Het leven op aarde is continu in beweging: het evolueert of sterft uit. De vraag is dan ook: hoe zal het onze soort in de toekomst vergaan? Als we niet uitsterven, wie of wat volgt ons dan op?

Hoe verder we in het verleden kijken, hoe meer we weten over de toekomst (W.Churchill).

In de geschiedenis van de evolutie op aarde sterven levende soorten na verloop van tijd uit of worden overgenomen door andere soorten. De vraag is dan: Hoe zal het onze eigen soort Homo sapiens vergaan? Vooraf is duidelijk dat wij zeker niet in de huidige vorm ongewijzigd zullen voortleven. Maar wie of wat komt dan in aanmerking om onze opvolger te worden?

Een kwetsbare mensensoort
Wij kunnen onszelf als Homo sapiens wel op de borst kloppen met al onze geestelijke verworvenheden, maar toch zijn we nog steeds in het bezit van een primitief en onhandig zoogdierenlichaam. Neem alleen al het feit dat wij om te overleven voortdurend afhankelijk zijn van voedsel. Ja, en dan boffen we nog in vergelijking met andere zoogdieren, zoals onze biologische neven de apen. De meeste zoogdieren, ook de slimme apen, hebben bijna een gehele dagtaak aan het verwerven en consumeren van voeding. Dankzij een efficiënte landbouw, veeteelt en kookkunst is de gemiddelde mens hooguit nog enkele uren per dag met voeding bezig en heeft daarnaast de handen vrij voor meer verheven bezigheden. Ook wordt ons zoogdierenlichaam nog steeds geteisterd door ziekten en gebreken. Daar moeten we praktisch ons hele leven tegen vechten.

Wij kunnen onszelf als Homo sapiens wel op de borst kloppen met al onze geestelijke verworvenheden, maar toch zijn we nog steeds in het bezit van een primitief en onhandig zoogdierenlichaam.

Wij kunnen onszelf als Homo sapiens wel op de borst kloppen met al onze geestelijke verworvenheden, maar toch zijn we nog steeds in het bezit van een primitief en onhandig zoogdierenlichaam.

Genetisch veredelde soort
Kunnen we dan voor de toekomst misschien onze hoop vestigen op een genetisch veredelde mensensoort? Ja, er is op dit terrein al veel gebeurd en er zal nog veel meer mogelijk zijn. Maar of dat een oplossing is? Kunnen wij ziekten echt definitief uitbannen door genetische manipulatie? Daar is tot nu toe niets van gebleken. Integendeel, er ontstaan steeds weer nieuwe ziekten. Het gehele biologische krachtenspel op aarde is een voortdurende survival of the fittest en er is in elk geval nog niets wat de haalbaarheid van een perfecte biologische soort doet veronderstellen.
Bovendien is het ook nog zo dat juist de voor mensen belangrijke psychische kwaliteiten niet door genetische manipulatie beïnvloedbaar zijn. Zo berust onze menselijke intelligentie en met name taalvaardigheid op een gecompliceerd neuraal systeem in onze hersenen, dat niet zomaar in verband kan worden gebracht met bepaalde genen. Naast genetische veredeling bestaat ook nog de mogelijkheid om mensen minder kwetsbaar te maken door toevoeging van kunstmatige hulpmiddelen. Veel is geschreven over de zogenaamde cyborg-mens, een mens die dermate is toegerust met allerlei technische hulpmiddelen dat wellicht van een geheel nieuwe mensensoort kan worden gesproken. Denk hierbij maar aan een mens met geïmplanteerde chips in de hersenen, waardoor een voortdurende verbinding mogelijk is met computers en andere apparatuur. Ook zouden menselijke organen steeds meer door kunstmatig materiaal vervangen kunnen worden, zodat een langere levensduur mogelijk is. In wezen is de huidige mensheid hier al heel ver mee, hoewel dan toch een onderscheid gemaakt moet worden tussen de fysieke mens en de psychische mens. Wat betreft de fysieke mens wordt een grens bereikt, wanneer het lichaam volledig gerobotiseerd zou zijn, immers dan is geen sprake meer van een menselijke soort. Echter wat de psyche van de mens betreft, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden vrijwel onbeperkt. Bij een koppeling van het menselijk brein aan steeds intelligentere computers ligt een fascinerende toekomst in het verschiet.

