Neanderthalers leken te weten welke planten een pijnstillende en ontstekingsremmende werking hadden en deden dan ook in zekere zin aan zelfmedicatie.

Dat stellen onderzoekers nadat ze de resten van enkele Neanderthalers bestudeerden. Ze richtten zich daarbij op tandplak van vier Neanderthalers wiens resten in België en Spanje zijn teruggevonden. De Neanderthalers leefden tussen de 42.000 en 50.000 jaar geleden.

Meer weten…

…over wat tandplak allemaal kan vertellen? Lees er hier alles over!

De waarde van tandplak
Het lijkt misschien een beetje gek om tandplak te bestuderen, maar het bevat een schat aan informatie, zo legt onderzoeker Laura Weyrich uit. “Tandplak bevat micro-organismen die leefden in de mond en ziekteverwekkers die te vinden waren in de luchtwegen en het maagdarmkanaal, plus restjes voedsel die vast kwamen te zitten tussen de tanden.” Die microben, maar bijvoorbeeld ook stukjes eetbare planten bevatten DNA en dat DNA zit dus ook in het tandplak en kan daar duizenden jaren behouden blijven. “Een genetische analyse van DNA dat ‘vastzit’ in tandplak, geeft een uniek inkijkje in de levensstijl van de Neanderthalers en onthult nieuwe details over wat ze aten, hoe het met hun gezondheid gesteld was en hoe hun leefomgeving hun gedrag beïnvloedde.”

Aspirine en antibiotica
Het onderzoek naar het tandplak levert een grote verrassing op. Zo bleek één van de Neanderthalers – afkomstig uit Spanje – een abces te hebben gehad in de mond. “Het tandplak wees uit dat hij bovendien een parasiet bij zich droeg die diarree veroorzaakte, dus hij was duidelijk ziek,” vertelt onderzoeker Alan Cooper. Het tandplak van deze Neanderthaler vertelt ons bovendien dat hij van een populier had gegeten. “En die bevat de pijnstiller salicylzuur (het actieve ingrediënt van aspirine) en we detecteerden ook een in de natuur voorkomende antibiotische schimmel (penicillium) die we niet bij de andere Neanderthalers terugvonden.”

Niet dom
Het kan een veelzeggende ontdekking zijn, vertelt Cooper. “Blijkbaar bezaten Neanderthalers veel kennis over medicinale planten en de ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen daarvan. En het lijkt erop dat ze aan zelfmedicatie deden. Het gebruik van antibiotica zou zeer verrassend zijn.” Hij wijst erop dat de mensheid pas 40.000 jaar later het eerste algemeen bruikbare antibioticum – penicilline – ontwikkelde. Wat het onderzoek in ieder geval laat zien, is dat de Neanderthalers zeker niet dom waren.

Dieet
Het onderzoek vertelt ook meer over het dieet van de Neanderthalers. Grappig genoeg blijkt dat van de Belgische Neanderthalers heel anders te zijn dan dat van de Spaanse Neanderthalers. De ‘Belgische Neanderthalers’ aten wolharige neushoorns en wilde schapen, maar hadden ook wilde champignons op het menu had staan. De Neanderthalers uit Spanje lijken vegetarisch te zijn geweest en aten noten, champignons en boombast.

Uitwisseling

Daarnaast hebben onderzoekers op basis van het tandplak van de Neanderthalers het genoom van de bacterie Methanobrevibacter oralis kunnen reconstrueren. Nog niet eerder is zo’n oud microbieel genoom in kaart gebracht. Het genoom van de microbe – die in verband gebracht wordt met tandvleesontsteking – suggereert dat Neanderthalers en moderne mensen zo’n 180.000 jaar geleden, dus lang nadat de twee soorten zich van hun gemeenschappelijke voorouder afscheidden nog ziekteverwekkers uitwisselden.

Cariës
Verder blijkt dat de Neanderthalers enkele ziekteverwekkende microben bij zich droegen die ook moderne mensen bij zich hadden. Je moet dan onder meer denken aan de bacteriën die cariës en tandvleesontsteking veroorzaken.

Wat verder opvalt, is dat de bacteriën die in de mond leven nauw samenhangen met de hoeveelheid vlees die mens(achtig)en eten. Zo bleek de samenstelling van de orale bacteriepopulatie van de Spaanse Neanderthalers veel overeenkomsten te vertonen met die van chimpansees. Terwijl de bacteriepopulaties in de mond van de Belgische Neanderthalers weer veel weghebben van die van de eerste jagers en verzamelaars en zelfs een beetje op die van moderne mensen lijken. “We hebben nu toegang tot direct bewijs omtrent wat onze voorouders aten,” vertelt onderzoeker Keith Dobney. “Maar verschillen in dieet en levensstijl lijken ook gereflecteerd te worden in de bacteriën in de monden van Neanderthalers en moderne mensen. Grote veranderingen in wat we eten lijken de balans in deze microbiële populaties over een periode van duizenden jaren veranderd te hebben, wat weer fundamentele consequenties heeft voor onze gezondheid en ons welzijn.” Hij ziet het onderzoek als “een nieuwe manier om onze evolutionaire geschiedenis te verkennen en leren begrijpen middels de micro-organismen die in en met ons leefden.”