Gewoon, omdat ze medelijden hadden met hun lijdende soortgenoten.

Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat Neanderthalers voor hun zieken en gewonden zorgden. Maar deden ze dat op een berekenende manier, oftewel om er beter van te worden? Of zorgden ze uit medelijden voor de ander? Archeologen wisten het niet goed. Maar in een nieuw paper denken onderzoekers daar nu toch meer over te kunnen zeggen. Ze baseren zich op een uitgebreide analyse van een groot aantal voorbeelden van ‘Neanderthaler-gezondheidszorg’.

Gevoelskwestie
De analyse wijst uit dat die gezondheidszorg wijdverspreid was. Bovendien suggereert het voorhanden zijnde bewijs dat Neanderthalers uit liefde en medelijden voor hun soortgenoten zorgden en dat het daarbij niet uitmaakte hoe ziek of hoe ernstig de verwondingen waren. “Onze resultaten suggereren dat de Neanderthalers niet dachten in termen van: hoe kan de ander mijn inspanningen terugbetalen, maar gewoon reageerden op hun eigen gevoelens die ontstonden wanneer ze hun geliefden zagen lijden,” aldus de onderzoeker Penny Spikins.

Goede zorg

De gezondheidszorg van de Neanderthalers was niet zo primitief als je misschien denkt. Onderzoeken hebben uitgewezen dat ze heel goed wisten hoe ze voor hun zieken moesten zorgen. Dat leiden onderzoekers onder meer af uit fossiele resten van Neanderthalers. Er zijn verschillende Neanderthalers teruggevonden die gedurende hun leven ernstig gewond raakten, maar toch weer helemaal genazen. Iets wat in veel gevallen alleen mogelijk was wanneer soortgenoten voor hen zorgden. Ook zijn er sterke aanwijzingen gevonden dat Neanderthalers prima in staat waren om infecties te bestrijden met behulp van geneeskrachtige planten. “Er is overtuigend bewijs dat individuen met verwondingen en handicaps ondersteund en verzorgd werden, iets wat vaak flink wat inspanning, vaardigheid en kennis vereiste,” zo concluderen de onderzoekers.

Zieke man
Dat blijkt onder meer uit een analyse van de resten van een mannelijke Neanderthaler die tussen de 25 en 40 jaar oud was toen hij stierf. De resten onthullen dat hij gedurende de laatste 12 maanden van zijn leven ernstig beperkt werd door degeneratieve ziektes en waarschijnlijk niet langer in staat was om zijn taak binnen de groep te vervullen. En toch, zo stellen de onderzoekers, bleef hij tot aan zijn dood onderdeel van de groep. Dat leiden ze onder meer af uit het feit dat hij zorgvuldig werd begraven.

Zorg voor stervenden
En zo halen de onderzoekers in hun paper meer voorbeelden aan van Neanderthalers die – soms zelfs herhaaldelijk – een beroep moesten doen op de zorg en hulp van hun soortgenoten. Dat kostte de verzorgenden in sommige gevallen veel tijd en energie. En de onderzoekers wijzen verschillende voorbeelden aan – waaronder de situatie die we hierboven beschreven – waarin die verzorgenden op een gegeven moment moeten hebben geweten dat hun zorg niet afdoende was en de patiënt zou gaan sterven. Maar daarop werden die patiënten niet in de steek gelaten. Hetzelfde geldt voor Neanderthalers die door ziekte of verwonding langdurig uit de running waren of zelfs nooit meer helemaal de oude werden en zich nooit meer in dezelfde mate voor hun groep konden inzetten. Ook zij konden op zorg rekenen en bleven onderdeel uitmaken van de groep. Het pleit allemaal tegen het idee dat Neanderthalers tamelijk onverschillig waren en berekenende zorg leverden, oftewel alleen voor anderen zorgden als zijzelf of de groep daar beter van werden.

Het onderzoek levert een bijdrage aan het beeld dat we van Neanderthalers hebben. Lang werden ze afgeschilderd als domme en onverschillige bruten. Maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de Neanderthalers helemaal niet zo sterk van onze voorouders verschilden. En deze studie vormt daarop geen uitzondering: het onderzoek laat zien dat de Neanderthaler allesbehalve gevoelloos en onverschillig was en uit liefde en medelijden voor anderen zorgde, ook als hij daar zelf niet direct beter van werd. In zekere zin verschilt de gezondheidszorg onder Neanderthalers dan ook niet zo heel sterk van de gezondheidszorg in latere tijden. “We stellen dat georganiseerde, op kennis gebaseerde en zorgzame gezondheidszorg niet uniek is voor onze soort, maar een lange evolutionaire geschiedenis heeft,” aldus Spikins.