Nieuw onderzoek onthult dat ze van dichtbij op hun prooien jaagden.

Dat is het lezen in het blad Nature Ecology and Evolution. Aan het onderzoek werkten ook enkele Nederlandse onderzoekers mee.

Damherten
De wetenschappers bestudeerden skeletten van twee grote damherten die naar schatting zo’n 120.000 jaar geleden door Neanderthalers zijn gedood. De resten van de herten werden gevonden langs de oevers van een klein meer in het oosten van Duitsland en worden gekenmerkt door de oudste jachtwonden die tot op heden zijn gedocumenteerd. De onderzoekers bestudeerden deze jachtwonden in de hoop te kunnen achterhalen hoe ze zijn ontstaan.

Een simulatie onthult hoe de speer het bot binnen is gedrongen. Afbeelding: Universiteit Leiden.

Van dichtbij
Eén van de verwondingen kan volgens de onderzoekers alleen zijn ontstaan doordat een houten speer met een relatief lage snelheid in het bot werd gestoken. Het wijst erop dat Neanderthalers de prooi van dichtbij benaderden en hun speren vervolgens vanuit een onderhandse hoek in het lichaam van de prooi staken.

Plannen en samenwerken
Deze herten werden dus niet van een afstandje en door het werpen van een speer neergestoken. In plaats daarvan werden ze van dichtbij gedood. Het vertelt ons veel meer over de Neanderthalers. Want van dichtbij op een prooi jagen vereist zorgvuldige planning en samenwerking met andere jagers.

Aangenomen wordt dat vroege mensachtigen meer dan een half miljoen jaar geleden al met behulp van wapens op jacht gingen. Maar hoe ze die wapens – houten speerachtige objecten die onder meer in Duitsland zijn ontdekt – precies gebruikten, was tot voor kort onduidelijk. “Wat betreft het speergebruik hebben we nu eindelijk de plaats delict die past bij de spreekwoordelijke ‘smoking gun‘,” zo stellen de onderzoekers.

Hier zie je de wervel van één van de grote damherten met daarin een gat dat ontstaan is door een speer van Neanderthalers. Afbeelding: Universiteit Leiden.