Het internet: het begin van een ontwikkeling waarbij alle menselijke breinen gestructureerd met elkaar worden verbonden.

Het internet: het begin van een ontwikkeling waarbij alle menselijke breinen gestructureerd met elkaar worden verbonden.

Een menselijk superbrein
Het is opmerkelijk dat we in het huidige digitale tijdperk twee naast elkaar lopende ontwikkelingen kunnen waarnemen. Op de eerste plaats worden alle individuele menselijke breinen op deze planeet steeds verder aan elkaar gekoppeld. Door geavanceerde audio-visuele middelen en met name door het internet is een ware communicatie-revolutie ontstaan. Feiten, beelden, meningen, emoties worden razendsnel verspreid en gedeeld. Het is nog maar het begin van een ontwikkeling, waarbij alle menselijke breinen gestructureerd met elkaar worden verbonden, waardoor op den duur één groot collectief menselijk brein ontstaat. De Franse visionaire evolutionist Teilhard de Chardin voorspelde deze ontwikkeling reeds in 1947, dus ruim voordat van een internet sprake was. Hij gaf aan dit collectieve brein de benaming Noösfeer, een denkende laag rond de aarde als voortzetting van de eerder door de evolutie op de aarde gevormde biosfeer.

Een kunstmatig superbrein
Hiernaast en tegelijkertijd met de onderlinge koppeling van de menselijke breinen, vindt tevens de mogelijk nog verbazingwekkender ontwikkeling van één groot kunstmatig superbrein plaats. Immers ook de in computers overal ter wereld opgeslagen geheugen- en informatiesystemen zullen steeds beter op elkaar worden afgestemd. Daarbij komt nog dat de intelligentie van computers exponentieel toeneemt. Op steeds meer terreinen zullen computers de menselijke capaciteiten overstijgen. Het gaat allang niet meer om louter rekenkundige vermogens. Met elkaar verbonden computers kunnen in principe gebruik maken van een onbeperkt zich uitbreidend geheugen en aldus uitgroeien tot één groot universeel superbrein. En daar blijft het niet bij. Computers kunnen ook analyseren, afwegingen maken, plannen en beslissen. Zelfs op het gebied van sociale verhoudingen en moraliteit zal een toekomstig superbrein elk menselijk individu of groep van individuen de baas zijn. Immers het computerbrein kan in no-time alle ethische uitgangspunten van alle belangrijke menselijke ethici in zijn analyses betrekken en afgewogen conclusies daaruit trekken. En het kunstmatige superbrein kent uiteraard niet de menselijke tekortkomingen, die meestal nog voortkomen uit het zoogdierverleden, zoals eigenbelang, gretigheid, vooringenomenheid, inschattingsfouten en dergelijke.

“Het kunstmatige superbrein kent uiteraard niet de menselijke tekortkomingen, die meestal nog voortkomen uit het zoogdierverleden, zoals eigenbelang, gretigheid en vooringenomenheid”

Ook op het gebied van empathie, het indringen in andermans psyche, zal het kunstmatige superbrein het uiteindelijk winnen van de mens, aangezien de menselijke empathie doorgaans niet verder reikt dan een beperkte groep van herkenbare lotgenoten. Het kunstmatig superbrein zal in staat zijn om uitermate flexibel te reageren op nieuwe ontwikkelingen door bijvoorbeeld associatieve waardengroei continu in te programmeren. Ethiek, het besef van goed en kwaad, is helemaal niet iets waar menselijke groeperingen een vanzelfsprekende patent op hebben. Het is puur genomen een afweging van hoe leden van een gemeenschap het beste met elkaar om kunnen gaan. Het betreft regels, die per definitie dynamisch van aard zijn en aan de tijd aangepast dienen te worden. Emoties als verantwoordelijkheid, schuld en schaamte zijn natuurlijk wel typisch menselijke eigenschappen, maar deze gevoelens staan vaak juist averechts op echte ethiek. Bijvoorbeeld de emotionele, onvoorwaardelijke overgave aan een leider (mens of god) mag dan wel menselijk zijn, maar kan ook fnuikend zijn voor ware ethische vorming, zoals de geschiedenis meermalen heeft aangetoond. In de toekomst zal het hoogstwaarschijnlijk veiliger zijn om een computer-superbrein aan te stellen als politiek hoofd van een wereldmacht dan welke menselijke minister-president of politieke beleidsgroep ook.

