Ze aten echt niet alleen maar mammoeten; een visje of een schaaldier ging er ook wel in.

Wanneer je Neanderthalers afgebeeld ziet, is dat vaak op het land. En vaak als vleeseters, die joegen op machtige mammoeten en andere grote, wandelende delicatessen. Maar lang niet alle Neanderthalers leefden zo, zo blijkt uit een nieuw onderzoek. Neanderthalers die in kustgebieden huisden, waren zich sterk bewust van al het lekkers dat de zee te bieden had en deinsden er zeker niet voor terug om zich dat lekkers toe te eigenen.

Grot
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze onderzoek deden in een Portugese grot, waar Neanderthalers tussen 106.000 en 86.000 jaar geleden vertoefden. In de grot troffen ze de restanten aan van een breed scala aan vissen, schaaldieren, schelpen, zeedieren en -vogels. Het suggereert dat Neanderthalers hier – heel succesvol en langdurig – joegen en visten op talloze in zee levende organismen.


Ze gaan steeds meer op ons lijken
De bevindingen zijn best verrassend. Sommige onderzoekers dachten namelijk lang dat Neanderthalers weinig interesse hadden in de zee en wat daarin leefde. En dat moderne mensen – omdat ze die interesse wel hadden – een voorsprong verkregen op de Neanderthaler. Volgens die hypothese zouden vis- en schaaldieren en de voor de hersenen zo voordelige vetzuren die zij bevatten, de cognitieve ontwikkeling van moderne mensen een boost hebben gegeven. Waarna ze een breed scala aan technologische en culturele innovaties ontwikkelden die ze in staat stelden om Afrika te verlaten en andere mensachtige soorten te overtreffen en uiteindelijk als enige mensensoort over te blijven. Die hele theorie lijkt nu van tafel te zijn geveegd. Volgens de onderzoekers is de mate waarin Neanderthalers die in de Portugese grot vertoefden, uit de zee leefden, grofweg vergelijkbaar met de mate waarin moderne mensen dat in Afrika deden. En opnieuw blijkt dus dat de Neanderthalers meer met ons gemeen hadden dan gedacht.

Zeespiegelstijging
De onderzoekers stellen op basis van hun onderzoek dat langs de mediterrane kust waarschijnlijk nog veel meer Neanderthalers hun dagen vissend en op zeedieren jagend doorbrachten. Dat daar tot op heden nog weinig van is teruggevonden, is mogelijk te herleiden naar de zeespiegelstijging die in het Pleistoceen plaatsvond en de kustgebieden waar Neanderthalers vertoefden, onder water zette.

Het onderzoek is in lijn met een studie die eerder dit jaar verscheen. In die studie beschreven onderzoekers tientallen schelpen die ongeveer 90.000 jaar geleden door Neanderthalers waren verzameld en in een Italiaanse grot waren bewerkt. Volgens de onderzoekers hadden de Neanderthalers deze schelpen lang niet allemaal op het strand gevonden; sommigen zouden door Neanderthalers zijn opgedoken. En daarvoor moesten ze mogelijk wel twee tot vier meter diep duiken. De bevindingen toonden aan dat Neanderthalers een nauwere band met de zee hadden dan gedacht. En dit nieuwe onderzoek doet daar dus nog een schepje bovenop, door aan te tonen dat Neanderthalers hun zinnen zetten op een breed scala aan vis- en schaaldieren en deze ook daadwerkelijk te pakken kregen.