De ziekte leidt tot een te laag cholesterol. En dat is ook niet goed.

Heel vaak wordt er gewaarschuwd voor een te hoog cholesterol. En terecht. Want dat vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Maar een te laag cholesterol is ook niet goed, zo blijkt maar weer uit een nieuw onderzoek waarin wetenschappers van de Radboud Universiteit een sleutelrol spelen. Het onderzoek resulteert in de ontdekking van een nieuwe stofwisselingsziekte waardoor te weinig cholesterol wordt aangemaakt. Mensen met deze stofwisselingsziekte kunnen daardoor onder meer te maken krijgen met afwijkingen in de hersenen, epilepsie en kenmerkende afwijkingen aan het gezicht.

Afwijkend profiel
Australische onderzoekers kwamen de stofwisselingsziekte op het spoor toen ze in de urine van een patiënt een afwijkend profiel van organische zuren vonden dat ze niet goed konden verklaren. En waarvan ze ook niet konden uitsluiten dat het met de klachten van de patiënt te maken had. Reden genoeg voor de Australiërs om contact te zoeken met de Nijmeegse chemicus Ron Wevers. Hij ontwikkelde eerder in het Radbouumc een techniek waarmee het mogelijk is om stofjes in de urine te detecteren, zelfs als hiervan slechts zeer kleine hoeveelheden aanwezig zijn.

Squaleensynthase
“De combinatie van stoffen die we vonden, gaven aan dat er iets mis moest zijn in de aanmaak van cholesterol,” vertelt Wevers. Hij legt uit dat we cholesterol binnen krijgen via voeding, maar dat ons lichaam het ook zelf aanmaakt. “In dat productieproces was iets mis.” Vervolgonderzoek wees uit dat het alles te maken had met het enzym squaleensynthase, dat een belangrijke rol speelt in de omzetting van stofjes waaruit uiteindelijk dan cholesterol ontstaat.

Mutatie
De ontdekking leidde onderzoekers naar het gen FDFT1 dat voor squaleensynthase codeert. De wetenschappers verwachtten daar een mutatie aan te treffen. Maar wanneer onderzoekers dat gen bij drie patiënten – uit twee verschillende families – onder de loep nemen, stuiten ze op een verrassing. “In de ene familie werden wel mutaties gevonden die de werking van het enzym verstoren, maar in de andere familie niet. Dat was een raadsel dat een tijdlang niet kon worden opgelost.” Een tweede onderzoeksgroep aan het Radboudumc weet dat vraagstuk uiteindelijk op te lossen. “Een mutatie die zorgt voor een niet goed functionerend eiwit zit meestal in het gen zelf,” vertelt onderzoeker Lisenka Vissers. “Bij deze tweede familie zat de mutatie juist buiten het gen, waardoor die in eerder genetisch onderzoek ook niet gevonden was. Deze mutatie voorkomt dat het gen voor SS, dat dus eigenlijk prima in orde is, wordt afgelezen.” En daarom werkt het enzym squaleensynthase ook in deze groep niet.

Het onderzoek resulteert niet alleen in de ontdekking van een nieuwe stofwisselingsziekte. De onderzoekers hebben namelijk meteen een testje ontwikkeld dat het mogelijk maakt om de ziekte te diagnosticeren. De patiënt hoeft daarvoor alleen maar een beetje urine af te staan.