Is het in de toekomst beter om menselijke machthebbers te vervangen door een computer-superbrein?

Is het in de toekomst beter om menselijke machthebbers te vervangen door een computer-superbrein?

De onderlinge verhouding
De vraag die nu aan de orde komt is, welke verhouding zich zal ontwikkelen tussen het biologische menselijke superbrein en het kunstmatige brein van de supercomputer. Eerst zal hierbij gekeken moeten worden naar de voor ons mensen zo belangrijke psychische factor: het bewustzijn.

De factor bewustzijn
De overeenkomst tussen het toekomstige menselijke superbrein en het toekomstige kunstmatige superbrein is evident. In beide gevallen ontstaat intelligentie doordat voortdurend elektrische signalen worden uitgewisseld tussen miljarden minuscule eenheden. Wat de mensen betreft: communicatie is gebaseerd op het feit dat tussen de miljarden hersencellen binnen het individuele menselijke brein maar ook tussen mensen onderling voortdurend elektronisch verkeer plaats vindt. En wat computers betreft: deze werken omdat tussen de op chips opgeslagen informatiedragers miljarden elektrische signalen worden uitgewisseld. Daarnaast zijn er natuurlijk de verschillen. De meest opmerkelijke eigenschap van het menselijk brein is een hoge mate van bewustzijn. De Japans-Amerikaanse wetenschapper Michio Kaku onderscheidt bij levende soorten vier niveaus van een toenemend bewustzijn, welke gedurende de evolutie zijn opgebouwd. Hier kort samengevat:

Reptielen: we vinden ze op het tweede niveau van bewustzijn, zo stelt Kaku.

Reptielen: we vinden ze op het tweede niveau van bewustzijn, zo stelt Kaku.

1. Het laagste niveau. Een organisme op dit niveau beweegt niet of nauwelijks en vormt zich op basis van enkele terugkoppelingen (bijvoorbeeld temperatuurwaarneming) een model van zijn omgeving. Dit niveau is typerend voor alle plantensoorten.
2. Onder het tweede niveau vallen met name de reptielen. Zij beheersen een groot aantal terugkoppelingen en hebben een centraal zenuwstelsel om informatiestromen te organiseren.
3. Op dit niveau neemt het aantal terugkoppelingen exponentieel toe. Het gaat hier om sociale dieren met emoties. De dieren ontwikkelen niet alleen een model van hun locatie in de ruimte, maar ook van hun positie in relatie tot soortgenoten.
4. Het menselijk bewustzijn. Het menselijk bewustzijn schept een model van de wereld om vervolgens op basis daarvan simulaties in de tijd te doen. Allerlei terugkoppelingen moeten worden geanalyseerd en onderling vergeleken om een beslissing te nemen en een doel vast te stellen.

In het rood de zeer primitieve hersenstam. Afbeelding: Life Science Databases (LSDB) (via Wikimedia Commons).

In het rood de zeer primitieve hersenstam. Afbeelding: Life Science Databases (LSDB) (via Wikimedia Commons).

