Een groter deel van de Nederlandse volwassen beweegt vaker dan jeugdigen. Dit blijkt uit een peiling van TNO. Minder dan de helft van de Nederlandse jeugd haalt de beweegnormen. Veel jongeren zitten te veel en doen nauwelijks aan sport. TNO wil dat er wordt geïnvesteerd in maatregelen die een sportieve, actieve leefstijl bevorderen.

Het uitgangspunt bij jeugdigen is per dag ten minste 60 minuten bewegen, waarvan minimaal twee keer in de week op intensief niveau. De doelstelling is dat in 2012 minimaal 50% van de jongeren in de leeftijd 4-17 jaar voldoet aan de beweegnorm.

Ten opzichte van de vorige metingen over 2006-2007 is er bij de vier- tot zeventienjarigen nauwelijks verandering opgetreden. Slechts 46 procent haalt de beweegnorm en van hen is ten minste één op de tien volledig inactief. Gunstig is wel dat ruim driekwart van de jongeren sport beoefent. Dit voorkomt echter niet dat bijna de helft van de vier- tot elfjarigen teveel zit. Andere groepen die duidelijk minder vaak aan de beweegnormen voldoen zijn ouderen, mensen met chronische aandoeningen, niet-werkenden, mensen met overgewicht, Nederlanders met een niet-Nederlandse herkomst (eerste generatie), en werknemers in zittende beroepsgroepen.

Anno 2009 voldoet inmiddels 68% van de volwassen Nederlandse bevolking aan de zogenaamde combinorm: 5-7 dagen 30 minuten matig intensief bewegen en/of tenminste 3 dagen 20 minuten intensief bewegen. In 2000 was dit percentage nog 52%. De sterke stijging die in de eerste jaren werd gezien, is de afgelopen jaren bijna tot stilstand gekomen, waardoor het de vraag is of het streefgetal van de overheid – 70% van de volwassen Nederlanders voldoet einde 2011 aan de combinorm – gehaald kan worden.