsen van de Neanderthalers worden gezien – waren teruggevonden, bestudeerden.

Neanderthalers en moderne mensen

Dat Neanderthalers en moderne mensen elkaar ontmoet hebben, lijkt vast te staan. Ongeveer 1 tot 4 procent van het DNA van niet-Afrikanen is immers afkomstig van Neanderthalers. Dat de laatste Neanderthalers veel eerder uitstierven, wil niet zeggen dat Neanderthalers en moderne mensen elkaar helemaal nooit ontmoet hebben. Het wijst er alleen op dat moderne mensen en Neanderthalers elkaar in Spanje en Portugal – de woonplaats van de laatste Neanderthalers – niet tegen het lijf liepen. Dat suggereert dat de wegen van Neanderthalers en moderne mensen zich al veel vroeger in de geschiedenis kruisten. Mogelijk reeds in het gebied rondom Israël en Syrië, toen de moderne mensen net uit Afrika kwamen zetten.

Meerdere technieken
De onderzoekers onderwierpen de objecten en resten van Neanderthalers niet alleen aan een gebruikelijke koolstofdatering, maar ook aan andere technieken. Zo gebruikten ze bijvoorbeeld een techniek die botten ontdoet van moderne vervuilingen die botten jonger kunnen laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Ook maakten ze gebruik van de AMS-radiokoolstofdatering. In tegenstelling tot de gebruikelijke koolstofdatering zijn voor AMS-radiokoolstofdatering maar hele kleine monsters nodig om deze te kunnen dateren.

45.000 jaar
Met behulp van al deze technieken moeten de onderzoekers stellen dat botten die eerder als ongeveer 30.000 jaar oud werden bestempeld in werkelijkheid veel ouder zijn. Sterker nog: de nieuwe analyse wijst erop dat de laatste Neanderthalers 45.000 jaar geleden al uit dit gebied verdwenen. Dat dit nieuwe onderzoek zulke hele andere resultaten oplevert, is logisch, zo benadrukt Jordá. “Het probleem met koolstofdatering alleen is dat het geen betrouwbare data ouder dan 50.000 jaar oplevert.” Een ander probleem is besmetting: hoe ouder de monsters zijn, hoe meer vervuiling zich op die monsters opstapelt. Als die resten niet worden verwijderd, kan de koolstofdatering hele onbetrouwbare resultaten opleveren.

Met de nieuwe jaartallen wijst alles erop dat moderne mensen en de laatste Neanderthalers elkaar in ieder geval in Spanje en Portugal nooit ontmoetten. Maar voorzichtigheid is geboden, zo benadrukken de onderzoekers. Ze wijzen erop dat op dit moment ook vondsten uit andere gebieden in Spanje opnieuw worden bestudeerd om te bepalen of moderne mensen en Neanderthalers het gebied wel of niet met elkaar deelden. “We moeten op die resultaten wachten om de nieuwe hypothese te kunnen verifiëren.”