Nijmeegse onderzoekers mogen de prijs – voor onderzoek dat je eerst aan het lachen maakt en later aan het denken zet – een plekje op hun schoorsteenmantel geven.

De Nobelprijzen kennen we allemaal. Iets minder bekend is de Ig Nobelprijs. Deze wordt sinds 1991 uitgereikt aan wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar onderzoeksvragen die in eerste instantie misschien lachwekkend lijken, maar waar bij nader inzien toch wel iets zinnigs over te zeggen valt.

Nederlandse winnaars
Ook dit jaar zijn de Ig Nobelprijzen weer uitgereikt. Dat gebeurde gisteren, aan de prestigieuze Harvard University. En ook Nederlandse wetenschappers zagen hun werk bekroond worden met een heuse Ig Nobelprijs. Het paper ‘Money and Transmission of Bacteria‘, dat Andreas Voss en zijn zoon Timothy Voss (beiden verbonden aan het Radboud UMC) in samenwerking met Turkse en Duitse wetenschappers schreven, was lachwekkend én serieus genoeg om er een Ig Nobelprijs aan toe te kennen. In het paper buigen de wetenschappers zich over de vraag of micro-organismen zich ook kunnen verspreiden door de overdracht van geld.


Het is niet voor het eerst dat Nederlandse onderzoekers de Ig Nobelprijs in de wacht slepen. In 2003 kreeg Kees Moelijker er eentje mee naar huis voor zijn beschrijving – inclusief foto’s – van homoseksuele necrofilie onder eenden. En ook een Nederlands onderzoek dat aantoonde dat overal ter wereld het woordje ‘huh’ – of iets dat erop lijkt – wordt gebruikt om een hapering in de communicatie te repareren, resulteerde in een Ig Nobelprijs. Net als het onderzoek van Bert Tolkamp dat draaide om liggende koeien. De belangrijkste bevinding: Hoe langer een koe heeft gelegen, hoe groter de kans dat deze snel op zal staan. En ook Mirjam Tuk heeft de prijs op het dressoir staan, voor haar onderzoek waaruit blijkt dat je betere beslissingen neemt met een volle blaas.

Het onderzoek
Middels experimenten zochten vader en zoon Voss en collega’s uit of micro-organismen op bankbiljetten kunnen (over)leven en vanaf dat geld ook over konden springen op mensen. “We hebben papiergeld uit diverse landen onderzocht, zoals de Amerikaanse en Canadese dollar, de Indiase roepie, de Kroatische Kuna, de Roemeense Lei, de Marokkaanse dirham en de euro,” vertelt Andreas Voss. “Op ongebruikte biljetten hebben we enkele bijzonder resistente micro-organismen aangebracht, zoals Methicilline-resistente Staphylococcus Aureus (MRSA), Vancomicine-resistente Enterococci (VRE) en Escherichia coli (E. coli) die Extended-Spectrum Beta-Lactamases (ESBL) aanmaken. Dat zijn bacteriën die een mogelijk risico in de zorg kunnen vormen.” Na 3, 6 en 24 uur werd er gekeken of de bacteriën nog op het geld te vinden waren. En toen bleek al: het ene bankbiljet is het andere niet. ““Op de Kroatische Kuna konden we na drie uur al geen enkel van de micro-organismen meer terugvinden, bij de roepie uit India waren ze na zes uur verdwenen. Heel anders was dat bijvoorbeeld bij de Roemeense Lei. Na zes uur zaten daar alle aangebrachte bacteriestammen nog op. Zelfs na een dag troffen we op de Lei nog MRSA aan.” Het heeft waarschijnlijk alles te maken met de samenstelling van de bankbiljetten, zo denken de onderzoekers.

Is geld besmettelijk?
Daarmee was dus aangetoond dat bacteriën – weliswaar op de ene munteenheid wat makkelijker dan op de andere – op geld kunnen leven. Tijd voor de misschien nog wel veel interessantere vervolgvraag: is het mogelijk om bacteriën via geld aan anderen over te dragen? Het blijkt opnieuw afhankelijk te zijn van het bankbiljet. Zo werden drie proefpersonen die Amerikaanse en Roemeense bankbiljetten in handen gedrukt kregen, besmet met de bacteriën die daarop leefden. De euro bleek zijn bacteriën echter bij zich te houden.

Geen reden tot zorg
Voor wie zich nu al voorneemt om nooit meer Roemeense en Amerikaanse bankbiljetten aan te raken, heeft Voss enkele geruststellende woorden. Hoewel ‘dirty money‘ dus echt bestaat, is het niet direct reden tot zorg. “We komen de gehele dag in aanraking met micro-organismen. Daar kan de afweer van de mens goed mee omgaan, zeker als je wat basisregels van hygiëne in de gaten houdt zoals handen wassen voor contact met slijmvliezen, voor het eten en voor contact met wondjes. Voor mensen in de zorg is het hooguit een ‘reminder’ dat ook contact met de omgeving tot besmette handen leidt. En dat handhygiëne, zoals desinfectie, in de zorginstellingen wel degelijk van groot belang is in het contact met de patiënt.”

Vereerd
Dat het onderzoek – dat al in 2013 werd gepubliceerd – nu in de prijzen is gevallen, doet Andreas Voss goed, zo laat hij vanuit de VS, waar hij gisteren, samen met zijn zoon de Ig Nobelprijs in ontvangst heeft mogen nemen, aan Scientias.nl weten. “Wij zijn vereerd en wat het nog leuker maakt is dat wij het samen mogen beleven. Ik probeer mijn vak al 30 jaar met een knipoog en humor te ‘verkopen’, dus dit past perfect.” Dat de Ig Nobelprijs een hoop aandacht genereert, staat buiten kijf. “Ik heb veel meer en beter onderzoek gedaan dat bovendien veel meer invloed op mijn vakgebied – infectiepreventie – heeft gehad, maar geen enkel onderzoek heeft zoveel aandacht gekregen als dit.”

Naast de Nederlandse onderzoekers vielen er nog veel meer wetenschappers in de prijzen. Bijvoorbeeld – jonge ouders opgelet! – Iman Farakbakhsh die een machine heeft ontwikkeld die het verwisselen van luiers voor zijn rekening neemt. Ook is er eeuwige roem voor studies naar wombatpoep (onderzoeksvraag: waarom is het vierkant) en kinderspeeksel (hoeveel maakt een 5-jarige per dag aan?).