Blogger Robert Krulwich vroeg zich in zijn blog van 7 december openlijk af waarom Neil Armstrong en Buzz Aldrin tijdens hun eerste maanwandeling zo’n bescheiden afstand aflegden. Waarom gingen ze niet verder? Tot Krulwichs grote verbazing komt het antwoord van Armstrong himself, die in een lange brief de overwegingen en het verlangen om verder, veel verder te gaan, uit de doeken doet.

Uit de brief blijkt dat de korte wandeling enkele reden had. Ten eerste was het natuurlijk de allereerste keer dat de mens voet op de maan zette. Er was wel geoefend, maar de omstandigheden die op de maan spelen, konden niet allemaal worden gereconstrueerd. Voorzichtigheid was dus geboden.

Pak
Eén van de zorgen die de astronauten hadden, was hun ruimtepak. Het was een pak dat gekoeld werd door water en het was onduidelijk hoelang de astronauten met zo’n pak zouden doen. Het was dus verstandig om in de buurt van de lander te blijven.

Camera
Daarnaast had NASA Armstrong en Aldrin verzocht om al het werk voor de camera te verrichten. Daar kon namelijk weer van geleerd worden. Armstrong bekent in de brief dat hij niet helemaal naar NASA heeft geluisterd. “Ik geef toe dat ik het geplande werkgebied en het gebied dat de camera bestreek opzettelijk heb verlaten om de binnenkant van de kraters te bestuderen en fotograferen. (…) Ik had het gevoel dat het resultaat het risico waard was.”

WIST U DAT…

…het hoogste punt op de maan tien kilometer hoog is?

Verder
Ook schrijft Armstrong dat hij en zijn collega eigenlijk nog veel verder hadden willen gaan. “Het is waar dat we liever langer op het oppervlak waren gebleven en verder van de maanlander en de camera hadden willen reizen. Maar we moesten een aantal experimenten doen, monsters verzamelen en documenteren en foto’s maken.” Kortom: de tijd drong.

Kritiek
Armstrong kan het in de brief niet laten om ook de kritische Amerikaan en de Amerikaanse regering (die heftig op de ruimtevaart wil bezuinigen) nog eens met de neus op de feiten te drukken. “Sommigen vragen zich af waarom Amerikanen naar de maan terug moeten keren. We zijn er tenslotte al geweest, zeggen ze dan. Ik vind dat verbijsterend. Het is net zoiets als wanneer de vorsten in de zestiende eeuw zouden zeggen: “We hoeven niet naar de Nieuwe Wereld, we zijn er al geweest.” (…) Amerikanen hebben zes locaties op de maan bezocht en bestudeerd. (Die locaties, red.) varieerden in grootte van een voorstad tot een klein stad. Dat betekent dat er nog meer dan 14 miljoen vierkante mijl te ontdekken valt.”

Benieuwd naar de hele brief? U vindt ‘m hier.