Wat nuttig is blijft
Interessant is dat al deze vier bewustzijnsniveaus ook fysiek waar te nemen zijn in de individuele menselijke hersenen, zoals deze in de loop van de evolutie zijn gevormd. Onze menselijke hersenen bestaan immers uit verschillende lagen, te weten de primitieve hersenstam, daarboven het reptielenbrein, vervolgens het limbische brein (bij de hogere diersoorten), en tenslotte aan de buitenkant de prefrontale schors of neocortex, welke bij uitstek kenmerkend is voor de mens en welke gevormd is in het jongste deel van de evolutie. Bijzonder is dat alle hersendelen intensief met elkaar samenwerken. Zonder deze samenwerking zouden wij geen mens kunnen zijn. Wij hebben de prikkels uit de primitieve hersendelen nodig voor onze stofwisseling, voeding en ademhaling. Het limbische gedeelte is vervolgens een niet te missen basis voor de ontwikkeling van onze menselijke emoties en ons zelfbewustzijn. En juist deze gelaagde samenstelling is typerend voor de evolutie van al het leven op aarde, zoals veel evolutiewetenschappers hebben geconstateerd: De evolutie beweegt zich van het meer primitieve naar het meer gecompliceerde en daarmee naar hogere psychische vermogens, maar de evolutie laat tevens alles wat werkelijk van nut is in stand. Met andere woorden: de evolutie heeft geen vervangend karakter maar een opbouwend karakter. Dit verschijnsel is niet alleen waar te nemen in de biologische evolutie, maar ook in de zogenaamde culturele evolutie. Bijvoorbeeld: Het Griekse en het Romeinse Rijk gingen ten onder, maar de in deze wereldrijken ontwikkelde wetenschap en kunst bleven behouden en vormden een goede basis voor verdere vooruitgang.

Uitvinder en zakenman Raymon Kurzweil. Hij schreef onder meer het boek 'De Singulariteit is nabij' en is ervan overtuigd dat de mens zichzelf in de toekomst overstijgt. Afbeelding:  Michael Lutch / Kurzweil Technologies, Inc. (via Wikimedia Commons).

Uitvinder en zakenman Raymon Kurzweil. Hij schreef onder meer het boek ‘De Singulariteit is nabij’ en is ervan overtuigd dat de mens zichzelf in de toekomst overstijgt. Afbeelding: Michael Lutch / Kurzweil Technologies, Inc. (via Wikimedia Commons).

Verbreekt het computer-superbrein alle banden met het menselijk brein?
De grote vraag is dan of in het vervolg van de evolutie het oppermachtige computer-superbrein een eigen vorm van bewustzijn zal verkrijgen en vroeg of laat de banden met zijn voormalige opdrachtgevers (de menselijke breinen) geheel zal verbreken. Gerenommeerde wetenschappers als Frank Tipler en Ray Kurzweil achten het computer-brein hier inderdaad toe in staat. Zij menen dat de hoogste vormen van intelligentie evengoed of juist beter kunnen ontstaan in silicium-chips in plaats van in onze op basis van koolstof gevormde hersencellen. Ook over de belangrijke factor bewustzijn hebben deze wetenschappers een uitgesproken oordeel. Ten aanzien van het in de menselijke hersenen ontwikkelde bewustzijn menen zij dat alle belangrijke terugkoppelingsmechanismen in principe ook kunstmatig kunnen worden nagebouwd. Tipler stelt daarbij nog dat het menselijke bewustzijn in de toekomst eventueel ook zal kunnen worden gedownload in computers.

