Ze zijn tot wel twintig centimeter langer dan leeftijdsgenoten in andere landen. Het legt de grote verschillen tussen de gezondheid van schoolgaande kinderen en jongvolwassenen wereldwijd pijnlijk bloot.

Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek dat verschenen is in het blad The Lancet. Voor het onderzoek bogen wetenschappers zich over meer dan 2100 studies die in de afgelopen 34 jaar zijn uitgevoerd en iets vertelden over de lengte en het BMI van vijf- tot negentienjarigen. De studies herbergden samen data van meer dan 65 miljoen kinderen en adolescenten, woonachtig in 200 landen. Op basis van deze enorme dataset kunnen onderzoekers meer zeggen over de lengte en het BMI van kinderen wereldwijd. En – doordat de data 34 jaar beslaan – ook verschillende belangrijke trends ontwaren.

Lichaamslengte
Uit de dataset blijkt bijvoorbeeld dat de langste tieners in 2019 te vinden waren in Nederland. Met een gemiddelde lengte van 183,8 centimeter (voor jongens) en 170,4 centimeter (voor meisjes) laten 19-jarige Nederlanders hun leeftijdsgenoten uit Montenegro nipt achter zich (daar zijn jongens en meisjes gemiddeld respectievelijk 183,3 en 170 centimeter lang).


De kleinste tienerjongens troffen de onderzoekers in 2019 op Oost-Timor aan. Daar zijn negentienjarige jongens gemiddeld 160,1 centimeter lang (grofweg vergelijkbaar met de lengte van een gemiddelde dertienjarige Nederlandse jongen). In Guatemala zijn de negentienjarige meisjes het kleinst: zij zijn gemiddeld 150,9 centimeter lang (grofweg vergelijkbaar met de lengte van een gemiddeld elfjarig Nederlands meisje)

BMI
De negentienjarige jongens met het hoogste en laagste gemiddelde BMI zijn respectievelijk te vinden op de Cookeilanden (een gemiddeld BMI van 29,6) en in Ethiopië (een gemiddeld BMI van 19,2) Terwijl de negentienjarige meisjes met het hoogste en laagste gemiddelde BMI respectievelijk op Tonga (29) en Oost-Timor (19,6) wonen. En daarmee zijn ook de verschillen in BMI wereldwijd groot, zo stellen de onderzoekers. De hoogste en laagste BMI’s liggen maar liefst 9-10 kg/m2 uit elkaar (de equivalent van zo’n 25 kilo aan lichaamsgewicht).

Gezondheid
Het onderzoek levert niet alleen wat aardige wetenswaardigheden op. De grote verschillen die de onderzoekers constateren tussen lichaamslengte en BMI van kinderen en jongeren wereldwijd zijn namelijk te herleiden naar de kwaliteit van het voedsel dat zij tot hun beschikking hebben en de gezondheid van hun leefomgeving. Bovendien kunnen lichaamslengte en BMI een goede indicatie geven van de gezondheid en ontwikkeling van kinderen en jongeren. Zo wordt een beperkte lichaamslengte en te laag BMI bij kinderen onder meer in verband gebracht met een grotere kans op ziekte, slechtere schoolprestaties en – later in het leven – ook met een beperktere werkproductiviteit. Kinderen met een hoger BMI hebben weer een grotere kans op chronische ziekten zoals diabetes type 2 en een hoge bloeddruk. Bovendien hebben ze als volwassenen een grotere kans om vroegtijdig te overlijden en houdt hun mentale gezondheid vaak te wensen over.


Verbetering
Als je met die kennis in het achterhoofd naar de data kijkt, worden de grote verschillen wereldwijd schrijnend en blijkt wel dat er in veel landen nog ruimte voor verbetering is. Zo stuitten de onderzoekers in landen als de VS, Nieuw-Zeeland, Maleisië, Mexico en Sub-Sahara-Afrika op wat zij ‘ongezonde groeipatronen’ noemen. Dat wil zeggen dat de lichaamslengte – die normaliter toeneemt naarmate kinderen ouder worden – hier niet snel genoeg toeneemt of het gewicht juist sneller toeneemt dan gewenst.

