Dat ontdekte archeologe Chrystel Brandenburgh nadat ze zo’n 1000 textielresten uit graven en nederzettingen onder de microscoop legde.

Kleding vertelt een verhaal. Het kan iets vertellen over je status, over wie je bent en wat je doet. Dat is nu zo, maar dat was lang geleden ook al zo. Je zou dan ook denken dat kledingresten uit een ver verleden – zeg de vroege Middeleeuwen – het hart van een archeoloog of historicus sneller laten kloppen. En in het buitenland is dat ook zo: er wordt met name de laatste jaren steeds intensiever onderzoek gedaan naar textielresten. In Nederland was er echter lang weinig oog voor textielresten en het verhaal dat ze vertellen. “Dat komt met name door onbekendheid, denk ik,” vertelt archeologe Chrystel Brandenburgh aan Scientias.nl. “Jarenlang was er in ons land maar één textielspecialist en het is nu eenmaal zo dat iets wat je niet goed kent doorgaans ook niet zoveel aandacht krijgt.”

Promotie-onderzoek
Maar daar brengt Brandenburgh nu verandering in. Haar promotie-onderzoek draait namelijk om maar één ding: Nederlandse textielresten. En ze ging voor dat promotie-onderzoek ook zeker niet over één nacht ijs. Ze bestudeerde maar liefst duizend textielresten, afkomstig uit bijna alle hoeken van ons kikkerlandje. De textielresten zijn afkomstig uit graven en nederzettingen en stammen uit de periode tussen 400 en 1000 na Christus.

Afdrukken van kleding in een ander object. Afbeelding: Chrystel Brandenburgh.

Afdrukken van kleding in een ander object. Afbeelding: Chrystel Brandenburgh.

Kleine resten
“De resten zijn vrij klein,” vertelt Brandenburgh. “De resten uit de nederzettingen zijn vaak hooguit dertig bij dertig centimeter groot, veel grotere resten zijn zeldzaam. De resten uit de graven zijn nog veel kleiner. Het zijn eigenlijk niet eens textielresten, maar eerder afdrukken van textiel in accessoires, bijvoorbeeld een riem of een broche en die afdrukken zijn vaak maar een halve bij een halve centimeter groot.” Brandenburgh legde de textielresten onder de microscoop en bestudeerde onder meer de productietechniek, welke vezels er gebruikt zijn (bijvoorbeeld wol) en welke functie het materiaal had of tot welk kledingstuk het behoorde. Dat laatste is gemakkelijker te achterhalen bij textielresten die in graven zijn teruggevonden. “Als je een afdruk van textiel in een riem aantreft, weet je dat het kledingstuk zich op de heup bevond. Het reconstrueren van de functie is dan gemakkelijker.”

Regionale verschillen
Wanneer je van een afstandje kijkt naar textiel uit Noord-Nederland, Duitsland en Zuid-Denemarken dan zul je al snel opmerken dat het textiel uit deze verschillende gebieden op elkaar lijkt. En datzelfde geldt voor het zuiden van Nederland, België en het midden van Duitsland. Maar kijk je nog eens goed, dan zie je dat er ook verschillen zijn en dat er zelfs binnen een kleine regio sprake is van verschillende ‘stijlen’. Zo ontdekte Brandenburgh bijvoorbeeld dat vrouwen in Rhenen en Wijchen vaak begraven werden in linnenweefsels. Maar in Lent-Lentseveld werd helemaal geen linnen teruggevonden in vrouwengraven, maar juist weer wel bij mannen en kinderen. Naast verschillen tussen mannen- en vrouwenkleding, waren er dus ook duidelijke regionale verschillen.

Vrouwen versus mannen
Uit het onderzoek van Brandenburgh rollen een aantal opmerkelijke conclusies. Zo ontdekte ze dat de kwaliteit van de kleding van vrouwen in de vroege Middeleeuwen doorgaans beter was dan die van de mannen. De weefsels van de mannen waren grover en ook het weefseltype dat vrouwen droegen verschilde doorgaans sterk van dat van mannen. Hoe die verschillen verklaard moeten worden, blijft gissen. “Het suggereert dat er toen – net als nu – ideeën waren over wat mannelijk en vrouwelijk was.”

Veranderingen
Net zoals kleding nu door de tijd heen verandert, gebeurde dat in de vroege Middeleeuwen ook, zo merkte Brandenburgh. Als voorbeeld noemt ze Maastricht. Een stad die wat eerder op het christendom overstapte dan de rest van ons land. “In deze graven zie je andere textielsoorten. Het textiel lijkt al een beetje op de latere traditie van sobere doodskleden en lijkwades. Tegelijkertijd zie je naast die vrij christelijke en sobere kleding ook nog heidense invloeden: mensen werden bijvoorbeeld wel begraven met wapens en voorwerpen.” Het is een mengelmoes van christelijke (sober en eenvoudig) en heidense tradities die voorafgaat aan een uitgesproken christelijke en sobere stijl.

Het onderzoek van Brandenburgh heeft een schat aan informatie opgeleverd. En dat is deels te danken aan het grote aantal textielresten dat ze bestudeerde en het feit dat ze zich op onontgonnen gebied begeeft. En als het aan Brandenburgh ligt, is dit onderzoek de opmaat naar meer. “Kledingresten zijn misschien lastig te duiden, maar we moeten ze niet negeren. Ik wil dan ook graag meer onderzoek gaan doen naar textielresten. Het onderwerp trekt en lonkt. Zo zou ik graag meer te weten komen over de productie van en handel in textiel. Het is belangrijk, omdat kleding ons kan vertellen hoe mensen zichzelf zagen. Het brengt ons dichter bij de mensen van toen.”