Kritische noot
Toch kunnen hier bij de mogelijkheid van een bewust computerbrein enige kritische kanttekeningen worden gemaakt. De eerste kanttekening is dat wetenschappers, zoals Michio Kaku, wel een omschrijving kunnen geven van hetgeen waartoe bewustzijn zoal in staat is, maar daarbij kunnen zij nog steeds niet aangeven wat nu precies de basis is van dat bewustzijn. Waaruit komt het eigen gevoel, de eigen positie, het zichzelf zijn van het bewuste subject voort? Geen enkele geleerde is er tot nu toe in geslaagd uit te leggen wat moet worden verstaan onder algemene begrippen als psyche, geest of subjectiviteit. Teilhard de Chardin schept nog de meeste duidelijkheid door te stellen dat elke vorm van materie, zowel anorganische als organische over een binnenkant en een buitenkant beschikt. De buitenkant kunnen we waarnemen, maar de binnenkant bevindt zich in een voor ons onzichtbare dimensie. En inderdaad moeten we concluderen dat op alle kosmische niveaus zich verschijnselen voordoen, die wel waargenomen kunnen worden maar die verder niet verklaard kunnen worden, bijvoorbeeld het onvoorspelbare krachtenspel in kwantum-fysische materie, de geestelijke eigenschappen van levende wezens, de zwarte gaten in de kosmos. Het zou dan wel van niet-realistische overmoed getuigen om ervan uit te gaan dat wij als mens in staat zouden zijn dit ‘onzichtbare’ bewustzijn in te bouwen in computers.

“Dat mensen een oorspronkelijk bewustzijn in computers creëren is in strijd met de wetten van de natuur en van de evolutie: het bewustzijn is niet zomaar uit de lucht komen vallen”

En nog eentje
Een tweede kanttekening is dat het door mensen creëren van een oorspronkelijk bewustzijn in computers wel heel strijdig is met de wetten van de natuur en van de evolutie. Het bewustzijn is niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar is gedurende miljarden jaren opgebouwd op essentiële elementen, welke al eerder in primitievere vorm aanwezig waren. Aannemelijk is dan ook dat een toekomstig computer-superbewustzijn alleen maar kan bestaan in een samenwerking met een reeds bestaande vorm van (menselijk) bewustzijn. Tijdens de evolutie op aarde zijn er vaker succesvolle samenwerkingsvormen ontstaan. Zo is er nog steeds een zeer succesvolle samenwerkingsrelatie tussen mens en bacterie. Zonder bacteriën zou onze spijsvertering onmogelijk zijn. Ook is er een succesvolle samenwerkingsvorm tussen de mens en gedomesticeerde dieren.

Mensen zijn al geheel afhankelijk geworden van computers. Zonder computers valt de gehele wereldeconomie stil. Totale chaos zou het gevolg zijn.

Mensen zijn al geheel afhankelijk geworden van computers. Zonder computers valt de gehele wereldeconomie stil. Totale chaos zou het gevolg zijn.

Een geheel nieuwe superintelligente en tevens bewuste soort
Aanvankelijk was de computer puur een hulpstuk van de mens, zoals in vroegere tijden de vuistbijl een verlengstuk was van de menselijke arm. De computer was in die zin een verlengstuk van de menselijke hersenen, zodat de mens sneller kon rekenen en gemakkelijker gegevens kon onthouden. Maar dan zien we vervolgens in snel tempo de ‘macht’ van de computer toenemen. Mensen zijn al geheel afhankelijk geworden van computers. Zonder computers valt de gehele wereldeconomie stil. Totale chaos zou het gevolg zijn. Tot op de dag van vandaag is er gelukkig een goede samenwerking tussen mens en computer. De integratie is zelfs zodanig dat wij als mensen meestal niet eens in de gaten hebben dat wij al in hoge mate beïnvloed wordt door het steeds krachtigere computerbrein. Immers onze identiteit is in belangrijke mate gebaseerd op geheugen en informatievoorziening, bij uitstek de onderdelen waarbij de computer ons behulpzaam is. Zodoende ontwikkelt zich een geheel nieuwe vorm van bewustzijn. Zoals de menselijke psyche ook al beïnvloed wordt door de wereldwijde intensieve communicatie met andere menselijke psychen (het menselijk wereldbrein), zal de menselijke psyche in nog sterkere mate beïnvloed worden en gestuurd worden door de superieure analyserende en beslissende kracht van het computerbrein. Maar op zich leidt dit nog niet tot een negatief scenario. Het kan juist betekenen dat allerlei terugkoppelingseffecten worden versterkt en dat het menselijk bewustzijn juist daardoor op een hoger en meer collectief gericht niveau terecht komt. Maar hoe dan ook kunnen we er toch niet omheen dat onze mensensoort, zoals we die nu kennen, tenslotte toch de eindregie uit handen zal moeten geven. En ook dat hoeft nog geen slecht nieuws te zijn, want door het opbouwend karakter van de evolutie zullen onze waardevolle eigenschappen binnen de nieuwe mens-computer-constellatie behouden kunnen blijven. We moeten dan vooral denken aan de geestelijke eigenschappen, waarin wij sterk zijn en waarin wij nog verder kunnen groeien, zoals innerlijke verdieping, gevoel van eigenwaarde, empathie en voorstellingsvermogen. Het is aan te nemen dat mens en computer een samenwerkingsverband zijn aangegaan, waarbij het leven op aarde gebaat is. Immers bekijken we alles wat er niet goed gaat op de aarde, dan is wat wij mensen nodig hebben een uitbreiding en versterking van onze neocortex, van het rationele derhalve, iets waarbij de computer uitermate behulpzaam is.