Bergafwaarts na vijf jaar
Wat opvalt, is dat deze ongezonde groeipatronen zich in veel landen pas manifesteren nadat kinderen de leeftijd van vijf jaar hebben bereikt. Over het algemeen volgen kinderen in veel landen tot vijf jaar zowel qua lichaamslengte als gewicht de gewenste, door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde, curve. Maar zodra ze vijf jaar worden, verandert dat en groeien kinderen niet meer zo hard als de curve dicteert of neemt hun gewicht juist veel te snel toe. De onderzoekers zien dat eerste met name gebeuren in midddeninkomenslanden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Sub-Sahara-Afrika. Waar kinderen in deze landen rond vijfjarige leeftijd nog een optimale lichaamslengte hadden, neemt de lichaamslengte vanaf die leeftijd langzamer toe dan de curve dicteert, waardoor hun lichaamslengte op negentienjarige leeftijd meer dan 2 centimeter korter is dan de optimale lichaamslengte. Ondertussen zien ze dat meisjes in Zuid-Afrika en zowel jongens als meisjes in Canada op vijfjarige leeftijd een normaal BMI hadden. Maar zodra de kinderen ouder worden, begint dat BMI ook steeds vaker hoger uit te vallen.

Meer aandacht voor oudere kinderen
Volgens de onderzoekers zijn deze resultaten te herleiden naar het feit dat veel landen – succesvol – investeren in het verbeteren van de de voedings- en dus ook groeipatronen van jonge kinderen, maar die aandacht verslapt zodra kinderen naar school gaan. “Nationale voedings- en gezondheidsprogramma’s zouden uitgebreid moeten worden naar oudere kinderen en adolescenten om zo een gezonde groei en ontwikkeling mogelijk te maken,” stelt onderzoeker Majid Ezzati. “We moeten de toegang tot betaalbaar, gezond voedsel op school en in de gemeenschap verbeteren middels vouchers voor gezond voedsel en gratis gezonde schoolmaaltijden voor families met een laag inkomen en kinderen middels regelgeving omtrent en extra belasting op ongezond voedsel, beschermen.”

Goed nieuws
Gelukkig zijn er ook landen waar het wel goed gaat of zelfs verbetering zichtbaar is. Het gaat dan met name om opkomende economieën zoals China en Zuid-Korea. Daar is de lichaamslengte van zowel meisjes als jongens de afgelopen jaren flink toegenomen. Zo zijn negentienjarige jongens in China nu gemiddeld zo’n 8 centimeter langer dan in 1985. De gezondste groeipatronen – dat wil zeggen dat de lichaamslengte sterker toeneemt dan BMI – troffen de onderzoekers voor meisjes onder meer aan in Zuid-Korea, Vietnam en Saoedi-Arabië. En voor jongens in centraal- en west-Europa, in landen als Denemarken, Portugal, Montenegro en Polen.

De onderzoekers hopen dat hun studie overheden handvatten biedt om in de gezondheid van toekomstige generaties te investeren. Dat vereist echter wel een breed scala aan maatregelen, die er enerzijds op gericht zijn dat kinderen gezonder gaan eten, maar er anderzijds ook voor zorgen dat kinderen voldoende bewegen en op kunnen groeien in een gezonde omgeving. Dat betekent heel concreet dat er gekeken moet worden naar de beschikbaarheid en betaalbaarheid van gezond voedsel, maar bijvoorbeeld ook naar de beschikbaarheid van schoon (drink)water, sanitaire voorzieningen en degelijke huisvesting en toegang tot gezondheidszorg en sport- en spelmogelijkheden op school en daarbuiten. “Met behulp van deze maatregelen kunnen kinderen langer groeien, zonder daarbij overvloedig aan te komen en dat levert levenslange voordelen op voor hun gezondheid en welzijn,” aldus de onderzoekers.