“Komt er een soort Homo digitalis als resultaat van een exponentioneel versnelde culturele evolutie? En heeft deze Homo digitalis met sterke geestelijke eigenschappen nog wel behoefte aan een biologisch lichaam?”

We kunnen ons daarbij nog ook de vraag stellen of in de toekomstige intensieve samenwerkingsvorm tussen mens en supercomputer de mens nog wel met zijn typisch dierlijk organisme zal blijven voortbestaan. Komt er een soort Homo digitalis als resultaat van een exponentioneel versnelde culturele evolutie? En heeft deze Homo digitalis met sterke geestelijke eigenschappen nog wel behoefte aan een biologisch lichaam, dat traag is en tekortkomingen vertoont? Uit de gehele evolutie blijkt toch dat hogere levensvormen zich steeds onafhankelijker kunnen opstellen ten opzichte van hun biologische omgeving en omstandigheden naar hun hand kunnen zetten. Nu al zijn wij, zij het nog beperkt, in staat met chemische middelen allerlei psychische gewaarwordingen op te roepen of te versterken. En middels virtual reality kunnen wij bijna elke gewenste omgeving construeren. Zeker zal het verschil met onze huidige mensensoort nog veel groter zijn dan het verschil dat wij nu kennen tussen mensen en mensapen. Dit verschil kan men gevoeglijk aannemen op grond van de bijzondere versnelling van de evolutie, die al in gang is gezet toen primitieve hominiden de natuur wisten te manipuleren door vervaardiging van werktuigen (de culturele evolutie), hetgeen uiteindelijk leidde tot het scheppen van kunstmatige intelligentie. En met de kunstmatige intelligentie kwam een nieuwe versnelling in de evolutie. We moeten er zelfs rekening mee houden dat de evolutie zich met een dermate grote snelheid zal voortzetten dat een deel van de huidige mensensoort het eenvoudigweg niet zal kunnen (of willen) bijbenen. Afsplitsingen binnen de hominiden hebben zich al eerder voorgedaan. Dit hoeft niet met conflicten gepaard te gaan, maar we moeten er wel van uitgaan dat een hoog intelligente en bewuste soort niet zal toestaan dat een minder bewuste soort door ongebreidelde expansie het leefmilieu op aarde verder zal beschadigen.

Harry Ansems (1945) studeerde Nederlands recht en rechtsfilosofie aan de Universiteit van Tilburg en werkte als docent rechten aan de Fontys Hogescholen. Zijn grote passie is het integraal bestuderen van de evolutiewetenschap inclusief alle daarbij behorende onderdelen zoals biologie, technologie, psychologie en ethiek. Hij schrijft met enige regelmaat in het kwartaalmagazine Gammadelta van de Stichting Teilhard de Chardin over evolutie en over transhumanisme.
Van zijn hand verschenen twee boeken: Kosmopolis, De denkende planeet (Wat de evolutie ons vertelt over de toekomst van de maatschappij en van de mens) en De transhumane mens (Over een evolutionaire sprong voorwaarts).